BRASTAGI
Start HEENREIS MEDAN BRASTAGI TOBA - MEER HIGHWAY MINANGKABAU PEKANBARU VLIEGEN 

Info Indonesie SUMATRA


Start
Info Indonesie
SUMATRA

HEENREIS
MEDAN
BRASTAGI
TOBA - MEER
HIGHWAY
MINANGKABAU
PEKANBARU
VLIEGEN

GROEN EN KOEL BERGOORD

   ‘s Morgens zit de eetzaal vol pas aangekomen Nederlandse toeristen. Clim rekent het ontbijt af. Als serveerster Hotnida lang blijft treuzelen, begint het bij Clim te dagen: het grietje verwacht natuurlijk een fooitje! Hetgeen ze krijgt, wordt ze toch beloond voor haar taai doorzettingsvermogen. We kruipen in een taxi en laten ons naar het busstation richting binnenland rijden. Binnen een minuut hebben we de goede bus (25 personen) en zijn we erin geklommen. We moeten voor 5 personen betalen, ook al zijn we met zijn vieren. In verband met onze westerse omvang nemen we de ruimte van 5 man in beslag, vandaar. Alleszins redelijk dus. We zitten op de achterbank, niet echt bekrompen.

Dorpsmoskee

Bevrijdingsmonument

De rit duurt anderhalf uur en kost fl 5 per pers. Clim komt tot de ontdekking dat hij de sleutel van de hotelkamer nog in zijn bezit heeft. Het Mitsibushi-busje bereikt op de redelijk begaanbare wegen toch een behoorlijke snelheid. De chauffeur doet alsof hij alleen op de weg is; hij rijdt pittig, het busje heeft het daartoe vereiste motorvermogen. Onderweg wordt het volgepropt met passagiers. Een vrouw met twee levende kippen vindt alleen nog een plekje bovenop het dak waar ook de bagage vastgesjord ligt. We doen ons best niet te denken aan het gevaar van een klapband. Na een tijdje zijn we de vlakte van Deli uit en klimmen we de bergen in. Hier en daar verspreid zien we in wolken gehulde vulkanen opdoemen. Langs de weg liggen hier en daar verbazend aantrekkelijke buitenhuizen, soms met zwembad en tennisbaan erbij.

In Brastagi, eigenlijk gewoon een klein stadje van 10.000 inwoners, worden we bij een wisma, een soort herberg, afgezet. In deze Wisma Sibaya nemen we onze intrek: met zijn vieren op één kamer. Die biedt weinig komfort, slechts 2 bedden, een matras op de grond, wat spijkers aan de muur en een tweetal muskietennetten, dat is het. Daarentegen is ze wel bespottelijk goedkoop: een knaak per persoon. Het blijkt een hippieonderkomen te zijn waar alles op goed vertrouwen gebeurt en de sfeer easy en vredelievend is. We wanen ons weer terug in de jaren zestig en zeventig. De cliëntèle is internationaal en blank, gemiddeld tegen de dertig en studeert of heeft dat gedaan. Een ander gemeenschappelijk kenmerk: niemand van hen wil een gulden te veel uitgeven. Aan de receptie zit Helena, een Batakvrouwtje van rond de dertig. Robbert kan het goed met haar vinden. Hij schrijft in op een speciale Batak-avond en reserveert alvast een taxi naar ons volgende reisdoel Prapat aan het Tobameer. Clim doet de was, terwijl de anderen wat rondlummelen of iets drinken in de gemeenschapsruimte. Drank kun je er zelf uit de koelkast pakken, wat je drinkt dien je op te schrijven op je kamerrekening. Zal hier nooit iemand de boel flessen?

‘s Middags gaan we te voet het stadje in. De temperatuur is aangenaam. We lopen er over de fruit- en groentemarkt, die behoorlijk smerig is: veel modder en afval op de grond. We kopen een bos ramboutans en smikkelen die met smaak op. Ben waagt zich er niet aan. De bevolking is gewend aan westerlingen en toont zich duidelijk minder enthousiast tegenover ons. In  meer ontsloten gebieden treffen we die gereserveerde houding vaker aan. We lunchen in een Chinees restaurant in de hoofdstraat: ongelovig nemen we kennis van de schandelijk lage prijzen. We voelen ons welhaast uitbuiters. Voor fl 15 hebben we er met zijn vieren gegeten en gedronken. Clim probeert er voor het eerst eetstokjes uit.

