
MEER INFO STRAAT
VAN MALAKKA
Eigenlijk
tegen onze wil worden we bij een taxistandplaats afgezet. We worden
onmiddellijk omringd door klantenlokkers, Robbert windt zich hierover op:
hij wil een hotel, geen taxi. Na enig overleg nemen we het eerste hotel dat we
zien: het middenklasse hotel Sri Kota dat naast AC ook nog
kakkerlakken biedt.
Clim trekt weer in bij Ben. Lang blijven we niet talmen, na een verfrissende
douche (geen mandie) gaan we de straat op. Het is hier tot zeven uur nog licht,
dat komt omdat er met Indonesië (m.n. Sumatra ligt op dezelfde hoogte) een uur
tijdsverschil is. Melakka blijkt een prachtig historisch stadje te zijn, met
veel Engelse en Hollandse, maar boven alles vroeg-Chinese invloeden. Het
is er enigszins toeristisch, maar niet zo agressief overstelpend dat het
ondraaglijk wordt. We maken al direct, zo lang het daglicht dat toelaat, veel
foto's van de historische gebouwen, zoals kerken (van Portugese origine), het
Postkantoor en het Stadthuys (van Hollandse origine).
De gelijknamige rivier
slingert zich modderig en stinkend door het hart van de oude wijk. Houten
sampans liggen doelloos op het gitzwarte water. Oude, bijna vervallen
pakhuizen staan schouder aan schouder aan de waterkant, met hun voeten in het
slijk. Melaka was ooit, in de 16de en 17de eeuw, een wereldhaven om wiens
bezit destijds verbitterd strijd werd geleverd door de westerse koloniale
mogendheden. Uiteindelijk trokken de Britten aan het langste eind. Holland
werd eervol tweede na twee eeuwen lang stand te hebben gehouden.
|
 |

|
|
De oude christelijke kerk en het postkantoor uit
koloniale tijden |
Het Stadthuys van Hollandse origine uit de Gouden Eeuw |
In
een prachtige, sfeervolle Japanse theetuin drinken we koffie uit zakjes. Het
ligt achter het VVV - kantoor (Tourist Office). Opvallende bonsaiboompjes.
Een kilometer verderop ligt Gluttons Corner, een reeks overdekte eetterrasjes
met voor ’elck wat wils’. We bestellen er saté. Op straat staan stokoude
riksjarijders met blèrende gettoblasters te wachten op vrachtjes. De taxi die
ons naar het hotel terugbrengt wordt bestuurd door een jolige, gezette
Maleier die ons vergast op een traktaat over Melakka's historie. Veel
kinderen, daar is hij ook een voorstander van verkondigt hij ons ongevraagd.
Tot aan ons hotel produceert hij een spraakwaterval in grappig Engels. In
onze eigen buurt aangekomen gaan we direct op zoek naar bier. We ontdekken aan
de overkant van de rivier een vrijwel leeg bierterras waar je ook kunt
fonduen. We worden er bediend door een spichtig Chinees meisje en een
moddervette jongeling die haar broer blijkt te zijn. De Billie Turf heeft een
westerse naam aangenomen, Richard, en maakt ons deelgenoot van de lotgevallen
van zijn familie die voor WO II vanuit het Chinese Hokkien (een provincie)
naar Maleisië emigreerde. Hij verklaart een echte reli-freak (godsdienstgek)
te zijn. Momenteel neigt hij naar het Boeddhisme. Naast het café staan
tientallen brommers en motors geparkeerd, ze behoren toe aan bezoekers van een
nabij gelegen bioscoop.
Eenmaal
in het hotel wordt Jos zo misselijk als een hond. Hij moet wel vier keer
achter elkaar naar de wc om over te geven. De oorzaak is waarschijnlijk een
onverstandige combinatie van vette satésaus, koud bier en een drietal
medicijnen; urinter (tegen zijn ontstoken pisbuis), imodium (tegen diarree) en
malariatabletten. De volgende morgen voelt hij zich weer redelijk fit. De
volgende verrassing is het ontbreken van water om te douchen. Alleen Ben
heeft geluk, hij ziet kans om zich met de laatste restjes in de waterleiding
te wassen. Eensgezind marcheren we op hoge poten naar de manager om ons te beklagen. Heel Melakka
ligt droog, legt deze uit. Later lezen we in de krant dat hij nog gelijk heeft
ook. We dachten eerst aan een goedkope smoes. Hoe dan ook, als er vanavond nog
steeds geen water is, eisen we een lagere kamerhuur.

