|
|
DE BERGEN OVER
We blijken een bijzonder trage taxichauffeur te hebben; het is dezelfde waaraan Robbert en Clim zich de vorige dag tijdens hun excursie zo hebben geërgerd. Ze hadden toen vol verwachting een excursie naar de Harau-vallei geboekt. Samen met een Duits stel (Maria en Aziz, de laatste was een geassimileerde Turk) brachten ze onder leiding van de chauffeur een bezoek aan een stinkende grot met vleermuizen.. Daarna volgde een uitzicht over de Harau-vallei. Door de bomen was er echter niets te zien. Veel tijd werd gereserveerd voor de lunch (op eigen kosten) in een duur restaurant, maar dat weigerden ze. Dus na veel vijven en zessen werd een bescheiden eetgelegenheid opgezocht. Geen provisie voor de chauffeur, een tegenvaller... In de namiddag volgde een bezoek aan een rotanfabriekje en reden ze naar een irrigatiesysteem. Dat was het dan. Ze waren veel te vroeg terug in de stad en baalden als een stier. Ze voelden zich bedrogen.
Dezelfde chauffeur rijdt ook nu principieel niet harder dan 50 kilometer per uur, soms gaat hij zonder enige zichtbare aanleiding gewoon stapvoets en in bochten lijkt hij keer op keer te stoppen. De eerste 50 km rijden we door een mooi sawalandschap. In de buurt van de Harauvallei gaan we omhoog de bergen in. De kartelige, gerafelde bergkammen zijn in een mysterieuze nevel gehuld en vormen de Barisan, de ruggengraat van het eiland Sumatra, naar grootte het vijfde eiland van de wereld. Het is er niet druk en we hebben alle gelegenheid in het busje om alles goed in ons op te nemen. Ben schijnt niet door de omgeving geïmponeerd te zijn en dut veel en vaak.
Onderweg
komt Jos tot een afschuwelijke ontdekking: volgens de tickets van Garuda
zouden we vandaag om 11.00 uur naar Singapore vertrekken! Door de extra
rustdag die we in Prapat hebben genomen zijn we een dag op ons schema
achtergeraakt, niemand van ons die dit eerder heeft opgemerkt. Nu is het te
laat om de zaak nog recht te trekken en de verslagenheid onder ons is dan ook
diep. Vooral Clim schijnt dit te beroeren; hij valt ten prooi aan wanhoop en
stelt zich aan alsof de wereld is vergaan. Gedreven door uitzichtloosheid
steekt hij maar zijn kop in het zand en gaat hij met plotseling optredende
hoofdpijn pitten. De anderen herstellen zich snel van deze tegenslag en
overwegen allerlei opties om alsnog een gedeelte van hun reis te redden. Ze
besluiten de mogelijkheid om per rivierboot te gaan voorlopig uit te stellen
en allereerst te proberen een alternatieve vlucht te boeken, koste wat kost,
in letterlijke zin gesproken dan. Bij een restaurant aan een bergweg drinken we thee. De chauffeur bestelt ongevraagd sigaretten op onze rekening. De wc's bestaan hier uit hokjes met een gat in, precies boven een vijver gebouwd. Als je keutel het groene water inglijdt, wordt hij in een mum van tijd begeerlijk opgeslokt door joekels van karpers. Buiten staan haveloze jochies met een sigarenkistje te bedelen voor een bijdrage voor de nieuw te bouwen moskee. Alsof we dat geloven....
Als
we na twee uur de bergen achter ons laten en de uitgestrekte kustvlakte in
kruipen wordt de natuur rondom ons weer extra groen en weelderig. We rijden
door grillige rivierdalen waarin zich onstuimige kali’s voortslingeren met
erin kale rotsblokken zo groot als huizen. Jammer genoeg hebben we niet de
tegenwoordigheid van geest om de chauffeur hier en daar eens te laten stoppen.
De kustvlakte zelf biedt landschappelijk gezien een geheel ander beeld: het is
een onafzienbare, zompige en zilte moerasvlakte waarin de bewoners moeten
vechten voor een karig bestaan. De tuintjes liggen er verdord bij en de
rijstvelden staan droog. Tussen het ongastvrije kreupelhout steken hoge bomen
uit, stakerig en zonder bladeren. Hier en daar woedt een vuur, we blijven
rookpluimen aan de horizon zien. Soms is er een ananasplantage aangeplant of
ziet men een turfstokerij langs de weg liggen. Kortom, het is een eentonig en
luguber landschap. In
het eerste de beste stadje lunchen we langs de weg: 4 maal nasi goreng en 2
maal soto, dit is een soort soep met veel noedels en sambal erin. Men verstaat
hier geen Maleis, de chauffeur moet tolken. De rekening willen we op schrift,
iets dat men hier bijzonder vreemd vindt. Het schoolschriftje van het
dochtertje moet er dus aan geloven. De chauffeur moet ook de pen hanteren, het
volk dat ons in het stalletje bedient schijnt analfabeet te zijn. Pas tegen vieren bereiken we de rivierstad Pekanbaru. De eigenwijze chauffeur kan de weg naar het vliegveld niet vinden en we raken hierover nogal geïrriteerd. Maar goed, we komen er toch. Ben blijft achter in het busje om op onze spullen te letten. De anderen begeven zich naar de balie van Garuda met allerlei smoesjes waarom zij te laat zijn gekomen. Geen probleem, wordt ons te kennen gegeven, dan gaan jullie toch gewoon morgen via de stad Padang! We verbazen ons over de simpelheid van deze oplossing (niet bevestigen, gèèn voorschot of extra kosten, laat staan een nieuw ticket; het komt ons ongeloofwaardig voor. Het lijkt wel een stadsbus waarin je zomaar hoeft in te stappen!) en zoeken in de stad het kantoor van Garuda op. Robbert voert het woord en weet zonder enige problemen vier reserveringen voor de vlucht Pekanbaru - Padang - Singapore voor de volgende dag op de kop te tikken. Onze stoutste verwachtingen worden overtroffen. Clim fleurt helemaal op en wordt weer mens. Deze meevaller zal hij vanavond wel weer met schuimend gerstenat vieren.