Een van de drie kegelvormige vulkanen die rond Brastagi verspreid liggen.

Er volgt een wandeling naar de heuvel Bukit Gundaling die aan de rand van de stad ligt. We posten ansichtkaarten bij het kleine postkantoor tegenover een oorlogsmonument dat herinnert aan de heroïsche strijd van de pemuda's (onafhankelijkheidsstrijders in Indonesische ogen) ofwel de peloppers (rebellen in Nederlandse ogen) tegen het wrede koloniale bewind van de Hollanders. Via tuintjes (met uitheemse groentesoorten zoals bloemkool, boontjes, erwtjes en kool) en aarden paadjes geraken we op de helling waar her en der verspreid villa's in het weelderige groen verscholen liggen. Halverwege haken Ben en Robbert af en gaan Jos en Clim alleen verder naar de top. Daar is een prima uitzicht. Een groepje schoolmeisjes van de SMA (hoogste klassen middelbare school) vindt niet de omgeving maar eerder ons een bezienswaardigheid. We zien drie vulkanen liggen. Morgen zullen we één ervan trachten te bedwingen.

Via de andere kant dalen we af. Robbert heeft vraagtekens wat betreft de bediening van de camera die hij van zijn zus Elsevier heeft geleend. Als hij aan de rand van een afgrond staat, geeft de camera de instructie "Ga dichterbij" en meer van dat fraais. Een gevaarlijke brok techniek, dat is het! Aan de andere kant van de heuvel ontrolt zich een Engels aandoend parklandschap voor onze ogen: perfect bijgehouden gazons met grazende paardjes erop, ruim opgezette landhuizen van hout, een luxe hotel in plaatselijke stijl. We drinken flesjes fris langs de weg. We nemen hetzelfde paadje terug naar het centrum. Daar is net een samenscholing rondom een verteller. Verhalen vertellen is een geliefd tijdverdrijf in de dorpjes hier. Om vijf uur zijn we weer in de wisma. We doden onze tijd ieder op zijn eigen wijze: Jos maakt aantekeningen en leest een scriptie van de K.U. Nijmegen, Robbert drinkt een fles bier en praat met een Nederlands meisje, Clim is bezig met het wasgoed aan de lijn. Ben ligt op bed.

Om zeven uur, het is dan al een uur duister, staan we gereed om naar het feest van de Karo-Bataks in het op 25 km afstand gelegen dorpje Suka te gaan. Het busje vertrekt een half uur te laat. Ons gezelschap bestaat uit 52 personen: 4 busjes met ieder 13 personen. De samenstelling van de groep is bijzonder internationaal: Denen, Duitsers, Britten, Zwitsers, Fransen, Nederlanders, Limburgers, Canadezen, Australiërs en Engels sprekend volk van onbestemde herkomst. De rit duurt 40 minuten. In het donker moeten we steeds weer voor overstekend vee uitwijken. In het dorp heerst een volslagen duisternis. We worden in een soort schuur onthaald op zoete thee en kleefrijst, terwijl we onbeholpen op de vloer zitten. Robbert heeft al gauw pijn aan zijn stuitje. De kleefrijst is in bamboeschachten gekookt en schijnt een typisch Batakgerecht te zijn. We eten met de handen en het is een plakkerige bedoening in die benauwde ruimte. We krijgen gelukkig nog een bord met gewone witte rijst toe, wat groente erop en hier en daar nog een stukje varkensafval, vooral vet en spek. Clim verslikt zich in een lombokpepertje en maakt misbaar. Zo krijgen we toch nog iets binnen, want we hadden vooraf met opzet niets gegeten. Er was ons immers een diner voorgespiegeld…