 |
 |
Oudjes rijden met de fietsriksja
|
Niet alle Chinese tempels kunnen we van binnen
bezichtigen
|
Jos
regelt in de buurt bustickets naar Kuala Lumpur voor de volgende dag. We zijn
van plan een fikse wandeling te maken. Over een hoge houten brug steken we het
riviertje, nou ja, modderstroompje over. Meteen daarna zitten we al in de
eeuwenoude Chinese wijk die bezaaid lijkt met tempels, waarvan we er enkele
bezoeken. In de tempels overheerst de kleur rood; er wordt hevig wierook
gestookt en de voorouders worden er nog met verve vereerd. De motieven van de
talrijke beelden zijn vooral afkomstig uit de rijke Chinese wereld van mythen,
sagen en legenden. Draken en leeuwenkoppen zijn er bijzonder populair.
Chinezen blijken (bij-)geloviger te zijn dan we denken: alle mogelijke goden
worden aanbeden, ook christelijke, en wel volgens het principe "baat het
niet, het schaadt ook niet". De bedehuizen worden netjes onderhouden door
tempeldienaren en priesters die wel wat lijken op Boeddhistische monniken.
Iedereen mag er binnen. In de buurt liggen ook nog moskeeën en een (slecht
onderhouden) Hindoetempel. De Islamitische moskeeën hebben een typisch
Maleisische stijl, ze zijn met veel hout uitgevoerd. Op sommige plekken worden
ongelovigen als wij geweerd, met name in de gebedshal. In de straatjes zijn
neringdoenden en handwerklieden nijver met het verwerven van hun dagelijkse
brood bezig: de doodskistenmaker heeft onze speciale, ietwat morbide
belangstelling. Als Jos een doodlopende steeg inloopt, wordt hij afgeschrikt
door een bloeddorstige hellehond die een stapel rotan kooien bewaakt. In de kooien
zitten vetgemeste Pekineesjes, waarschijnlijk wachtend op de slager.
|

|
Ingang van het Portugese Fort dat druk door toeristen
van zowel binnenland als buitenland wordt bezocht. De Hollanders hebben
Malakka op de Portugezen veroverd in de tijd dat ook Indië onder gezag
van de Zeven Provinciën (en de VOC) kwam.
A FORMOSA
|
|
 |
In de Chinese tempels vallen de veelkleurige
fantasiefiguren uit de mythen en legenden op. Chinezen zijn bijzonder
bijgelovig en schrikken zelfs niet terug om christelijke figuren en
symbolen te vereren: "Baat het niet, het schaadt ook niet" is hun
devies.
|

Hoewel
het zweet ons tappelings langs de rug loopt bezoeken we nog voor de middag het
postkantoor, de Anglicaanse kerk (met Nederlandse grafstenen) en
het Stadthuys, allen gebouwd 3 eeuwen geleden en opvallend gekleurd in
oranjerozerood. Op de heuvel lag ooit het fort A Formosa met een Portugese
basiliek, momenteel een ruïne. Hier treffen we weer toeristen aan, dus ook
portretschilders, souvenirverkopers en ander ambulant volk. Onder aan die
vesting staat nog een oude poort en een soort museum. Onder een afdakje wordt
de dienstauto van Maleisië's eerste president Abdoelrachman tentoongesteld.
Daarnaast strekt zich de padang uit die gedomineerd wordt door een reusachtig
beeld van een ossenkar. Tegen betaling van een dollar mag je een ritje maken
in een echte ossenkar. We slaan het aanbod af, waarom eigenlijk? Is toch leuk!
