|
|
|
EEN VOLGELOPEN VULKAANKRATER Robbert "schopt" Clim op vriendschappelijke wijze uit bed. Deze toont zich zowel letterlijk als figuurlijk lichtgeraakt en geeft blijk van een lelijk ochtendhumeur. We pakken in en ontbijten. Ben noteert de prijzen van alles wat we hebben gebruikt aan drank en voedsel en stelt aan de hand hiervan de rekening op. Zonder dat die gecontroleerd wordt kunnen we deze betalen; een uniek systeem.
De
taxi kost 60 gulden. Het is zo'n 200 km naar Prapat. Onderweg zal hij nog
enkele bezienswaardigheden aandoen. Het is een oude, afgeleefde bak met
versleten banden, maar hij blijkt best nog solide. De chauffeur heet Ingin en
spreekt geen woord Engels. Hij rijdt betrouwbaar.Al snel bereiken we de eerste
stop bij het uiterst authentieke Karo-dorp Lingga. We krijgen een rondleiding
van een 30-jarige roomse Batakker. Hij spreekt een mengelmoes van Engels en
Nederlands. Het volk leeft er nog steeds volgens de eeuwenoude tradities. Ze
leven in enorme houten huizen, bedoeld voor meerdere
gezinnen en generaties uit één familie (de zgn. "extended family")
en aardbevings bestendig. De ingang van de woning is laag, zodat je verplicht
bent voor de huisgod te buigen. Clim bewijst dat hij geen ezel is: hij stoot
slechts drie keer zijn hoofd aan de dwarsbalk boven de deur. Tussen de huizen
en eronder (want ze staan op poten) wroeten talrijke varkens. Batakkers zijn
enthousiaste varkensvleesliefhebbers. Ook ander vee loopt er vrij rond. Het
koningshuis is al helemaal imposant: er zijn 5 stookplaatsen, voor elke
familie een. Het dak is bedekt met palmbladeren. We kopen van de gids
souvenirs: Robbert een soort kalender, Ben een fluitje (waarmee de Karo-pubers
naar de meiden fluiten) en Jos een medicijnenkoker met
houtsnijwerken deksel. De sympathieke gids vangt een fooitje. De
volgende stop is bij de Sipisopiso-watervallen. De waterval is niet zo
indrukwekkend (naar schatting 100 meter hoog en smal; wij zitten net in de
droge tijd) en het plekje hier ademt een toeristische sfeer met een grote
parkeerplaats en een aantal souvenirstalletjes. We hebben er wel een grandioos
uitzicht over het noordelijke gedeelte van het Tobameer. Je kunt van hieruit
goed zien dat het van oorsprong een enorm kratermeer is. We kopen er kaarten
en drinken koffie en thee. En wie komt daar net aanzetten op het moment dat we
vertrekken? De zwijgzame Zwitser. Een bar slechte weg met diepe kuilen voert ons naar het dorp Purba waar het paleis van de koning van de Sinagulung Batakkers gelegen is. Het wordt nu niet meer bewoond. De koning is in 1947 een kopje kleiner gemaakt door zijn landgenoten en onderdanen omdat hij met de Hollanders gecollaboreerd zou hebben. Zijn zoon, inmiddels hoogbejaard, verstrekt in het Engels tekst en uitleg. We noemen hem Koning Eentand, waarom laat zich raden. De oude adatwoningen zijn erg goed geconserveerd en vormen daarom ook een trekpleister Voor de lunch stoppen we bij een driesterrenhotel met een fenomenaal uitzicht over het meer. Ingin wil er aanvankelijk niet stoppen (te duur vindt hij), maar wij dringen aan. Het colaatje voor de chauffeur wordt ongevraagd op onze rekening geschreven, dat is hier een ongeschreven wet.
Ook de laatste tussenstop bij een kiosk op de hoge oever van het meer biedt een mooi panorama. Maar het paard ruikt stal en we willen verder. Bij het binnenrijden van Prapat wijst Ingin ons een reisbureau aan, hij weet dat we zo snel mogelijk plaatsen naar Bukittinggi willen boeken. Bij een doorlaatpost moeten we een soort entreegeld voor de stad betalen. We hebben een hotelletje uitgezocht dat in onze reisgids goede kritieken kreeg, hotel Soloh Jaya. Er zijn lege kamers genoeg. Ben slaapt nu bij Robbert en de twee broers mogen elkaar enkele dagen het leven zuur maken. We betalen fl 9 per persoon. Op het dakterras van het hotel met alweer een fraai uitzicht over het haventje, het meer en het eiland Samosir dat wazig in de verte ligt, wordt ter ontvangst koffie geserveerd door de 2 meisjes van de receptie, die tevens als kamermeisje en serveerster fungeren. Ze heten Emy en Ida en zijn zeer "anschlussfreundlich". Ben valt bij de jongste in de smaak, terwijl Robbert zich in de belangstelling van beide jongedames mag verheugen. Jos en Clim zijn in hun ogen duidelijk te oud. Trouwens, Jos beweert dat hij getrouwd is en 2 kinderen heeft; Clim houdt vol dat hij gescheiden leeft. Leugens dus, allemaal verzonnen. Maar goed, als we de waarheid vertellen dat we twee vrijgezellen zijn, zullen ze ons toch niet geloven.
