|




Foto's kusten /
Foto's hotels
Malta (officieel: Maltees: Repubblika ta'Malta, Eng.: Republic of Malta), eilandengroep
en republiek in de Middellandse Zee, ca. 93 km ten zuiden van Sicilië,
bestaande uit de eilanden Malta (245,7 km2), Gozo (67,1 km2) en Comino (2,8
km2), alsmede de onbewoonde eilanden Cominotto en Filfla, totaal 315,6 km2,
met 372.000 inw. (1177 per km2); hoofdstad: Valletta. Munteenheid is de Maltese
lira (Lira Maltija, afk.: Lm), onderverdeeld in 100 cent. Nationale feestdagen
zijn 13 december, de dag waarop in 1974 de republiek uitgeroepen werd, 27 september
en 31 maart.

De eilanden liggen op het onderzeese plateau dat zich uitstrekt van Sicilië
naar Afrika, en de Middellandse Zee in twee hoofdbassins verdeelt. De bodem
bestaat uit kalksteen. De noordoostelijke en oostelijke kusten hebben verscheidene
goede natuurlijke havens; de zuidelijke kust is rotsachtig en steil. Het hoogste
punt ligt op 305 m boven de zeespiegel. Malta maakt door de zeer geringe vegetatie
een barre indruk. Er zijn geen rivieren of meren, maar bronnen voorzien de eilanden
van (te weinig) water. Er heerst een mediterraan klimaat. De temperatuurgemiddelden
zijn: januari 17 °C, juli 33 °C. De neerslag valt gewoonlijk van eind
september tot eind april en bedraagt gemiddeld 500 mm, echter schommelend tussen
291 en 721 mm. 's Zomers waait vaak de sirocco, die de temperatuur soms tot
40 °C doet stijgen.
Plantengroei en dierenwereld zijn van een verarmd medi-terraan karakter. Het
eiland is een belangrijk rustpunt voor veel trekvogels, die er overigens zeer
te lijden hebben van massale, niet-aflatende jacht. De natuurbeschermingsgedachte
wint maar uiterst langzaam veld.

Malta is een van de dichtstbevolkte landen ter wereld. De belangrijkste minderheid
op het eiland is de Britse bevolking, waarvan de grootte onbekend is. Meer dan
de helft van de bevolking woont in het stedelijke gebied rond Valletta en de
Grand Harbour; de hoofdstad heeft 9129 inwoners en Birkirkara is met 21.600
het grootste van de negen stadjes. Sinds het begin van de 20ste eeuw zijn veel
Maltezen, vooral werkloze jonge ongehuwde mannen, geëmigreerd. Dit is de
voornaamste reden waarom Malta, en vooral Gozo, een groot vrouwenoverschot heeft.
Tussen 1948 en 1979 vertrokken 141.660 emigranten, terwijl er 23.680 terugkwamen.
De gemiddelde bevolkingstoename in de periode 1985-1995 bedroeg jaarlijks 0,
8%.
Taal en Religie
Het Maltees heeft een Arabische morfologie, maar idioom en vocabulaire zijn
sterk door het Siciliaans beïnvloed. Het huidige Maltees heeft veel ontleend
aan het Italiaans en het Engels en is de nationale taal sinds Malta onafhankelijk
werd in 1964; het gebruik neemt sindsdien toe. De andere officiële taal
is het Engels.
De Maltese bevolking is in overgrote meerderheid Rooms-katholiek. Sinds 1943
vormt Malta een zelfstandige kerkprovincie.


