|
|
EEN
STAD IN VERVAL
Na het paleis richten we onze schreden noordwaarts. Onderweg drinken we
bronwater dat we bij een stalletje hebben aangeschaft. Op een gegeven moment
gaan we van de grote weg af en belanden we in een onvervalste kampong, een
soort stadswijk waarin het armere deel van de bevolking gehuisvest is in zelf
gemaakte optrekjes. Het ziet er vervuild en chaotisch uit. We baren opzien als
witte Belanda's in deze voor ons maagdelijke, typisch Maleise buurt. Als we
voorbij sjokken verstommen hier en daar de gesprekken van de autochtonen. De
kinderen, in alle soorten en maten maar vooral veel, staren ons verbaasd aan.
We voelen ons enerzijds als een kat in een vreemd pakhuis, anderzijds lijken
we wel indringers die het recht op privacy van deze mensen schenden. Al gauw verlaten we de kampong en staan we boven de brug over de plaatselijke kali, de Deli-rivier. We zijn ervan getuige dat de rivier voor de volgende doeleinden wordt gebruikt: als drinkwatervoorziening, als wasgelegenheid voor mens en kleding, als viswater, als toilet, als zwembad voor de kinderen, als vervoermiddel.
Jos
maakt een nietszeggend praatje met een politieagent. Op een hoek zit een
groepje mannen op hun hurken te schaken. Ben durft hun niet uit te dagen voor
een partijtje. Aan een stalletje leren Clim en Jos hoe ze de stekelvrucht
ramboutan moeten eten. Na verloop van tijd stoten we toevallig op het bureau
voor tourist information. Veel hebben ze daar echter niet te bieden. In
dezelfde straat ligt het beste restaurant van de stad, het oud-koloniale Tip
Top. Op het terras laven we ons aan koffie en thee; Robbert probeert er alvast
de soep uit. Onze bestelling wordt op een ouderwetse serveerboy naar ons toe
gereden. We besluiten hier terug te komen om er uitgebreid te spijzen. Op
de Meydan, een ooit groene, maar nu zanderige vlakte midden in de stad (in
veel steden meer gebruikelijk "padang" genaamd), huren we motor
betjaks. We zitten er in een soort zijspan en bemerken nu pas echt hoe vuil de
stad is. We stikken bijna in de uitlaatgassen. Daar staat tegenover dat je
vrij uitzicht hebt op het woelige verkeer hier, dat trouwens links rijdt.
Achteraf blijken deze gemotoriseerde fietstaxi's twee keer zo duur te zijn
als een taxi. En dat na behoorlijk getaward te hebben. (Het woord ‘tawarren’
betekent in het Bahasa afdingen.)
's
Avonds zitten we in een belendend restaurant, Family genaamd, aan tafel. We
bestellen voor ons vieren "nasi padang"; je krijgt dan 12
verschillende gerechten opgediend waarvan je naar believen kunt eten. Sommige
gerechten zijn bijzonder pikant, evenals de rekening die nogal gepeperd was,
naar Indonesische begrippen tenminste. Boosdoener waren de vele door ons
genuttigde flessen bier, die duurder bleken dan het eten zelf! Ben eet het
minste, meestal deelt hij zijn porties dan met Robbert. Clim en Jos zitten wat
betreft hoeveelheid voedsel tot zich nemen tussen deze twee extremen in. Wat
drinken betreft spant Clim absoluut de kroon, op de voet gevolgd door Robbert.
Ook op dit gebied sluit Ben bescheiden de rij. Ben
gaat vroeg naar bed. De anderen lopen naar de Chinese avondmarkt, de pasar
malam. De pasar bestaat uit een levendige straathandel met vooral veel
eetstalletjes waar je de meest exotische gerechten kunt krijgen: gerookte
slang, geitentestikels en schapenogen, geroosterde hagedis, gekookte schildpad
en allerlei kleine zangvogeltjes. Gelukkig hebben ze er ook varkensvlees te
koop. Er is ook een fruitmarkt, met name de Koning der Vruchten, de
stekelvrucht doerian, wordt hier in grote hoeveelheden te koop aangeboden. We
strijken er neer op een terras en bestellen flessen Bintang-bier. Terwijl we
drinken trekken er Jeroen Bosch-achtige taferelen aan ons oog voorbij: een
blinde en kreupele bedelares aan de hand gevoerd door haar ziende dochtertje,
een ongelukkige zonder benen die, zittend op een plank met wieltjes eronder,
zich met zijn armen voortbeweegt tussen het stinkend afval. De Chinezen zijn
hier niet alleen in de meerderheid, maar ze zijn er ook duidelijk de baas.
Alle minderwaardige baantjes worden uitgevoerd door Maleiers. Uit medelijden
koopt Jos 2 speelgoedkuikentjes met fluitje waarmee een peuter midden op een
druk kruispunt staat te leuren. Niemand kijkt daarvan op overigens. We lopen
weer terug naar het hotel, extra beducht voor gaten en kuilen onderweg want
straatverlichting is er slechts minimaal. We zijn moe en gaan
slapen. Hotnida heet het meisje dat ons ’s morgens bij het ontbijt bedient. Ze is een rasechte Batakse, zegt ze. We kiezen voor American breakfast, daar zitten tenminste eieren bij.Met 2 fietsbetjaks en 1 motorbetjak gaan we naar de grote markt. Eerst bezoeken we de open fruit- en vismarkt. We hebben er veel bekijks, vooral de vrouwen zijn er vrijgevochten en goedlachs en roepen ons na: "Hey mister, I love you!” De overdekte markt is enorm uitgestrekt, het was ooit de grootste van Zuidoost-Azië. Het stinkt hier minder erg dan buiten. We zien er afgrijselijke geitenkoppen te koop liggen. Bij de specerijen ruikt het lekker. Clim moet van een vrijmoedige marketentster persé een broek passen, maar daarvoor past hij.Buiten zijn ze bij een theestalletje aan het schaken. Robbert neemt het onvervaard op tegen een van de spelers. In no time wordt hij verpletterend verslagen. De mannen rondom deze 'kedai kopi' (letterlijk koffiekraampje) gaan vriendelijk met ons buitenlanders om.
