
OUDE
MIJNSTADJES
FOTOCOLLAGE MOSKEEËN IN
MALEISIË,
SABAH / SARAWAK EN BRUNEI
(Klik op fotootje voor een vergroting)
Een
taxichauffeur brengt ons via een uitgekiende sluiproute midden door een
parkeergarage naar het station. We hebben een goede trein, 2de klas met airco
en voetensteun, dit laatste niet tot tevredenheid van Robbert, met zijn lange
(en dikke) benen vindt hij dit maar lastig. De trein vertrekt met vertraging.
Jos wordt opnieuw geplaagd door spijsverteringsproblemen en hij brengt dan
ook veel tijd door op de toiletten. Na een uurtje of zo moet hij zelfs over
zijn nek hoewel hij nog niets heeft gegeten. Tussen de bezoekjes aan de wc
door maakt hij kennis met Anthony, een Maleise journalist die in Penang
Amerikaanse filmsterren gaat interviewen voor de Maleisische pendant van
"Privé". Hij nodigt Jos uit voor een glamouravond in een
"big hotel", eten en drinken vrij, gratis entree als hij Jos
introduceert.
"I’ll see you in the lobby, the eight of
august, seven o'clock sharp".
Jos besluit de uitnodiging op te vatten als charmante
opschepperij. Misschien is de vent helemaal geen journalist, maar gaat hij
zijn zieke tante opzoeken. Onderweg zien we in de verte de vage omtrekken van
de Cameron Highlands. Het landschap is niet echt interessant, hier en daar
wat plantages slechts en weinig wildernis. Regelmatig doen we een dutje.
We
besluiten slechts één dag in Ipoh te blijven. We kiezen er een hotel uit
onze reisgids, het New Kowloon, dat gesitueerd blijkt boven een nachtclub
/animeertent die Amigo gedoopt is. De kwaliteit van de kamers is
redelijk. We blijven niet lang talmen. Na een korte douche lunchen we aan de
overkant van de straat. Daar krijgt Clim het aan de stok met een Chinese man
die hem lang schaamteloos aanstaart. De Chinees blijft grijnzen, maar druipt
wel af. "Zie je wel, die spleetogen hebben geen enkel fatsoen in hun
lijf", zie je Clim denken. Hij realiseert zich soms te weinig dat hij er
in de ogen van oosterlingen misschien uitziet als een vermakelijke clown of
een speling van de natuur: kaal van boven, behaard van onderen. We bezoeken
nog een Chinese tempel, maar vinden die weinig spectaculair. Vervolgens staan
we wel een half uur te wachten op een taxi. Tientallen komen er voorbij, met
name in een begrafenisstoet, maar niemand stopt. Een voorbijganger biedt ons
vriendelijk aan een taxi te bellen. Als dat niet lukt stapt hij op zijn
brommer en gaat hij persoonlijk op taxi-jacht. Er zijn dus toch nog
Chinezen die “fatsoen in hun pens hebben” (citaat van Clim).
|
 |
 |
Mythologische figuren
|
Sam Poh Tem Tempel
|
We
treffen het ook met de taxichauffeur, ook hij is aardig en attent. Robbert
bedingt bij hem een prijs van $ 30 voor 2 uur. We bezoeken in die tijd 3
grotten waarin Chinese tempels zijn gevestigd. De eerste heeft een vijver,
waarin het krioelt van schildpadden. De beestjes worden er beschouwd als
heilig vanwege de hoge ouderdom die ze kunnen bereiken. Voor een dollar koopt
Jos groenvoer bij een oud vrouwtje om ze te voeren. De tweede grot was de
grootste en tevens qua natuur de mooiste: prachtige grillige vormen deden je
in een onderaards rijk wanen. Jammer genoeg was het er te donker om geslaagde
foto-opnamen te maken. De derde grot wordt gedomineerd door culturele
uitingen: schilderingen en reusachtige beelden in schitterende kleuren. Hier
zijn ook meer Chinese gelovigen die er hun afgoden komen aanbidden; toeristen
zien we er niet. Al die grotten liggen net even buiten de stad, die zo'n
70.000 inwoners telt. Nog vóór vier uur hebben we onze hotelkamers betrokken.

