MEDAN
Start HEENREIS MEDAN BRASTAGI TOBA - MEER HIGHWAY MINANGKABAU PEKANBARU VLIEGEN 

Info Indonesie SUMATRA


Start
Info Indonesie
SUMATRA

HEENREIS
MEDAN
BRASTAGI
TOBA - MEER
HIGHWAY
MINANGKABAU
PEKANBARU
VLIEGEN

EEN  STAD IN VERVAL     

Terwijl Robbert blijft slapen gaan we met zijn drieën geld wisselen in een ander hotel verderop in de straat. We ontvangen een slechte koers. Clim maakt een foto als Ben en Jos prinsheerlijk zetelen op een voormalige sultanstroon.

Om drie uur is Boelie, Robbert dus, weer aanspreekbaar en vertrekken we zuidwaarts voor een lange wandeling die ons al  naar het park met vijver tegenover de Mesjid Raya (de Grote Moskee) voert. Hier verpozen we even en stippelen we een verdere route uit. Een stuk verderop bezoeken we het voormalige paleis van de sultan, de Maimoon Istana, dat een even vervallen indruk maakt als de Moskee. We worden er rondgeleid door een jongeman die heel wat van de Nederlandse koloniale geschiedenis afweet. Vooral Nederlandse  toeristen doen dit paleis aan. De huidige sultan heeft er nog steeds zijn woonvertrekken.

Maimoon  Istana

Paleis

van de

Sultan van Deli

Na het paleis richten we onze schreden noordwaarts. Onderweg drinken we bronwater dat we bij een stalletje hebben aangeschaft. Op een gegeven moment gaan we van de grote weg af en belanden we in een onvervalste kampong, een soort stadswijk waarin het armere deel van de bevolking gehuisvest is in zelf gemaakte optrekjes. Het ziet er vervuild en chaotisch uit. We baren opzien als witte Belanda's in deze voor ons maagdelijke, typisch Maleise buurt. Als we voorbij sjokken verstommen hier en daar de gesprekken van de autochtonen. De kinderen, in alle soorten en maten maar vooral veel, staren ons verbaasd aan. We voelen ons enerzijds als een kat in een vreemd pakhuis, anderzijds lijken we wel indringers die het recht op privacy van deze mensen schenden.

Al gauw verlaten we de kampong en staan we boven de brug over de plaatselijke kali, de Deli-rivier. We zijn ervan getuige dat de rivier voor de volgende doeleinden wordt gebruikt: als drinkwatervoorziening, als wasgelegenheid voor mens en kleding, als viswater, als toilet, als zwembad voor de kinderen, als vervoermiddel.

Jos maakt een nietszeggend praatje met een politieagent. Op een hoek zit een groepje mannen op hun hurken te schaken. Ben durft hun niet uit te dagen voor een partijtje. Aan een stalletje leren Clim en Jos hoe ze de stekelvrucht ramboutan moeten eten. Na verloop van tijd stoten we toevallig op het bureau voor tourist information. Veel hebben ze daar echter niet te bieden. In dezelfde straat ligt het beste restaurant van de stad, het oud-koloniale Tip Top. Op het terras laven we ons aan koffie en thee; Robbert probeert er alvast de soep uit. Onze bestelling wordt op een ouderwetse serveerboy naar ons toe gereden. We besluiten hier terug te komen om er uitgebreid te spijzen.

Op de Meydan, een ooit groene, maar nu zanderige vlakte midden in de stad (in veel steden meer gebruikelijk "padang" genaamd), huren we motor betjaks. We zitten er in een soort zijspan en bemerken nu pas echt hoe vuil de stad is. We stikken bijna in de uitlaatgassen. Daar staat tegenover dat je vrij uitzicht hebt op het woelige verkeer hier, dat trouwens links rijdt. Achteraf blijken deze gemotoriseerde fietstaxi's twee keer zo duur te zijn als een taxi. En dat na behoorlijk getaward te hebben. (Het woord ‘tawarren’ betekent in het Bahasa afdingen.)

Nasi padang

 

Een keur aan kostelijke gerechten, de meeste ervan zijn behoorlijk pittig. Je rekent af wat je gebruikt hebt. Dat was steeds smullen geblazen!

's Avonds zitten we in een belendend restaurant, Family genaamd, aan tafel. We bestellen voor ons vieren "nasi padang"; je krijgt dan 12 verschillende gerechten opgediend waarvan je naar believen kunt eten. Sommige gerechten zijn bijzonder pikant, evenals de rekening die nogal gepeperd was, naar Indonesische begrippen tenminste. Boosdoener waren de vele door ons genuttigde flessen bier, die duurder bleken dan het eten zelf! Ben eet het minste, meestal deelt hij zijn porties dan met Robbert. Clim en Jos zitten wat betreft hoeveelheid voedsel tot zich nemen tussen deze twee extremen in. Wat drinken betreft spant Clim absoluut de kroon, op de voet gevolgd door Robbert. Ook op dit gebied sluit Ben bescheiden de rij.