Met
betjaks gaan we naar het oud-koloniale postkantoor (mooie hal). Bij aankomst
worden we omsingeld door verkopers, handelaars, sjacheraars. Terwijl Jos
ansichtkaarten aan het kopen is, staat Clim gul Gauloises uit te delen uit het
pakje van Jos. "Hey John," roepen ze, "give me a cigarette!"
en hup!, daar gaat weer een van Jos zijn saffies. We kopen postzegels, hetgeen
hier makkelijker lijkt dan het in werkelijkheid is.
We slaan een andere richting in. Op een brug boven het spoor blijft Ben ineens stokstijf staan. "Ik voel me niet goed, ik moet naar de w.c., ik heb buikkrampen, laten we teruggaan naar het hotel." Zijn statement is kort en krachtig. Hij is de protégé van Clim, dus deze neemt een betjak en weg zijn ze. Jos en Robbert lopen door naar een Chinese tempel, die er van binnen prachtig uitziet met veel beelden, versieringen en offerandes van fruit. Er staan tientallen schrijnen en altaren opgesteld en er is een winkel die ruim gesorteerd is in wierook en vuurwerk. Een oude, tandeloze Chinees bij de uitgang perst hun een aalmoes af. Ze willen de goden niet tarten door botweg te weigeren. In de buurt ligt ook een Hindoetempel, maar die blijkt gesloten te zijn. In een kedai kopi drinken ze cola, waarna ze de motor terug naar het hotel nemen.
En
wie zitten daar uitgebreid te lunchen? Ben en Clim. Het is dus allemaal wel
meegevallen met die buikklachten. Na de lunch verkennen we een ander gedeelte
van Medan. We slenteren door een redelijke buurt, niet echt arm. De huisjes
zijn er weliswaar van hout, maar zien er goed verzorgd uit. Er staan hier en
daar ook stenen villa's tussen die aan dokters en advocaten toebehoren. Op
straat hebben we veel aanspraak. Het "hey mister' en "hallo" is
er niet van de lucht. Er hangt een vriendelijke sfeer, ook in de kedai kopi
waar we even vertoeven voor een verfrissing. We maken een praatje met
verschillende inheemsen en draaien sjekkies voor hen. We lopen verder de wijk
in, de mensen blijven vriendelijk. Jos koopt kerrieballetjes bij een gebocheld
jochie met kippenborst die daarna niet van ons weg te slaan is. Bij de Grote
Moskee komen we weer op bekend terrein. Een stuk verderop is een gigantische
verkeersopstopping bij een gesloten spoorwegovergang. De bomen blijven hier
wel een kwartier lang dicht. Iedereen laat de motor gewoon aanstaan, de
uitlaatgassen verstikken al gauw de hele omgeving. We steken de rivier over,
maar belanden in een chique buurt met internationale hotels waar betjaks
worden geweerd. We draaien ons om en zoeken het terras van grand café en
restaurant Tip Top op. We rusten uit van de forse wandeling die we achter de
rug hebben. Later op de avond dineren we copieus in het 'fully a.c.' eetgedeelte. Een van de oudere obers spreekt Nederlands. Een groep Franse en Nederlandse toeristen komt binnen, rumoerig en arrogant. Op het overdekte terras nemen we nog een afzakkertje, want buiten woedt een waar noodweer. Met taxi naar hotel waar het licht uitvalt terwijl Clim en Robbert nog een laatste saluut aan Koning Alcohol brengen. Ben en Jos houden het bij water, bij kaarslicht op hun kamers. |
|
ONZE ANDERE REISVERSLAGEN ALASKA / ARGENTINIË / AUSTRALIË / AVONTUREN / BALKANREIS / BELGIË / BELIZE / BULGARIJE / CANADA / CALIFORNIË / CHILI / CHINA / CUBA / CURAÇAO / CYPRUS / DENEMARKEN / DUITSLAND / ECUADOR / EGYPTE / ENGELAND / ESTLAND / FILIPPIJNEN / FINLAND / FOTOSITE / FRANKRIJK / GRIEKENLAND / GUATEMALA / HONGARIJE / INDIA / INDONESIË / IRAN / ISRAËL / ITALIË / JORDANIË / KRETA / KROATIË / LETLAND / LITOUWEN / MADEIRA / MALEISIË / MALLORCA / MALTA / MAROKKO / MEXICO YUCATAN / MEXICO / NEPAL / NEW YORK / NOORWEGEN / OEKRAÏNE / OEZBEKISTAN / OOSTENRIJK / PARAGUAY / PERU / POLEN / PORTUGAL / REISFOTO'S / ROEMENIË / RUSLAND / SCANDINAVIË / SICILIË / SINGAPORE / SLOVENIË / SLOWAKIJE / SPANJE / SRI LANKA / SYRIË / THAILAND / TSJECHIË / TUNESIË / TURKIJE / UNESCO - SITE / URUGUAY / USA / WERELDERFGOED |