We lopen terug naar de rivier waar we plaatsnemen in de rustieke theetuin van
de vorige avond.
De
plaatselijke bevolking horen we steeds beweren dat er regen op komst is, maar
wij twijfelen daaraan en nemen een taxi naar het 20 km verderop gelegen Mini-Malaysia,
een openluchtmuseum met authentieke woningbouw uit de verschillende streken
van Maleisië, onder anderen Sabah en Serawak (Noord-Borneo). De
Maleise chauffeur is weer eens een lulpater; voortdurend heeft hij het over
prijzen, het kopen van meisjes als bruid ($ 4.000 voor een Chinese, slechts $
400 voor een Maleise, maar dan moet je je wel bekeren tot het Islamitisch
geloof) en auto's. Op een gegeven moment wil hij ons zelfs goedkope bouwgrond
en villa's aansmeren! De taxi lijkt ineens te functioneren als
makelaarskantoor, bouwtekeningen worden uitgereikt en kavels worden
beschreven.
Ondertussen is het langzaam gaan
regenen, eerst plaatselijk en wat motregen, maar allengs ontwikkelt
zich dit tot een forse tropische bui. We wachten tot de bui luwt en bezoeken
vervolgens zo'n 20 behuizingen in verschillende stijlen. Het ziet er goed
verzorgd uit, als je binnen een kijkje wil nemen moeten eerst de schoenen uit.
De rondgang is snel ten einde. De taxichauffeur heeft ons beloofd te wachten,
maar hij is nergens te bekennen. Dan maar lopend naar het reptielencentrum,
een km terug op dezelfde weg. Na 200 meter stoten we op een bushalte en
gezien de vochtige omstandigheden besluiten met de bus naar Melakka terug te
keren en de ‘Reptile Farm’ over te slaan. In een mum van tijd zitten we
weer in ons hotel.
Er
is nog steeds geen water! Furieus dingen we bij de stoïcijnse Chinese achter
de balie af op onze kamerhuur:
we weten de prijs van $ 36 naar $ 30 terug te
brengen. Wassen doen we ons in een of ander hok met grote voorraadbakken
water. Toch nog mandiën in Maleisië! Op zijn kamer vermorzelt Jos een vette
kakkerlak. Clim wast kleren, zoals gewoonlijk.
Jos
gaat 's avonds niet mee uit eten. Hij blijft op een terras bij het hotel thee
lurken en het logboek bijhouden. Lange tijd onderhoudt hij zich met ober
Rachman, wiens vader bij de RAF zat. Het gesprek wordt hoofdzakelijk in het
Maleis gevoerd. Rachman bespeurt bij Jos een licht Indonesisch accent, hetgeen
deze als een compliment opvat. Maleis spreken gaat hem steeds gemakkelijker
af, maar verstaan doet hij nog steeds bijna niets. Robbert en Ben verstaan
sommige dingen beter dan hem!
INFO IN HET DUITS:
Melaka und George Town, Zentren
des Fernosthandels
Zwei alte Seehandelsstädte
in Malaysia, an einer der am stärksten befahrenen Wasserstraßen
der Welt. Über Jahrhunderte zogen sie Kaufleute und Handwerker,
Seefahrer, Piraten und Glücksritter aus vieler Herren Länder an.
Beide Städte sind geprägt
von ethnischer und kultureller Vielfalt, von kolonialer
Herrschaft und enormen Reichtümern, die hier umgeschlagen
wurden: Melaka und George Town.
Die Anfänge Melakas reichen
bis ins 15. Jh. zurück. Rasch wurde der Hafen zu einem
Knotenpunkt des frühen maritimen Welthandels, strategisch
zentral gelegen an der Durchfahrt zwischen der malaiischen
Halbinsel und der Insel Sumatra. Bald wurde die Passage zwischen
Ost und West nur noch "Straße von Melaka" genannt. Hier trafen
Händler aus China auf indische, arabische und bald auch
europäische Kaufleute, vermischten sich Rassen und Kulturen.
Die Kontrolle über Melaka
zu gewinnen, wurde zum erklärten Ziel der portugiesischen Krone.