Sinds de grondwetswijziging van 1974 is Malta een republiek met aan het hoofd
een president, die door het Huis van Afgevaardigden wordt gekozen voor een ambtstermijn
van vijf jaar. Het Huis telt sinds 1987 65 leden, die worden gekozen bij algemeen
kiesrecht uit dertien kies-districten. Een grondwetswijziging zorgde er toen
voor dat de partij met een absolute stemmenmeerderheid indien noodzakelijk net
zo veel extra parlementszetels zou krijgen tot er sprake was van een zetelmeerderheid.
De president benoemt het parlementslid dat een meerderheid van het Huis achter
zich kan verenigen, tot premier. Deze benoemt de overige ministers en staatssecretarissen,
die parlementslid dienen te zijn. De maximale zittingsduur van het parlement
is vijf jaar, de premier kan echter binnen deze termijn te allen tijde nieuwe
verkiezingen uitschrijven en moet dit doen, als een regeringsvoorstel wordt
verworpen. Malta kent geen lokaal bestuur, wat er mede de oorzaak van is dat
de debatten in het parlement nogal eens een parochiaal karakter vertonen. Sinds
1966 zijn slechts twee politieke partijen in het parlement overgebleven: de
Malta Labour Party (MLP), opgericht in 1921, en de christen-democratische Partit
Nazzjonalista (PN), die in feite al bestaat sinds 1880. De partijen wisselen
elkaar sinds 1947 af als regerings- en oppositiepartij. De MLP regeerde van
1971-1987, stond een sterk neutralistische koers voor en onderhield nauwe banden
met de Arabische wereld, vooral met Libië, en China. Haar aanhang bestaat
vnl. uit de meerderheid van de arbeiders op de grote scheepswerven en droogdokken.
De PN regeert sinds 1987 en is pro-Westers en pro-Europa en vindt haar aanhang
vooral onder de academici, de geestelijkheid, de burgerij, de middenstand en
de boeren, maar telt ook een niet onaanzienlijk aantal arbeiders onder haar
aanhangers.
Malta is aangesloten bij de volgende internationale organisaties: de Verenigde
Naties, een aantal suborganisaties van de VN, en de Raad van Europa. Voorts
is er een as-sociatieverdrag met de EU, waarvoor in 1990 officieel het lidmaatschap
werd aangevraagd, en in 1973 werd Malta toegelaten tot de beweging van niet-gebonden
landen. Malta maakt deel uit van het Gemenebest. In april 1995 ging het parlement
akkoord met het NAVO-Partnership for Peace.

Malta gold tot in de jaren tachtig als een ontwikkelingsland, maar kende daarna
een spectaculaire economische groei. De gemiddelde groei van het bnp (1980-1992)
bedroeg 4,1%; het jaarlijks inkomen per hoofd $ 9385. De overheid is de grootste
werkgever. Sinds 1987 wordt serieus getracht buitenlandse investeerders aan
te trekken door middel van zeer gunstige fiscale voorwaarden en Malta te ontwikkelen
tot een internationaal financieel centrum. De koers van de Maltese lira wordt
dagelijks vastgesteld door de Centrale Bank van Malta, een overheidsinstelling.
De EG en Italië geven Malta forse financiële hulp.

Landbouw
Deze wordt meest uitgeoefend op kleine bedrijven, vaak als bijverdienste. Niet
meer dan 50% van het totale landoppervlak leent zich voor akkerbouw en veehouderij.
De totale agrarische productie (incl. visserij) vertegenwoordigt slechts 3%
van het bnp. Naast de exportgewassen aardappelen, uien, snijbloemen en planten
worden veel wijndruiven verbouwd, maar niet genoeg voor de lokale wijnindustrie.
Groente- en fruitteelt leveren, evenals de veehouderij, niet genoeg op voor
de lokale consumptie. In de visserij zijn 1000 personen geheel of gedeeltelijk
werkzaam.
Toerisme
Het toerisme, dat van groot belang is voor de Maltese economie, wordt van overheidswege
sterk bevorderd. 1995 was een recordjaar met ruim één miljoen
toeristen, vnl. afkomstig uit Groot-Brittannië en Duitsland.
Industrie
De grootste particuliere werkgever is de Malta Drydocks, de voormalige scheepswerven
en droogdokken van de Britse admiraliteit, met meer dan 5000 werknemers. Er
is tevens een aantal kleine bedrijven die sigaren, textiel, glas en aardewerk
vervaardigen. Voor zijn energievoorziening is Malta geheel afhankelijk van import
van aardolie uit het Midden-Oosten. Het continentaal plat rondom de eigen archipel
bevat aardolie en/of aardgas. In 1988 zijn onderhandelingen begonnen met internationale
oliemaatschappijen om te komen tot de opzet van een offshore olie - industrie.
In- en uitvoer
De handelsbalans vertoont een chronisch tekort. De belang-rijkste import bestaat
uit voedingsmiddelen, halffabrikaten, voertuigen, machines, chemicaliën,
alcoholica, aardolie en aardolieproducten. De grootste leveranciers zijn: Groot-Brittannië,
Italië en Duitsland. De voornaamste exportproducten zijn textiel, kleding,
schoeisel, machines, plastics, aardappelen, uien en tabaksartikelen. De belangrijkste
afnemers zijn Italië, Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk en Amerika.
Malta beschikt over een vliegveld, Luqa. De in 1973 opgerichte staats
luchtvaartmaatschappij
Air Malta onderhoudt diensten op Europa en Noord - Afrika, evenals sommige buitenlandse
luchtvaartmaatschappijen. De Grand Harbour wordt door veel koopvaardijschepen
aangedaan. Er is drie maal per week een veerdienst met Sicilië en Zuid-Italië.
Het wegennet (1553 km in 1989) wordt redelijk onderhouden. Sinds 1931 heeft
Malta geen spoorlijn meer; het openbaar vervoer (bussen en taxi's) is in handen
van kleine particuliere ondernemers.