Ben gaat vroeg naar bed. De anderen lopen naar de Chinese avondmarkt, de pasar malam. De pasar bestaat uit een levendige straathandel met vooral veel eetstalletjes waar je de meest exotische gerechten kunt krijgen: gerookte slang, geitentestikels en schapenogen, geroosterde hagedis, gekookte schildpad en allerlei kleine zangvogeltjes. Gelukkig hebben ze er ook varkensvlees te koop. Er is ook een fruitmarkt, met name de Koning der Vruchten, de stekelvrucht doerian, wordt hier in grote hoeveelheden te koop aangeboden. We strijken er neer op een terras en bestellen flessen Bintang-bier. Terwijl we drinken trekken er Jeroen Bosch-achtige taferelen aan ons oog voorbij: een blinde en kreupele bedelares aan de hand gevoerd door haar ziende dochtertje, een ongelukkige zonder benen die, zittend op een plank met wieltjes eronder, zich met zijn armen voortbeweegt tussen het stinkend afval. De Chinezen zijn hier niet alleen in de meerderheid, maar ze zijn er ook duidelijk de baas. Alle minderwaardige baantjes worden uitgevoerd door Maleiers. Uit medelijden koopt Jos 2 speelgoedkuikentjes met fluitje waarmee een peuter midden op een druk kruispunt staat te leuren. Niemand kijkt daarvan op overigens. We lopen weer terug naar het hotel, extra beducht voor gaten en kuilen onderweg want straatverlichting is er slechts minimaal. We zijn moe en gaan  slapen.

Hotnida heet het meisje dat ons ’s morgens bij het ontbijt bedient. Ze is een rasechte Batakse, zegt ze. We kiezen voor American breakfast, daar zitten tenminste eieren bij.Met 2 fietsbetjaks en 1 motorbetjak gaan we naar de grote markt. Eerst bezoeken we de open fruit- en vismarkt. We hebben er veel bekijks, vooral de vrouwen zijn er vrijgevochten en goedlachs en roepen ons na: "Hey mister, I love you!” De overdekte markt is enorm uitgestrekt, het was ooit de grootste van Zuidoost-Azië. Het stinkt hier minder erg dan buiten. We zien er afgrijselijke geitenkoppen te koop liggen. Bij de specerijen ruikt het lekker. Clim moet van een vrijmoedige marketentster persé een broek passen, maar daarvoor past hij.Buiten zijn ze bij een theestalletje aan het schaken. Robbert neemt het onvervaard op tegen een van de spelers. In no time wordt hij verpletterend verslagen. De mannen rondom deze 'kedai kopi' (letterlijk koffiekraampje) gaan vriendelijk met ons buitenlanders om.

Robbert met Bennie

Jos alleen

Met betjaks gaan we naar het oud-koloniale postkantoor (mooie hal). Bij aan­komst worden we omsingeld door verkopers, handelaars, sjacheraars. Terwijl Jos ansichtkaarten aan het kopen is, staat Clim gul Gauloises uit te delen uit het pakje van Jos. "Hey John," roepen ze, "give me a cigarette!" en hup!, daar gaat weer een van Jos zijn saffies. We kopen postzegels, hetgeen hier makkelijker lijkt dan het in werkelijkheid is.

Via het schitterend witte stadhuis, de Balai Kota, bereiken we de Bank Im- en Ekspor. Het oversteken van de weg heeft hier heel wat voeten in aarde. Er zijn helemaal geen voetgangersoversteekplaatsen en niemand stopt. Het snelverkeer raast voort, de voetganger is niet in tel in deze streken. Een stel giechelende schoolmeisjes gebruikt de brede Robbert als buffer bij het oversteken; plezier dat ze hebben! Als eendjes kwetterend volgen ze hem; als er iemand overreden wordt dan is het in ieder geval eerst die Belanda, zie je ze denken. In de bank is het heerlijk koel. We wisselen traveler cheques in. Ben zoekt een w.c. op. Hij ziet wat bleekjes rond de neus als hij terugkomt, lange tijd later. Na enige pressie verklaart hij waarom: hij is met zijn blote kont op het vieze open gat van de hurk-w.c. gaan zitten. We kunnen het aanvankelijk niet geloven, zoiets doe je toch niet. Het is begrijpelijk waarom hij walgt. We hopen dat hij in de toekomst iets minder onorthodox gebruik zal maken van hurktoiletten, want die zal hij nog talloze malen tegenkomen.