|
 |
Het
oude centrum bestaat uit oude maar vergane glorie. Op een terrasje drinken we
koffie en thee. Rondom ons heen hangen vogelnestjes, van of voor kolibries?
Voor het feestelijke diner, althans dat hebben we in gedachten, belanden we
bij een Chinees familierestaurant. Het duurt lang voor onze bestelling wordt
uitgeserveerd. Alleen Jos ontvangt wat hij heeft besteld, de anderen moeten
blauwbekken. Als zij na lang wachten bediend worden blijken zij de verkeerde
gerechten te hebben. We hebben woorden met de bazin, een gedistingeerde
matrone, maar het komt niet meer goed met de bestelling. Ben krijgt nog iets
wat voor kip door moet gaan, maar Robbert en Clim vinden dat het naar varken
smaakt. Het ontaardt bijna in een 'ja-nee' discussie. Jos vertrekt alvast en haalt buiten frisse lucht.
De anderen praten het uit met de cheffin en sluiten vrede. Alles berust op een
misverstand blijkbaar; het komt er op neer dat wij westerlingen niet op de
juiste wijze kunnen bestellen. We dienen eigenlijk per tafel te bestellen en
niet per persoon.
|
| |
|
|
 |
We huren een taxi voor drie uurtjes af
om daarmee allerlei bezienswaardigheden
in de omgeving te bezoeken,
voornamelijk grotten en
tempels.
Het landschap zelf met zijn vele karstbergen
is erg de moeite
waard. |
Hoe
dan ook, onze dorst verdrijven we elders in een restaurant. Het
restaurantgedeelte ziet er smetteloos uit, maar als je naar de w.c. moet
dien je eerst de keuken te passeren. Daar doen zich dan werkelijk Jeroen Bosch-achtige
taferelen voor in een onbeschrijfelijke smeerboel. Zoals elke dag maken we de
gezamenlijke rekening op, Robbert heeft de taak van penningmeester op zich
genomen. Meestal is hij ook degene die het meeste heeft uitgegeven, op de voet
gevolgd door Clim en wat meer op afstand Jos. Ben sluit doorgaans de rij wat
betreft de hoogte van de dagafrekeningen; hij eet en drinkt minder.
|
 |
Het prachtige stationsgebouw van Ipoh
 |
Naar Taiping
Ben
en Jos verslapen zich en moeten zich extra haasten om de taxi te halen. De
trein heeft geen noemenswaardige vertraging. Er is een
film op de televisie (een Maleisische remake van The Godfather) en er
worden reclamespotjes getoond. Ook wordt er koffie en thee geserveerd. Het
landschap waar we doorheen rijden
wordt interessanter: ruigere natuur, stukjes jungle,tunnels door bergen.
Aangekomen in Taiping maken we weer gebruik van de taxiservice; in
tegenstelling tot voorgaande keren hebben we nu eindelijk weer eens een echte
Maleise chauffeur. Hij brengt ons naar het Lake View Hotel. Daar krijgen we
een 4persoonskamer à raison van omgerekend fl 4 per persoon. Wel
worden we vooraf gewaarschuwd voor de geluidsoverlast van de disco die boven
ons ligt. Het balkon biedt een mooi uitzicht over het meer en de reusachtige
bomen die het omzomen.
‘s
Middags wandelen we. Voor het hotel ligt een monumentale laan, overwelfd door
bomen zodat er een schaduwrijke tunnel van groen ontstaat. Het meer is
spiegelglad en helder blauw. De gehele omgeving maakt een goed verzorgde
indruk. Het is drukkend warm en er is dan ook niet veel volk op de been.
Af en
toe rijdt ons een fietser voorbij. De dierentuin is klein, maar tot genoegen
van Clim herbergt de zoo toch nog een tweetal olifantjes. Clim probeert met de
dikhuidjes aan te pappen. We vermaken ons met een éénjarig weesaapje (in
beslag genomen bij een particulier) dat pogingen doet om het slingeren in de
bomen onder de knie te krijgen en daarbij menig doodsmak maakt, maar steeds
opnieuw vrolijk opklautert om even later weer tegen de grond te smakken. Met
behulp van een plattegrond zoeken we onze weg naar het plaatselijke museum,
het oudste van Maleisië. Hierbij komen we langs de golfcourse en de befaamde
gevangenis, waar naar men zegt politieke gevangenen opgesloten zitten. Het
museum biedt opgezette dieren, skeletten, voorwerpen van de 'orang asli' (de
niet-Maleise oerbewoners van het schiereiland) en veel spul betreffende
het huidige koningshuis van Perak (foto's, kleding, documenten).