De eerstbekende bewoners waren waarschijnlijk migranten uit Sicilië, die
met latere immigranten aangeduid worden als pre-Feniciërs. Zij bewoonden
Malta reeds in het Neolithicum. Men neemt wel aan dat met het eiland van Calypso
uit de Odyssee het eiland Gozo wordt bedoeld. De eerste Feniciërs arriveerden
in 800 v.C.; zij werden opgevolgd door hun afstammelingen uit Carthago, die
na de nederlaag in de Tweede Punische Oorlog in 218 v.C. voor de Romeinen moesten
wijken.
Apostel Paulus
De schipbreuk van de apostel Paulus in 56 n.C. (Handelingen 28:1) zou volgens
de overlevering op Malta hebben plaatsgevonden; hij zou er een christelijke
gemeente hebben gesticht. Toen het Romeinse Rijk in 397 werd gesplitst, viel
Malta waarschijnlijk aan Byzantium toe; in 870 werd het veroverd door uit Tunis
afkomstige Arabieren. Na de verovering door Roger van Normandië in 1090
vond herkerstening plaats en behoorde Malta aan de heersers van Sicilië,
tot Karel V in 1530 de eilanden in suzereiniteit gaf aan de Souvereine en Militaire
Ridderorde van St. Jan van Jeruzalem (zie Johannieterorde).
Zwaar belegerd
In 1565 doorstonden de ridders een zwaar Turks beleg met succes en beschermden
daarmee het westelijk deel van de Middellandse Zee voor verdere penetratie door
de islam. Op doortocht naar Egypte kreeg Napoleon Bonaparte in 1798 Malta in
handen. Diens anti-klerikale bewind leidde echter spoedig tot een volksopstand
en met Britse steun werden de Fransen in 1800 verjaagd. De Britten maakten zich
bij de Vrede van Parijs (1814) definitief van Malta meester; het werd een Britse
Kroonkolonie en vlootbasis, die na de opening van het Suezkanaal (1864) van
vitaal belang werd voor de Britse scheepvaartroute naar India. In 1921 kreeg
Malta beperkte autonomie. Mussolini's irredentisme, dat ook Malta omvatte, leidde
tot een opleving van de pro-Italiaanse stroming en tot binnenlandse troebelen,
waarna de Britten de grondwet introkken. In de Tweede Wereldoorlog was Malta
strategisch van groot belang voor de geallieerde oorlogvoering in Noord-Afrika
en later voor de invasie van Sicilië. Malta hield stand ondanks een strenge
blokkade en 2000 luchtaanvallen en werd collectief beloond met de hoge Britse
militaire onderscheiding, het George Cross, dat nog steeds de nationale vlag
siert.
Onafhankelijkheid
In 1947 werd een vernieuwde grondwet ingevoerd, maar zij werd echter weer opgeschort
in 1958, na het aftreden van de regering-Mintoff (Malta Labour Party [MLP])
wegens het mislukken van haar politiek om Malta met Groot-Brittannië te
integreren. Het afnemen van Malta's strategisch belang, dat samenviel met de
inkrimping van de Britse defensie, leidde uiteindelijk tot verlening van de
onafhankelijkheid op 21 sept. 1964 onder de regering van de Partit Nazzjonalista
(PN) van Giorgio Borg Olivier; deze had de verkiezingen van 1962 gewonnen -
onder een nieuwe grondwet met vergaande autonomie - ten tijde van een diepgaand
conflict van Mintoff met de lokale Rooms-Katholieke Kerk.
Dit conflict werd pas in 1969, na het Tweede Vaticaans Concilie, bijgelegd,
waarna Mintoff in 1971 een kleine verkiezingsoverwinning boekte. Het defensieverdrag
met Groot-Brittannië over de pacht van de militaire bases op Malta, dat
vanaf de onafhankelijkheid dateerde, werd op initiatief van Mintoff in 1972