Het wordt een zwaar bewolkte en sombere dag wat het weer betreft. Als ontbijt eten we in de buurt van de levendige markt bij de haven ham-, kaas- en champignon- omeletten. Jos koopt een tros bananen van een vief zakenvrouwtje, dat hem met een wisseltruc in de luren tracht te leggen. De overtocht naar Samosir-eiland duurt een half uur. Er staat een stevige bries met als gevolg een zware deining en een hoge golfslag. De boot ploegt amechtig door het onstuimige water. Bij het schiereilandje Tuk Tuk ontschepen we ons. Eerst op ons gemak koffie drinken om plannen uit te stippelen. We besluiten een lange en gezonde wandeling te maken rond het schiereiland.
Tuk Tuk was vroeger een echte hippiekolonie. Tegenwoordig is het bezaaid met spotgoedkope onderkomens voor trekkers van westerse origine. De logementen zijn gebouwd in typische Batakstijl en liggen veelal aan het meer. Hier spreekt men niet alleen Engels, maar desnoods ook Frans, Duits en Nederlands. Het voedsel is aangepast aan de westerse smaak. Er hangt een ontspannen sfeertje, begrijpelijk, want er is niet veel te beleven en er zijn weinig momenteel toeristen. We nemen een paadje in de richting van Tomok en geraken zo op de geplaveide weg. De wandeling trekt zich lang, maar de omgeving vergoedt veel. We zien sawa's en karbouwen, geitenhoeders en volgestouwde kleurige minibusjes trekken voorbij. Robbert blijft soms achter en maakt een vermoeide indruk. In het dorpje Tomok gebruiken we saté met vers geperst sinaasappelsap als lunch. Daarna gaan we op zoek naar de koningsgraftombe, maar die vinden we niet en we verdwalen tussen de sawa's. Soms moeten dwars door desa's die hier bestaan uit 4 grote longhouses op palen binnen een aarden omwalling, begroeid met bamboe en dergelijke gewassen. Clim deelt aan plotseling opduikende kinderen dubbeltjes en stuivers uit.
We blijken ons deerlijk vergist te hebben, het is toch niet de goede steiger. Honderd meter verderop vertrekt onze veerboot net. De ons omringende kindertjes bemerken onze vergissing en beginnen en massa te roepen: "Prapat! Prapat!". Vertederend natuurlijk, maar die boot komt echt niet meer terug, denken we. Maar jawel hoor, het lukt de kindertjes de aandacht van de schipper te trekken. Deze wendt de steven en vaart op ons af om ons op te pikken. Bij wijze van dank koopt Jos voor een veel te hoge prijs zakjes pindanootjes van de van trots stralende kindertjes. Af en toe maak je hier een grootse service mee. Op de boot vermaakt Clim met bekkentrekkerij twee meisjes die niet meer bijkomen van het lachen. Zo'n kaalhoofdige westerling weet nog niets eens hoe hij pinda's moet pellen!
Eenmaal
in het hotel kruipt Robbert linea recta onder de wol. Hij voelt zich niet
lekker en heeft verhoging. Al gauw ligt hij te slapen. Op onze kamers ligt het
wasgoed klaar, dat hebben we de vorige dag vuil afgegeven. Het regent, dus we
wachten even tot het droog is voor we gaan eten. Robbert wil niet mee-eten
(hij moet dus wel echt ziek zijn...); hij heeft 38.5° koorts en slikt
paracetamol. In onze straat treffen de anderen een bijzonder goed Chinees
restaurant aan, Hong Kong geheten. De tent is zo goed dat we er de komende
dagen terugkomen. Jos probeert met succes krabvleessoep. Ben vergeet zijn
afkeer van bepaalde gerechten en gaat zich te buiten aan uien en garnalen. Voor
het slapen gaan drinken we in de hotelbar nog wat biertjes. Robbert is ook van
de partij, hoewel bescheiden drinkend. Het vroegere seksleven van Clim is het
onderwerp van gesprek, hetgeen aanleiding is tot menige schaterbui. Ineens
zien we op de tv een kort verslag over de Tour de France. Als één man
stormen we op de beeldbuis af om vooral niets te missen. Lemond rijdt niet
meer in het geel en een Italiaan (Lelli?) wint de etappe. Van meer informatie,
bijvoorbeeld over de prestaties van de Nederlanders, blijven we verstoken. Als
we naar bed gaan is de koorts van Robbert opgelopen tot 38.9°. Veel water
drinken is dus geboden.
