|
Er wordt een statige lunch in het Grand Hotel van Nuwara
Elya geserveerd. Het hotel stamt uit de tijd van de Britse overheersing (British
Raj) en lijkt op een countryhouse temidden van de golflinks.
Fotostop bij een waterval
en later bij het uitzichtpunt van God’s Window. Daar krijgt John, een
kortademige medereiziger uit Den Haag, een hartaanval; hij ligt angstaanjagend
te piepen. Een stel vrouwen begint daarop ongecontroleerd te janken.
Gelukkig loopt het met een sisser af. Toevallig is die John de luiste en minst
sportieve van de hele troep. Met zijn vrouw Jannie, een rossig type uit een
volkswijk, heel joviaal, kan ik goed opschieten. Aankomst in Bandarawela om 5
uur. Alweer nemen we onze intrek in een koloniaal hotel, nu met echte klamboes
boven onze bedden hangend. Het regent nog steeds. Ik ben een van de weinigen
die desondanks het stadje verkennen. Inkopen doen bij "Cargill’s”,
een soort Hema. 's Avonds kunnen we ons te buiten gaan aan een
buffetdiner, het kan niet op. Overdaad schaadt, vind ik. Het hoogste punt dat
we vandaag hebben gepasseerd, ligt op 1899 meter. Een fraaie streek die je
echter wel met goed weer moet bekijken en dat is hier niet vaak het geval vanwege de
stijgingsregens. Niet voor niets gedijt thee hier zo goed.
|
 |