herzien en leidde sindsdien tot aanzienlijk meer inkomsten voor Malta, tot het
afliep in 1979. Op 13 dec. 1974 werd de republiek uitgeroepen, waarmee een einde
kwam aan de bevoorrechte positie van de rooms-katholieke hiërarchie en
geestelijkheid. De regering-Mintoff boekte in 1976 wederom een kleine verkiezingsoverwinning.
Zij vervolgde haar binnenlandse anti - establishment - politiek en buitenlandse
politiek van neutralisme. Mintoff beschouwde het vertrek van de Britse strijdkrachten
in 1979 als hoogtepunt van zijn carrière.
Banden met Libische leider Khadaffi
De vriendschap met de Libische leider Kaddafi kreeg overigens een deuk toen
de laatste Malta's aanspraken op het mogelijk olierijke continentale plat in
zee betwistte. Kanselier Kreiski van Oostenrijk wist Mintoff en Kaddafi weer
te verzoenen en in 1984 werd een Libisch-Maltees vriendschapsverdrag gesloten.In
1981 behaalde de PN een absolute stemmenmeerderheid bij de parlementsverkiezingen,
maar de MLP bleef met een meerderheid aan parlementszetels aan de regering.
De PN begon een campagne van burgerlijke ongehoorzaamheid en haar parlementsleden
weigerden hun zetels in te nemen.
Schoolstrijd
Ook na het beëindigen van de boycot bleef de sfeer gespannen, vooral toen
de regering in 1984 greep probeerde te krijgen op het particulier onderwijs,
wat tot een bitter conflict leidde met de Rooms - Katholieke Kerk. Mintoff trad
in dec. 1984 af ten gunste van zijn zelfgekozen opvolger K. Mifsud Bonnici.
In 1985 werd de schoolstrijd beëindigd door een overeenkomst met het
Vaticaan.
In de aanloop naar de verkiezingen van 1987 bleef de atmosfeer onrustig en gewelddadig.
De moord op een jeugdige PN-aanhanger in dec. 1986 leidde tot een opmerkelijke
bemiddelingspoging van oud-premier Mintoff om een eind aan de polarisatie te
maken. Er werd een grondwetswijziging doorgevoerd, die inhield dat in het vervolg
de partij met een absolute stemmenmeerderheid ook een zetelmeerderheid in het
parlement zou krijgen. In ruil hiervoor ging de PN akkoord met de opneming van
het neutraliteitsbeginsel in de grondwet. Hierdoor werd het mogelijk dat in
mei 1987 de PN na een vreedzame machtswisseling de regering overnam. E. Fenech
Adami werd premier. Bij verkiezingen in februari 1992 bleef de PN aan de macht.
Adami kondigde aan in zijn volgende ambtstermijn de rol van de overheid verder
terug te dringen.
Wel of niet bij EU?
In april 1994 werd de vroegere leider van de regerende PN, Ugo Mifsud Bonnici,
beëdigd tot president als opvolger van Vincent Tabone. De parlementsverkiezingen
van okt. 1996 hadden als inzet de toetreding van Malta tot de EU, waartoe in
1990 een aanvraag was ingediend. De socialistische MLP, die slechts een 'speciale
band' met de EU wilde, was de winnaar en haar leider, de econoom Alfred Sant,
werd premier. In november werd de EU meegedeeld dat Malta geen prijs meer stelde
op het EU-lidmaatschap. Bovendien trok Malta zich terug uit het NAVO-programma
Partnership for Peace. De economie bleef zich voorspoedig ontwikkelen, vooral
dankzij de snelle groei van het toerisme.
(Tegenwoordig - in 2002 - is de ambitie om toe te treden tot de EU weer volop aanwezig!)
En in 2006 was het zover....

Uit:
"Malta", Encarta(R) 99 Encyclopedie Winkler Prins Editie.
Alle rechten voorbehouden.

|