1511 eroberten die Portugiesen die Stadt und bauten ein
mächtiges Fort. 130 Jahre lang konnten sie enorme Gewinne aus
ihrem Handelsmonopol mit Fernost ziehen. Dann eroberten die
Holländer Melaka und kontrollierten ihrerseits für rund 150
Jahre den lukrativen Handel mit Gewürzen, Opium oder Porzellan.
Ende des 18. Jh. übernahmen die Briten die Stadt. Sie gründeten
auch die 400 Kilometer nördlich gelegene Handelsstadt George
Town, die Melaka bald überflügelte.
Auch in George Town
entwickelte sich eine multiethnische, multikulturelle
Gesellschaft, siedelten Inder, Chinesen, Malaien oder Armenier.
Die Briten prägten das offizielle Gesicht der Stadt mit
viktorianischen Verwaltungsbauten, während ein enges
Nebeneinander von muslimischen Moscheen, buddhistischen und
hinduistischen Tempeln, von chinesischen, indischen, malaiischen
Läden und Gewerken das Bild der Altstadt bestimmt. Private
Paläste und prachtvoll ausgestattete Kongsi, Familientempel und
Versammlungsorte chinesischer Clans, zeigen, welche Reichtümer
in George Town und den anderen Handelsmetropolen an der Straße
von Melaka zu verdienen waren.
Daten & Fakten
Unesco-Ernennung: 2008
1376-1400 Gründung der
Stadt Melaka, florierender Handelsplatz
15. Jahrhundert Melaka ist
chinesische Kolonie / 15. Jahrhundert Sultanat Malakka
1414 Paramesvara, Gründer
des Sultanats und Hindu tritt zum Islam über, Beginn der
Ausbreitung des Islam in Südostasien
1511-1641 Melaka unter
portugiesischer Herrschaft / 1642-1824 Melaka unter
holländischer Herrschaft
1786 Gründung George Town
durch Ostindische Kompanie /1825-1957 Teil des britischen
Empire. |
|
 |
Om
10 uur komen de drie anderen aanzetten. Ze hebben gegeten bij hetzelfde
restaurantje in Gluttons Corner als de vorige avond. Ze zijn met de bus
teruggekomen. Nadat Clim en Robbert de sympathieke Rachman hebben geholpen met
het stapelen van terrasstoelen gaan we onze dikke vriend Lim Kok Hiang, alias
Richard, een bezoek brengen; we zijn vooral uit op zijn koele biertjes. Ben
drinkt voor het eerst sinds 6 dagen weer eens mee, nu is het Jos die verstek
laat gaan. Richard schuift aan en begint te vertellen. We mogen geen foto van
hem maken, hij geeft toe dat hij zich daarvoor schaamt. Omdat hij zulke
"dikke" maatjes is met Jos geeft hij hem een zelf gefabriceerde
inkttekening als geschenk. Het zijn twee bamboescheuten die een diepere
symbolische betekenis hebben en een wijze levensles inhouden.... Jos belooft
hem te schrijven en een gepast cadeau op te sturen en er worden adressen
uitgewisseld. Jos houdt zich aan zijn woord, maar in oktober krijgt hij zijn
brief als onbestelbaar zijnde terug. Hoe kan dat nou?
Nog
steeds geen water in het hotel!
|


MEER
INFO STRAAT MALAKKA
Langste zeestraat ter wereld
Deze uitgestrekte zeearm verbindt de Indische met de Grote Oceaan.
De Straat Malakka, in het uiterste zuidoosten van het Aziatische
continent, scheidt het schiereiland van Maleisië van het Indonesische Sumatra.