In optocht gaan we naar het dorpscentrum waar de festiviteiten plaats zullen vinden. Het wordt een vernederende tocht van 52 westerlingen in een pikzwarte nacht. Langs de kant staat de plaatselijke dorpsjeugd ons uit te lachen, ja, hier en daar soms gewoon uit te jouwen. Midden in het dorp is een overdekte ruimte: een soort permanente feesthal zonder muren. Het is er bomvol, voor ons is nergens plaats gereserveerd. Een half uur lang staan dorpshoofden en andere hoogwaardigheids bekleders elkaar veren in de kont te steken. We verstaan die toespraken niet, vervelen ons en vinden na enig zoeken een dorpskroeg. Als we er binnenstappen kijkt men ons aan als waren we geesten. Een 17-jarig meisje bedient ons, ze praat een beetje Engels en fungeert als tolk. Als ze bij ons komt zitten, vindt het lokale manvolk dat de verbroedering ver genoeg gegaan is en wordt ze op niet mis te verstane wijze terecht gewezen. Een Engels paartje heeft ook de weg naar de "pub" gevonden en schuift bij ons aan. Na 7 kleine flesjes pils is de hele voorraad uitgeput. Het bier is er trouwens toch lauw, een goede reden derhalve om maar weer eens op te stappen.

Inmiddels is er op het plein toch leven in de brouwerij gekomen. Enkele  toeristen staan onwennig wiegelend op het podium tussen de Batakkers te dansen. We besluiten naar het busje te lopen om eerder te vertrekken. Er zijn echter geen afspraken gemaakt over vertrektijden en zo. We zitten wel een uur in het busje te wachten. Dat mag pas vertrekken als het helemaal vol is. We luisteren naar de conversatie van Deense en Canadese globetrotters die reiservaringen uitwisselen. Op een gegeven ogenblik wordt het Robbert en Clim te gortig. Als andere busjes al weg zijn staan we er nog steeds en dat terwijl we als eersten gereed staan sinds een uur. Ze worden hierover behoorlijk pissig en schieten fel uit hun slof. En zowaar, het helpt, alles is ineens mogelijk en binnen een minuut zijn we vertrokken.

 

In de verte woedt een hevig onweer, bliksemschichten doen de omgeving oplichten. Het gaat aanmerkelijk sneller dan op de heenreis. Tegen één uur bereiken we de wisma die potdicht zit. We voelen ons bekocht en bedrogen met deze excursie. We hebben deze avond maar een beetje bier gehad; foeterend en stevig balend vullen we onze glazen met whisky om toch nog onze dagelijkse dosis binnen te krijgen.Jos heeft zich opgeofferd en slaapt met een flinterdunne matras op de harde grond. Als hij opstaat voelt hij zich geradbraakt. We verslapen ons trouwens, het is al negen uur, eigenlijk veel te laat voor het programma dat we voor ogen hebben. Snel in de stad ontbijten en vervoer vinden naar de vallei die toegang verleent tot de vulkaan Sibayak (2400 meter hoog). Men vraagt er veel te hoge prijzen, dat heb je met al die toeristen hier, die drijven de prijzen voor normale diensten omhoog, zonder het zelf te willen natuurlijk. Robbert maakt van het tawarren een erekwestie en hij slaagt erin om uiteindelijk toch goedkoper vervoer te vinden. We rijden mee met een busje waarin ook nog andere landgenoten zitten. Als we bij de plaats van bestemming aankomen blijkt de prijs intussen toch nog verdubbeld te zijn! Bij Simpang Daulo worden we dus in twee betekenissen afgezet.  

De hele vallei doorlopen komt neer op een wandeling van 4 km en duurt iets meer dan een uur. Links van ons rijst het oerwoud als een muur op, regelmatig bereikt de roep van een gibbon ons oor. Rechts strekken zich groene akkers uit die verderop omhoog lijken te kruipen tegen de flanken van de in nevelen gehulde, nog werkende vulkaan. Links en rechts van de weg ligt het veld bezaaid met christelijke graven. We passeren een kerkje waarin net een dienst aan de gang is. De gelovigen zingen uit volle borst een psalm. Het is zondag, vandaar; we hebben hier met de Lutherse versie van het protestantisme te doen. 100 Meter verder ligt een moskee. Er staan ook nog kerkjes van andere gezindten. Langs de weg verkopen kinderen fruit. De mensen zijn hier weer vriendelijk. De gewassen in de moestuinen doen zeer Europees aan.