Ambarita is een dorpje op Samosir dat 5 km ten noorden van Tuk Tuk ligt. We bezoeken er een vergaderplaats met stenen stoelen en de vroegere executieplaats waar de hoofden van veroordeelden werden afgehakt waarna ze voor de ingang van het dorp op een paal werden gespietst. We willen twee motorfietsen huren, maar dat blijkt niet mogelijk in dit dorp. Clim wil perse terug naar Tuk Tuk waar dat wel kan. Maar het is al laat (tegen twaalf uur), zodat Robbert en Jos de voorkeur geven aan het huren van een taxi of busje. Ben houdt zich op de vlakte. Er volgt onenigheid en gekibbel, wat bijna een uur duurt. De meerderheid geeft de doorslag en er wordt een busje gehuurd voor 45.000 roepia. Robbert versiert dit, heeft hij weer eens iets te onderhandelen. Behalve de chauffeur rijden er nog twee andere Batakkers mee, wat heeft dat te betekenen? Zorgen wij toeristen voor gratis vervoer van de plaatselijke bevolking? Het heeft er sterk de schijn van. We morren, maar zij geven geen krimp; ze spreken ineens slecht Engels. 30 Kilometer verderop stoppen we bij het Toba Batak-museum. Dat is erg goed onderhouden. Clim stampt tegen betaling maniok. De adathuizen lijken van binnen sterk op de woningen van de Karo-Bataks die we al hebben gezien. Clim wordt een sarong aangepast, maar wijselijk ziet hij daar vanaf. Jos peutert de zogenaamde gids aan zijn verstand dat hij beter kan ophoepelen omdat we hem niet nodig hebben.
Om half twaalf zijn we op onze kamer. Clim en Jos liggen nog wat na te praten als zij plotseling worden opgeschrikt door een hevig gekraak en een bons. Ze slaan er verder geen acht op, maar er wordt op de muur gebonkt. Is er iets gebeurd bij de buren Ben en Robbert? Inderdaad, Ben speelt het klaar om door zijn bed te zakken. U leest het goed, niet ‘reus’ Robbert zoals verwacht kon worden, maar Ben! We halen er de kamerjongens bij. Die spreken geen Engels en nauwelijks Indonesisch, Bataks spreken ze wel vloeiend. Als zij komen aanzetten met hamer, zaag en beitel moet Jos optreden. Geen getimmer midden in de nacht! Trouwens de volgende dag moeten we vroeg uit de veren. Jos eist in zijn zondagse Bahasa óf een heel nieuw bed, óf een nieuwe kamer voor Ben. Zij zijn niet bevoegd om daarover te beslissen zeggen ze, maar wij dringen aan en uiteindelijk zwichten ze toch en wordt het een eigen kamer voor Ben. Om half twaalf ligt deze in een nieuw bed en heeft hij het rijk helemaal voor zich alleen. |
|
ONZE ANDERE REISVERSLAGEN ALASKA / ARGENTINIË / AUSTRALIË / AVONTUREN / BALKANREIS / BELGIË / BELIZE / BULGARIJE / CANADA / CALIFORNIË / CHILI / CHINA / CUBA / CURAÇAO / CYPRUS / DENEMARKEN / DUITSLAND / ECUADOR / EGYPTE / ENGELAND / ESTLAND / FILIPPIJNEN / FINLAND / FOTOSITE / FRANKRIJK / GRIEKENLAND / GUATEMALA / HONGARIJE / INDIA / INDONESIË / IRAN / ISRAËL / ITALIË / JORDANIË / KRETA / KROATIË / LETLAND / LITOUWEN / MADEIRA / MALEISIË / MALLORCA / MALTA / MAROKKO / MEXICO YUCATAN / MEXICO / NEPAL / NEW YORK / NOORWEGEN / OEKRAÏNE / OEZBEKISTAN / OOSTENRIJK / PARAGUAY / PERU / POLEN / PORTUGAL / REISFOTO'S / ROEMENIË / RUSLAND / SCANDINAVIË / SICILIË / SINGAPORE / SLOVENIË / SLOWAKIJE / SPANJE / SRI LANKA / SYRIË / THAILAND / TSJECHIË / TUNESIË / TURKIJE / UNESCO - SITE / URUGUAY / USA / WERELDERFGOED |