Moeiteloos
vinden we vervolgens onderdak in het luizige
Hotel Linda
tegenover het rumoerige busstation. Voor de afwisseling geven we de chauffeur
geen fooi; gezien zijn functioneren vinden we dat hij daarop het recht
verspeeld heeft. Aan de balie moeten we ons van de Chinese manager allen apart
inschrijven. Na die formulierengang zoeken we onze morsige kamertjes zonder
airconditioning, maar mét fan of ventilator op. De "badkamers"
ruiken er doordringend naar verval en verwaarlozing. Terwijl de anderen een uiltje knappen, gaat Jos alvast de omgeving verkennen. Het gaat er hectisch aan toe, dit is de echte Derde Wereld. Hij wordt regelmatig door marktvrouwen aangeklampt net zoals in Medan, de bevolking hier is dan ook van pure Maleise origine en stelt zich open en ruimhartig op. De Islam wordt hier lang niet zo strikt nageleefd als in de Minangkabause contreien die we zojuist hebben verlaten. Er wordt overal eten aangeboden op duwkarren of aan kraampjes en het ziet er zonder uitzondering allemaal onappetijtelijk uit. Als je verzekerd wil zijn van een voedselvergiftiging dan moet je beslist hier wat eten! 's Avonds besluiten we dan ook in de stad te gaan dineren. We gaan met een bemo waarin een jongen direct zowel Jos als Clim herkent als typische leraren, waarschijnlijk wegens hun baarden. Of hebben ze misschien een strenge blik in hun ogen, wie zal het zeggen? We belanden na een duistere rit via een tweetal markten bij het hotel-restaurant Anom dat in de reisgids wordt aanbevolen. Het is een Chinees waar een kloeke matrone heerszuchtig de scepter zwaait, ze heeft behoorlijk de wind onder haar 11-koppige personeel. Na enig misverstand worden we toch nog bediend. Het eten is er lekker, zoals altijd bij de chinees. Ook de airco bevalt ons goed in de broeierige sfeer van het ongezonde Pekanbaru. Het is hier een echte malariastreek.
We
maken een avondwandelingetje in de omgeving. Het verkeer raast er langs als
ware Pekanbaru een wereldstad. We vergapen ons voor de etalages van twee
"Holland Bakery"'s. Het is er slecht verlicht en we moeten verdomd
goed oppassen dat we niet in een van de diepe, open riolen donderen en de
poten breken. In een zogenaamde karaoke-nachtclub drinken we relatief duur
bier. De klanten mogen er op het podium zelf liedjes zingen, een vorm van
vermaak die overgewaaid is vanuit Japan. Clim maakt denigrerende opmerkingen
over het optreden van een zangeres, maar hij realiseert zich niet dat zij
slechts een amateur is. Jos laat zijn schoenen poetsen door sjofele knaapjes
die de zaak op klanten afschuimen. We bewonderen er ook nog de uiterst
vaardige manier waarop de loempiabakker met zijn deeg omgaat. Voor een luttel
bedrag nemen we de bemo terug naar het hotel. Voor we ons te rusten leggen slaan we gekoelde flessen mineraalwater in, niet alleen om te drinken maar ook om ermee onze tanden te poetsen. Ben voldoet alvast de hotelrekeningen, dan hoeven we dat niet meer morgenochtend vroeg te doen; alweer een zorg minder. De nurkse receptionist zal voor een taxi zorgen.
|
|
ONZE ANDERE REISVERSLAGEN ALASKA / ARGENTINIË / AUSTRALIË / AVONTUREN / BALKANREIS / BELGIË / BELIZE / BULGARIJE / CANADA / CALIFORNIË / CHILI / CHINA / CUBA / CURAÇAO / CYPRUS / DENEMARKEN / DUITSLAND / ECUADOR / EGYPTE / ENGELAND / ESTLAND / FILIPPIJNEN / FINLAND / FOTOSITE / FRANKRIJK / GRIEKENLAND / GUATEMALA / HONGARIJE / INDIA / INDONESIË / IRAN / ISRAËL / ITALIË / JORDANIË / KRETA / KROATIË / LETLAND / LITOUWEN / MADEIRA / MALEISIË / MALLORCA / MALTA / MAROKKO / MEXICO YUCATAN / MEXICO / NEPAL / NEW YORK / NOORWEGEN / OEKRAÏNE / OEZBEKISTAN / OOSTENRIJK / PARAGUAY / PERU / POLEN / PORTUGAL / REISFOTO'S / ROEMENIË / RUSLAND / SCANDINAVIË / SICILIË / SINGAPORE / SLOVENIË / SLOWAKIJE / SPANJE / SRI LANKA / SYRIË / THAILAND / TSJECHIË / TUNESIË / TURKIJE / UNESCO - SITE / URUGUAY / USA / WERELDERFGOED |