‘s
Avonds gaan we te voet op zoek naar een Hindoetempel en een steakhouse.
Alleen het laatste vinden we. Het is er duur, heeft full AC, kent een
voorkomende Indische bediening (wiebelkontje van serveerster!) en de steaks
zijn er prima. Ben bestelt er een bief met knoflook in navolging van Boelie,
Jos houdt het op pepersteak. We moeten wel bijgerechten bijbestellen. We
krijgen de hoogste rekening van onze reis gepresenteerd: fl 12 per persoon,
naar Nederlandse begrippen een koopje gezien het gebodene.
Hier
en daar drinken we nog wat pilsjes, onder anderen op een terrasje aan een
padang, een grasveld geheel omzoomd met eet- en drinktentjes. Een stuk
verderop, bij een visrestaurant, komen we in contact met een viertal Chinese
mannen. We raakten in een geanimeerd gesprek, met name Robbert en Clim. Boelie
krijgt van hen een vissenkop aangeboden, de ogen zijn het smaakvolste beweren de mannen. Boelie zuigt de ogen naar binnen zonder enig commentaar.
Menige seksuele woordspeling wordt uitgewisseld: mannen spelen "bed"minton
met hun vrouw, het is een soort "penis"game (badminton is a kind of
tennisgame). Het zijn zakenlui die klagen over de opgeklopte Islamitische
sfeer en geboden in Maleisië. Daarentegen geven ze hoog op over buurland
Thailand, vooral vanwege de lossere seksuele moraal aldaar en de goedkope
vrouwtjes. Alhoewel, als we daar heen gaan (moeten we beslist doen, adviseren
ze ons) zullen Jos en Clim vanwege hun ouderdom bij de dames extra diep in hun
buidel tasten. Volgens dit criterium zou Ben gezien zijn jeugd voor de
betaalde liefde slechts een schijntje hoeven te betalen. Ze waarschuwen ons
ook voor travestieten en homo's in de buurt van ons hotel. Kijk maar uit, zegt
er een: "They take out your mike and sing!". De meer serieuze van
het gezelschap vertelt Clim over houtskool voor de open haard, de business
waarin hij handelt.
|
 |
De
waarschuwing van onze drinkmaatjes klopt: onder bomen en in donkere hoekjes
staan tal van travestieten die uitnodigend sissend en fluisterend onze
aandacht proberen te trekken. Sommige van die mannen (want dat zijn het echt) zijn
niet of nauwelijks van een echte vrouw te onderscheiden. Meestal is het hun
stem die hun eigenlijke geslacht verraadt (en hun adamsappel naar men zegt,
maar zo nauwkeurig hebben we traves-tietjes niet geobserveerd) . De parkeerplaats van ons hotel
staat vol auto’s en motors; een druk bezochte discotheek is daarvan de
oorzaak. Het is gewoon een populaire gaybar (homofielen contactcentrum). Met
de geluidsoverlast valt het reuze mee. Gelukkig overstemt de op volle toeren draaiende airconditioning de dans- en muziekgeluiden van de
bezige bijtjes boven ons. Onze nachtrust wordt in ieder geval niet echt
verstoord of het moet het gesnurk zijn van een van de twee broers.
|
De
volgende morgen zou de bus zou
wegens een lekkende olieleiding later vertrekken, maar de vertraging valt mee
en voor 10.00 uur zijn we op weg. Niemand houdt zich aan de plaatsindeling,
waardoor het vertrek nogal chaotisch verloopt. We blijken nu eens niet de
enige toeristen te zijn; voorin zit een stelletje trekkers. Het is een
goedkope bus, dus er is geen airco en we vermijden de highway in verband met
de tolheffing. Het landschap is saai: in het begin wat plantages, later
onafzienbare industrieterreinen. Even na het middaguur lopen we het busstation
van Butterworth binnen.