We lunchen in het dorpje dat aan de voet van de berg ligt. Heel eenvoudige nasi met groente en tahoe is onze kost. Een klein meisje biedt ons in perfect Engels de rekening aan, vertederend. Dwars door het traditionele dorp met houten adathuizen zoeken we ons een weg naar het pad dat om­hoog leidt. Het beeld van het dorp wordt voornamelijk bepaald door poepende kindertjes en in de modder wroetende varkens.

Op weg naar de vulkaan

Veel varkens in het dorp

Via de enige sawa's in de omgeving geraken we in de jungle aan de voet van de berg. Enkele jochies volgen ons tot daar. Nadat Jos kauwgom heeft  uitgedeeld verdwijnen ze. De klim is niet echt vermoeiend, hoewel het pad soms glibberig en zwaar begaanbaar is met allerlei bomen die de weg versperren. We zijn ongeveer op een/derde van de totale afstand als we afdalers tegenkomen. Die raden ons aan om terug te keren. De top zit vol mist en het is eigenlijk al veel te laat. Trouwens, het laatste busje vertrekt al om 4 uur en dat zouden we dan gegarandeerd missen. We besluiten de tocht af te gelasten, Clim met duidelijke tegenzin. Uiteindelijk dreigt het ook nog te gaan regenen en dat is een doorslaggevend argument. Op de terugweg gaat Ben goed onderuit, maar gelukkig loopt hij geen schade op. Jos heeft een veeg bloed op zijn wang, van een bloedzuiger of een mug, wie zal het zeggen? We komen een groep jonge Batakkers met buksen om hun schouders hangend tegen, die gaan op zwijnenjacht want de zondag is de traditionele dag daarvoor. We balen behoorlijk, want de beklimming van een vulkaan in Indonesië zou een van de hoogtepunten van onze reis betekenen. Vooral Clim verzucht steeds opnieuw: "Verslagen door een berg; hoe is het mogelijk!?". Hij blijft tot vervelens toe kniezen zodat hij door de anderen tot de orde moet worden geroepen.

 We verpozen ons een tijdje in de Hot Springs, warme thermaalbaden. Er wordt entreegeld gevraagd. Als Robbert het groengrijze water ingaat kruipen de Indonesische vrouwtjes haastig aan de kant. Het blijkt dat zij er met kleren en al in zaten. Robbert erin, die meiden eruit, desondanks stijgt de waterspiegel, ra ra hoe kan dat? Ook Ben en Clim nemen een bad. Jos beperkt zich tot pootjebaden. Er zijn meerdere baden op verschillend niveau. De Indonesiërs hebben hun best gedaan er iets aantrekkelijks van te maken, vandaar ook die entree. We drinken koffie en thee op een terras en laten ons vervolgens door een jongetje van 9 jaar (denkt Jos, in werkelijkheid is hij 14 jaar oud) naar het busje leiden. Na een tijdje wachten vertrekt het plotseling, zonder enige aankondiging. Onderweg stroomt het vol: de capaciteit van 10 personen (opgave fabrikant) blijkt een rekbaar begrip in deze contreien, uiteindelijk zitten 18 personen op elkaar geperst. Op het dak ligt metershoog de bagage, vooral groentebalen voor de markt. Die ligt even voor Brastagi en maakt een kleurige en woelige indruk. Het is een markt voor de groothandel, lijkt ons. In Brastagi zoeken we onmiddellijk onze herberg op.

