|
|
|
|
| Ik kan de reis rustig op mijn gemak voorbereiden, want ik heb op vrij dag voor de kerstvakantie de hele dag vrij. Pas om twee uur vertrek ik met een taxi naar het station. 's Morgens heb ik telefonisch afscheid genomen van mijn broer Corné, die ziek blijkt te zijn. Mijn andere broer Clim is nog net op tijd terug uit school om me uit te kunnen zwaaien. Om half vijf zit ik op Schiphol aan de koffie. Als een van de eersten haal ik mijn visum voor Nepal bij de OAD balie op. Ik dwaal wat rond door de tax free winkels en sla er mijn standaard vertrekuitrusting aan: whisky, shag, sigaretten en fotorolletjes. Om acht uur ontmoet ik Gijs, een collega van mij, in de vertrekhal. Ook hij gaat alleen naar Nepal, we hebben onafhankelijk van elkaar geboekt, dus hier is sprake van louter toeval! Hij verkeert in opperbeste stemming en vertelt me over zijn nieuwe vriendin. De rokers willen tot het laatste ogenblik nog aan hun sigaretjes lurken en gaan daarom als laatste het vliegtuig in. Op onverklaarbare wijze lopen we anderhalf uur vertraging op, wat voor ons betekent dat we nog vele extra trekjes aan onze sigaretten kunnen doen. Ik zit voorin tussen een stel Belgen die voor de hostesses een onverstaanbaar soort Nederlands spreken. Daarom worden ze steeds weer in het Engels aangesproken. |
|
De Boeing 757 maakt een tussenlanding in de stad Sjaijah, de hoofdstad van de Verenigde Arabische Emiraten. We moeten allemaal met de handbagage en al het vliegtuig uit, dat is vooral bedoeld om ons aan te zetten tot dure aankopen in de taxfree shops aldaar. Samen met Gijs gebruik ik een jus aan de bar. Het is dan half vijf in de vroege ochtend plaatselijke tijd wel te verstaan. Tijdens de tweede etappe vliegen we hoog over de tienmiljoenensteden Karachi en Delhi.Als we landen in Kathmandu is het al lang licht, zodat we kunnen genieten van de fraaie vergezichten op de besneeuwde toppen van de Himalaya. Het is me gelukt alsnog wat te pitten, waardoor ik me al met al redelijk fit voel. De afhandeling gebeurt heel snel, op de paspoortencontrole na dan. Achter een haveloos loket zit slechts één ambtenaar met de ondankbare taak om op zijn eentje alle passagiers van een jumbo jet te controleren. Bij de uitgang worden we opgevangen door de plaatselijke OAD - vertegenwoordiger. Dat blijkt Lianne te zijn, een meisje dat ik nog uit China ken.
|
|
Links: Bij helder weer kun je vanuit Kathmandu en omgeving in de verte het imposante Himalaya - gebergte zien liggen.
Een busje brengt ons naar de verschillende hotels in de binnenstad. Ik heb geboekt voor Hotel Utse, een middenklassenhotel dat door een Tibetaan wordt gerund. Rap installeer ik me in mijn ietwat klein uitgevallen kamertje voor ik de stad in trek. |
Tot het duister invalt zwerf ik door de drukke en levendige steegjes en slopjes van de oude binnenstad van Kathmandu. Dit lijkt me India in het kwadraat wel; veel herrie, viezigheid, losse straatverkoop, zwerfhonden, horden spelende kindertjes, veelkleurige kleding van de bewoners, riksja's, bedelende sloebers. De diversiteit van de bevolking is hier een stuk groter dan bij grote broer India. Er lopen wel wat minder koeien op straat. In de buurt van tempels en markten stijgt overigens de runderdichtheid per hectare aanzienlijk. Vanaf het centrale Durbar Square, waaraan een concentratie van tempels en paleizen ligt en dat dus ook een toeristische trekpleister van de eerste orde is, keer ik terug naar mijn hotel.
De avonden breng ik in de regel op mijn kamer door. Meestal heb ik dan al gegeten, zo rond zes uur. Biertjes zet ik koud buiten op de vensterrand.. Als ik zin heb om wat te kletsen ga ik naar beneden naar de lounge, waar altijd wel volk om een praatje verlegen zit. De eerste avonden vernikkel ik van de kou op mijn kamertje. Er is geen verwarming aanwezig. Bovendien heb ik alleen koud water om me te douchen. Als Lianne de volgende dag op bezoek komt zal zij regelen dat ik een heater als bijverwarming krijg en wordt de toevoer van warm water naar mijn douche hersteld.
![]() |
![]() |
Hotellobby |
Hotelrestaurant |