KAIROUAN,
VIERDE HEILIGE STAD VAN DE ISLAM
Schimmige figuren in de ochtendkou
Om half acht zit ik in de bus voor mijn
eerste excursie. Het is nog donker. Op straat schieten schichtig donkere
figuren voorbij, behangen met doeken en dekens tegen de ochtendkou. Het maakt
een onwezenlijke indruk op me. Ons doel is Kairouan, de vierde heilige stad
van de Islam, na respectievelijk Mekka, Medina en Jeruzalem. Ze is in de
achtste eeuw gesticht door een veldheer van Mohammed de profeet. Momenteel
heeft ze zo'n 100.000 inwoners en staat ze bekend om de tapijten die er worden
geweven. Door een landschap dat bestempeld wordt met olijfbomen (olijfolie
is het eerste exportartikel van Tunesië) en cactussen (die gebruikt worden
als erf- en akkerscheiding) bereiken we om half negen Kairouan, dat door
de plaatselijke bevolking uitgesproken wordt als Karawan, waarin tevens de
oorsprong van de stad besloten ligt, namelijk karavaanstad, aan de rand van de
woestijn.
Moskee
van de Barbier
Het is behoorlijk modderig in de stad.
Ik moet goed opletten dat ik geen schuiver maak. We bezoeken achtereenvolgens
de Moskee van de Barbier, een of ander Mausoleum, de cisternes ofwel Bassins
van de Aghlabieten (twee ronde waterbekkens uit de 9e eeuw) en de Grote
Moskee, die gelijk bij de geboorte van de stad in 671 gebouwd werd.
Vervolgens
doet het gezelschap een tapijtknoperij aan, waarvan ik na een kwartier genoeg
heb. Men blijft er echter bijna een heel uur! Ik lummel buiten wat in de zon
rond terwijl de goedgelovige toeristen zich door gewiekste handelaren laten
nekken. Tenslotte krijgen we een half uurtje om individueel de medina, dat is
de kronkelige binnenstad, te verkennen. Zoals in zoveel Arabische plaatsen is
ook hier de oorspronkelijk ommuring van de medina bewaard gebleven. Ik
slenter door de souks (typisch oosterse markten, branchegewijze bij elkaar
liggend), maar het enige dat ik koop is een glaasje thee. Sommige kooplui
sissen me na: "Holland? Holland, ja? Alleen kaike, nie kope!"
Ik vraag me serieus af hoe zij nu weten dat ik de Nederlandse nationaliteit
bezit.
Altijd
weer laatkomers
De bus staat bij een of andere
stadspoort op ons te wachten, maar op de afgesproken tijd blijken vier
reisgenoten afwezig te zijn. Na een kwartier wachten wil Adem de gids zonder
hen vertrekken ("Ze komen maar met de taxi na!"),
maar uit de rangen
van de Hollandse landgenoten stijgen felle protesten op. We rijden dus maar
naar een andere stadspoort en jawel hoor, daar staan onze goedgebekte
Amsterdammers met hun ziel onder de arm te wachten. Met gebogen hoofd en het
schaamrood op de kaken stappen zij in. Inwendig kraaide ik van plezier, zo zie
ik Mokummers graag.
Kerstman na een strandwandeling
Een uur later zijn we terug aan de
kust. Ik maak een fikse strandwandeling. Ik ontmoet nauwelijks iemand op
mijn kilometerslange tocht door het rulle zand. Af en toe stap ik het terrein
van een hotel op om wat rond te neuzen of een verfrissing te drinken. Zo
beland ik uiteindelijk in een Franse vakantiekolonie voor gepensioneerden,
El Chems. Daar tref ik in de lounge een levende ezel aan waarop een heuse
Kerstman zit met een onmiskenbaar Arabisch uiterlijk. De seniele oudjes
vinden het schitterend. Ik blijf niet al te lang in deze fossiele omgeving
hangen en neem een aftandse taxi terug naar mijn hotel. Inmiddels valt de
avond in en fotografeer ik aan de rand van het zoutmeer een herder die met
zijn kudde naar de stal trekt.
|
 |
|
 |
Een herder trekt met zijn schaapskudde naar de
stal.
Een echt kersttafereeltje.
|
Het is kerstavond en het hotel biedt ter gelegenheid
hiervan een uitgebreid galadiner. Na lang vijven en zessen word ik als eenling
geplaatst bij een al iets ouder Nederlands echtpaar uit Oegstgeest. Hij was
gepensioneerd marineofficier, zij kwam duidelijk uit de betere kringen. We
voerden een geamuseerd gesprek, met name over de vroegere koloniën waar zij
ooit gestationeerd waren, zoals Biak in voormalig Nieuw - Guinea. Het diner
beloofde veel maar bracht eigenlijk weinig. Zeeën van tijd tussen de talrijke
gangen, helaas veel te kleine porties. Tussendoor verzorgde een orkestje de
muziek en werden er dansnummers en goochelacts ten beste gebracht. Alleen
diegene
die vooraan zaten konden daarvan genieten, de andere gasten (die de meerderheid
uitmaakten) keken tegen schotten, muren of pilaren aan. Het spektakel begint om
zeven uur, om half elf ben ik het echter zat en laat de toetjes voor wat ze
zijn. Ik verontschuldig me kort bij mijn disgenoten, zoals later zou blijken, dit onverwachte afscheid als ietwat te abrupt opgevat worden. Vooral
de deftige mevrouw,
doorkneed in de prangende regels der etiquette, was verongelijkt door mijn
gedrag van een ongelikte beer. Enfin, ik liet hen toch in de steek voor een paar stevige
afzakkertjes uit mijn literfles whisky die op mijn hotelkamer stond te wachten.