 Als we 's avonds tegen zevenen willen gaan eten worden we geconfronteerd met een tropische regenbui. Aanvankelijk lopen we ook nog de verkeerde kant op, op zoek naar een befaamd restaurant met speciale varkensvleesgerechten. Er schijnt daar ook hond op het menu te staan en dat trekt met name Jos wel aan. We keren na een tijdje om en gaan naar een andere Chinees in het stadje. Robbert blijkt toch nog een trui aangetrokken te hebben ter bescherming tegen de regen;  hij ziet er uit als een verzopen kater. De Chinees verkoopt geen koud bier, daarom verkassen we eensgezind naar zijn concurrent aan de overkant. We hebben er wel gegeten, maar de kwaliteit komt ons twijfelachtig over.

Tot onze verrassing belanden we er temidden van de internationale hippie-incrowd. We ontdekken er zelfs de zwijgzame Zwitser die ook in het dorp Suka de vorige avond aanwezig was. En laat die westerse trekkers ook nog allemaal bier drinken! Voor fatsoenlijk onderdak hebben ze geen cent over, maar voor bier dat hier naar verhouding zo veel duurder is worden alle zuinigheidsprincipes overboord gezet. Wij zijn niet zo hypocriet en houden de serveerster nauwlettend in de gaten of zij na elke afgeleverde bierbestelling ook wel nieuwe flessen koud zet. Enfin, exact om 22.00 uur worden de luiken gesloten en gaan de deuren dicht. Ook hier al Polizeistunde?

Het hemelwater is opgehouden met bakken uit de lucht te vallen en het ruikt fris buiten. We zoeken de wisma op en nemen nog wat afzakkertjes uit de koelkast in de keuken. Met uitzondering van Ben, want die is moe en kruipt onder de klamboe. We hebben nog een hoop lol (daar zal de mate van bierconsumptie wel debet aan zijn), maar dat belet ons niet om vóór middernacht in de bult te liggen. Jos kan zijn draai niet vinden. Als om drie uur onder aan ons raam nog een westerse homo met zijn bruine vriend zit te smiespelen verjaagt hij die op nogal grove wijze. Och arm, ze deden zo hun best om te fluisteren. Van slapen komt dan niet veel meer terecht; hij verrekt van de pijn in zijn rug en bovendien ligt Clim ongehoord luidruchtig te snurken. Jos durft wel twee fluisterende homo's op hun nummer te zetten, maar om zijn eigen broer die de geluidsbarrière doorbreekt aan te pakken, daartoe ontbreekt hem het lef. Na een lang doorwaakte nacht staat hij om 7 uur 's morgens als eerste onder de mandie.

Vorige Start Volgende


ONZE  ANDERE  REISVERSLAGEN

ALASKA   /  ARGENTINIË   /   AUSTRALIË   /  AVONTUREN  /  BALKANREIS  /  BELGIË  /  BELIZE   /  BULGARIJE  /  CANADA   /   CALIFORNIË   /   CHILI   /   CHINA   /   CUBA   /   CURAÇAO   /   CYPRUS   /   DENEMARKEN   /   DUITSLAND   /  ECUADOR   /   EGYPTE   /   ENGELAND   /  ESTLAND  /  FILIPPIJNEN  /  FINLAND   /  FOTOSITE  /  FRANKRIJK  / GRIEKENLAND  /  GUATEMALA   / HONGARIJE   /  INDIA  /  INDONESIË  /    IRAN  /   ISRAËL  /   ITALIË   /  JORDANIË   /   KRETA   /   KROATIË   /  LETLAND   /   LITOUWEN   /   MADEIRA   /   MALEISIË   /   MALLORCA   /  MALTA  /   MAROKKO   /   MEXICO YUCATAN   /   MEXICO  /  NEPAL   /   NEW YORK   /   NOORWEGEN   / OEKRAÏNE /   OEZBEKISTAN   /  OOSTENRIJK  /   PARAGUAY   /   PERU   /   POLEN   /  PORTUGAL  /   REISFOTO'S   / ROEMENIË   / RUSLAND   /   SCANDINAVIË   /   SICILIË   /   SINGAPORE   /   SLOVENIË   /  SLOWAKIJE SPANJE   /   SRI  LANKA   /   SYRIË   /   THAILAND   /  TSJECHIË   /   TUNESIË   /   TURKIJE   /   UNESCO - SITE   /   URUGUAY   /   USA    /  WERELDERFGOED