De 780 km Lange corridor vormt de verbinding tussen de Indische Oceaan en de
Zuid-Chinese Zee, dat wil dus ook zeggen het gebied van de Grote Oceaan. Deze
langste zeestraat ter wereld heeft een maximale breedte van 300 km. Geologisch
gezien behoort de Straat tot het continentale plat van Sunda, een uitgestrekt en
vlak reliëf uit het begin van het Quartair. Het smeltwater van de gletsjers uit
de laatste ijstijd overspoelde deze engte en vormde de zeestraat van Malakka. De
doorgang ligt bezaaid met talrijke, deels met riffen omgeven eilanden. De
belangrijkste, zoals Rupat, Bengkahs, Padang, Rangsang en de Riau - archipel
liggen in het zuiden, terwijl in het noorden Terutao, Langkawi en het bekende
Penang langs de kust van Maleisië liggen. De ingang van de Straat Malakka wordt
gemarkeerd door het eiland We met de haven Sabang aan de noordpunt van Sumatra.
De Riau - archipel tegenover Singapore geldt als de zuidelijke begrenzing. De
wateren van de Straat Malakka zijn rijk aan een maritieme fauna van grote
verscheidenheid. In het permanent warme water wordt intensieve visvangst
bedreven, maar door overbevissing en een door het intensieve scheepsver¬keer
steeds toenemende vervuiling loops de visstand terug.
WETENSWAARDIGHEDEN
Kuststaten: Maleisië, Indonesië, Singapore
Belangrijkste haven: Singapore
Anders havens: Belawan, Banda Aceh, Tanjung Pinang, Sabang (Indonesia); Port
Kelang, George Town (Malaysia)
CIJFERS
Oppervlakte: 65.000 km2 / Lengte: 780 km
Minimum breedte: 55 km / Maximum breedte: 300 km
Minimum diepte: 13 m / Maximum diepte: 809 m
Maritieme hoofdverkeersader
BEZIENSWAARDIGHEDEN
Als voornaamste doorgang voor de zeevaart naar het Verre Oosten is Straat
Malakka een van de drukst bevaren passages ter wereld.
BRONNEN VAN INKOMSTEN
Visserij (tonijn). Handel. Aardolie, gas
Op de eilanden of in de kustgebieden: bauxiet, tin, rubber, koffie, palmolie,
steenkool, glas, metaal, chemie, scheepswerven.
Sinds mensenheugenis wordt deze natuurlijke corridor gebruikt door
handelsschepen, maar de Straat Malakka was ook de toegangspoort voor het
boeddhisme, hindoeïsme en Islam in heel Zuidoost - Azië. Door de eeuwen heen
werd de Straat achtereenvolgens beheerst door het Shrivijaya¬rijk van Sumatra,
het hindoeïstisch / boeddhistische rijk Majapahit uit Java, de islamieten van
Malakka en daarna Portugese, Hollandse en Engelse kolonisten. Als doorgang op de
zeevaartroute van Europa en India naar het Verre Oosten en Australië, is de
corridor een van de drukst bevaren passages ter wereld. Na de ontdekking van
aardolie ten oosten van Sumatra hebben een groot aantal oliemaatschappijen hier
boringen verricht. Supertankers vervoeren 150 miljoen ton olie per jaar tussen
de Perzische Golf en het Verre Oosten. Daarbij valt de zeevaart tussen Maleisië
- Singapore en het naburige Indonesië in het niet, hoewel de veerdiensten vanuit
Singapore de laatste jaren veel frequenter zijn geworden. Zoals in alle
belangrijke zeestraten valt het centrale gedeelte niet onder enige nationale
jurisdictie. Sinds 1955 claims de republiek Indonesië echter alle territoriale
wateren van de archipel als nationaal bezit. Dat garandeert weliswaar vrije
zeevaart, maar geeft Indonesië controlerecht op buitenlandse oorlogsschepen.
Ondanks oppositie van Singapore kwamen Indonesië en Maleisië in 1971 overeen het
grootste deel van de Straat Malakka onder gezamenlijk beheer te stellen. Dat
neemt niet weg dat in het hele gebied een intensieve smokkelhandel plaatsvindt
en ook de laatste tijd zeeroverij welig tiert. Vooral de eilanden van de Riau -
archipel spelen hierbij een grote rol.
KLIMAAT
Warm en vochtig. Noordoost - moesson in de winter, zuidwest - moesson in de
zomer.