Tussen stad en land
De bevolking is een mengelmoes van stedelingen en boeren. Landbouw en
ambachtelijke bedrijven bepalen de economie van Kairouan.
Kairouan is omgeven door lage en sterk geërodeerde Saharaanse heuvels (djebels)
en ligt in een vlak, merendeels steppegebied. Hier en daar zijn was
eucalyptusbomen en bescheiden olijfplantages. Op het weinig geaccidenteerde
reliëf, met afzettingen van de djebels, vindt men grasland voor de schapenteelt
die voorziet in de voornaamste levensbehoeften van de mohammedaanse bevolking.
De overheid heeft een uitgebreid netwerk van stuwdammen en waterputten aangelegd
ten behoeve van een regelmatige watervoorziening voor de graanbouw, die van
vitaal belang is voor de provinciale ontwikkeling. Natuurlijke neerslag is
zeldzaam in deze dorre streek, maar bepaalde jaren richten heftige buien grote
ravages aan. Het stadshart van Kairouan wordt nog steeds beheerst door de Grote
Moskee, die in de 7e eeuw werd gebouwd door Oqba ibn Nafi; Voor de bouw van de
Grote Moskee werden zuilen uit de Romeinse tijd benut. Een eeuw later verrezen
stadswallen tegen de invallen van de Berbers. Maar het was de Academie uit de
11e eeuw, die Kairouan van West Europa tot de Levant bekendheid gaf. Medische
verhandelingen en letterkundige werken van Kaourans toenmalige wetenschappers en
schrijvers vormen nog steeds een waardevolle bron van documentatie voor de
bestudering van dat tijdperk. De tegenwoordige activiteiten bestaan voornamelijk
uit de fabricage van hoogpolige woltapijten, waarvan 500 gezinnen leven, en een
bedrijvige markt voor landbouw- en veeteeltproducten uit de omgeving.
WETENSWAARDIGHEDEN
Hoofdplaats van het gouvernaat van Kairouan
Vierde heilige islamitische stad ter wereld
Talen: Arabisch, Frans
Munteenheid: Tunesische dinar
Godsdienst: Islam
CIJFERS
Bevolking: 100.000 inwoners
Het westelijke
Bagdad
Na de stichting in 670 kende Kairouan opeenvolgend perioden van bloei, verval en
wederopbouw, afhankelijk van de regerende dynastieën.
BRONNEN VAN INKOMSTEN
Schapenteelt, boomkwekerijen voor fruitproductie. Ambachtelijke
tapijtfabricage in drie verschillende stijlen; mandenmakerij. Verwerking van
landbouwproducten (conservenfabrieken). Tabaksfabrieken.
In 670, het jaar 50 van de islamitische Hegira, vielen de Arabisch -
islamitische legers van generaal Oqba ibn Nafi Noord - Afrika binnen en
vestigden zich in het gebied van Kairouan, na de ontdekking van de aanwezigheid
van grondwater. De generaal dacht aan de stichting van een nieuw westelijk
Bagdad en droeg zijn soldaten en huurlingen op gebruik te maken van
de overvloedige restanten van bouwwerken die de Romeinen in hun vroegere kolonie
hadden achtergelaten. Hij liet de Grote Moskee en een eerste paleis bouwen en
legde het tracé voor een hoofdstraat. Het land rond de moskee werd onder de
soldaten verdeeld. De bevolking bestond uit islamieten en christenen, die in
deze stad van ongeveer 100.000 inwoners op 60 km van de kust, tot aan de 11e
eeuw in volmaakte harmonie samenleefden. Het eerste verval begon met de invallen
van de Berbers, die de stad overigens niet in bezit namen en de agressie van de
Kharijiten, die uit machtsvertoon Kairouan met de grond gelijkmaakten. Onder de
Aghlabiden richtte het zich daarna weer op en groeide uit tot een bloeiende
islamitische stad, die niet onder deed voor Cordoba in Andalusië. Daarna
onderging Kairouan de overheersing van verschillende veroveraars, met als
dieptepunt de machtsovername door de Hilal - dynastie, die in 1057 in de stad
huishield. In de daaropvolgende eeuwen wist Kairouan zich weer op te werken tot
regionale hoofdstad, maar de vroegere glorie was voorgoed verleden tijd.
KLIMAAT
Mediterraan. Gemiddelde jaarlijkse neerslag 400 mm. perioden van grote droogte,
maar soms overvloedige stortregens. Gemiddelde temperaturen: januari, 15° C;
juli, 35° C.
BEZIENSWAARDIGHEDEN
Het bekken van de Aghlabiden (11e eeuw). De ommuring. De Grote Moskee, de oudste
westelijke gebedsplaats van de Islam. De medina, de oude stad binnen de wallen.
De moskee der Drie Poorten met middeleeuwse kunstwerken. De zaouia van Sidi
Sahib, ook bekend als de Moskee du Barbier. Raqqada Museum (zuidelijk van de
stad).

|