We slaan een andere richting in. Op een brug boven het spoor blijft Ben ineens stokstijf staan. "Ik voel me niet goed, ik moet naar de w.c., ik heb buikkrampen, laten we teruggaan naar het hotel." Zijn statement is kort en krachtig. Hij is de protégé van Clim, dus deze neemt een betjak en weg zijn ze. Jos en Robbert lopen door naar een Chinese tempel, die er van binnen prachtig uitziet met veel beelden, versieringen en offerandes van fruit. Er staan tientallen schrijnen en altaren opgesteld en er is een winkel die ruim gesorteerd is in wierook en vuurwerk. Een oude, tandeloze Chinees bij de uitgang perst hun een aalmoes af. Ze willen de goden niet tarten door botweg te weigeren. In de buurt ligt ook een Hindoetempel, maar die blijkt gesloten te zijn. In een kedai kopi drinken ze cola, waarna ze de motor terug naar het hotel nemen.

Bij de kali (rivier) vinden tal van activiteiten plaats. De rivieren zijn dan ook behoorlijk vervuild.

En wie zitten daar uitgebreid te lunchen? Ben en Clim. Het is dus allemaal wel meegevallen met die buikklachten. Na de lunch verkennen we een ander gedeelte van Medan. We slenteren door een redelijke buurt, niet echt arm. De huisjes zijn er weliswaar van hout, maar zien er goed verzorgd uit. Er staan hier en daar ook stenen villa's tussen die aan dokters en advocaten toebehoren. Op straat hebben we veel aanspraak. Het "hey mister' en "hallo" is er niet van de lucht. Er hangt een vriendelijke sfeer, ook in de kedai kopi waar we even vertoeven voor een verfrissing. We maken een praatje met verschillende inheemsen en draaien sjekkies voor hen. We lopen verder de wijk in, de mensen blijven vriendelijk. Jos koopt kerrieballetjes bij een gebocheld jochie met kippenborst die daarna niet van ons weg te slaan is. Bij de Grote Moskee komen we weer op bekend terrein. Een stuk verderop is een gigantische verkeersopstopping bij een gesloten spoorwegovergang. De bomen blijven hier wel een kwartier lang dicht. Iedereen laat de motor gewoon aanstaan, de uitlaatgassen verstikken al gauw de hele omgeving. We steken de rivier over, maar belanden in een chique buurt met internationale hotels waar betjaks worden geweerd. We draaien ons om en zoeken het terras van grand café en restaurant Tip Top op. We rusten uit van de forse wandeling die we achter de rug hebben.

Later op de avond dineren we copieus in het 'fully a.c.' eetgedeelte. Een van de oudere obers spreekt Nederlands. Een groep Franse en Nederlandse toeristen komt binnen, rumoerig en arrogant. Op het overdekte terras nemen we nog een afzakkertje, want buiten woedt een waar noodweer. Met taxi naar hotel waar het licht uitvalt terwijl Clim en Robbert nog een laatste saluut aan Koning Alcohol brengen. Ben en Jos houden het bij water, bij kaarslicht op hun kamers.

Vorige Start Volgende


ONZE  ANDERE  REISVERSLAGEN

ALASKA   /  ARGENTINIË   /   AUSTRALIË   /  AVONTUREN  /  BALKANREIS  /  BELGIË  /  BELIZE   /  BULGARIJE  /  CANADA   /   CALIFORNIË   /   CHILI   /   CHINA   /   CUBA   /   CURAÇAO   /   CYPRUS   /   DENEMARKEN   /   DUITSLAND   /  ECUADOR   /   EGYPTE   /   ENGELAND   /  ESTLAND  /  FILIPPIJNEN  /  FINLAND   /  FOTOSITE  /  FRANKRIJK  / GRIEKENLAND  /  GUATEMALA   / HONGARIJE   /  INDIA  /  INDONESIË  /    IRAN  /   ISRAËL  /   ITALIË   /  JORDANIË   /   KRETA   /   KROATIË   /  LETLAND   /   LITOUWEN   /   MADEIRA   /   MALEISIË   /   MALLORCA   /  MALTA  /   MAROKKO   /   MEXICO YUCATAN   /   MEXICO  /  NEPAL   /   NEW YORK   /   NOORWEGEN   / OEKRAÏNE /   OEZBEKISTAN   /  OOSTENRIJK  /   PARAGUAY   /   PERU   /   POLEN   /  PORTUGAL  /   REISFOTO'S   / ROEMENIË   / RUSLAND   /   SCANDINAVIË   /   SICILIË   /   SINGAPORE   /   SLOVENIË   /  SLOWAKIJE SPANJE   /   SRI  LANKA   /   SYRIË   /   THAILAND   /  TSJECHIË   /   TUNESIË   /   TURKIJE   /   UNESCO - SITE   /   URUGUAY   /   USA    /  WERELDERFGOED