|
|
![]() |
![]() |
Een enkele maal raak ik verdwaald. Ik loop die dag zo'n 19 km. Levada's zijn irrigatiekanalen van beton (ze lijken op open riolen, maar er ligt beslist geen rotzooi in), die de hoogtelijnen van de bergen volgen. Soms lijken ze echt tegen de helling geplakt boven een afgrond van 200 meter, maar ik ben een van de weinigen die daar overheen durft, last van hoogtevrees heb ik niet echt. Soms moet je over gevallen bomen of door smalle en donkere tunneltjes, kruipend of gebukt. Het kost dus wel enige inspanning. Zicht op de hoogste kaap van Europa, de Cabo Girao. In het ruige Secorrosdal draai ik me om; de wind komt opzetten, waardoor het mij te link wordt. Ik ben de enige die daar nog durft te lopen.
![]() |
![]() |

Ik ga met de bus terug.
De rest van de dag lees ik in Elmore Leonard's
hilarische thriller "Riding the Rap". Ik bezoek de Beatleboot in de
haven, hij is nu in andermans handen, niet veel bijzonders. De rest van de
avond besteed ik aan Russisch leren.

Het is weer eens enorm slecht weer. Ik loop een andere levada, meer naar het oosten gelegen, maar er ligt zoveel modder, dat ik me halverwege (ook vanwege de regen en kou in de bergen) omdraai. 's Morgens heb ik eerst de Mercado do Lavradores bezocht: heel kleurig met zijn verse fruit, groente en vreemde diepzeevissen. Ik kom onderweg veel oudere Duitsers op de levada tegen, die gingen onverdroten door, weer of geen weer.
|
|
![]() |
Ik verken een ander gedeelte van het stadje Funchal en laat me een
tijdlang uitwaaien op de pier. Winkeltjes bezoeken voor souvenirs, maar ik vind
niet echt iets van mijn gading. Bovendien zijn ze in mijn ogen te prijzig. Ik
word verrast door een Orion-agent bij balie van het hotel: hij deelt me in
opdracht van Sunplan mee dat ik overmorgen
met een pick-up busje om 08.15 uur naar de luchthaven zal worden gebracht. Mooi, is
dat ook weer geregeld.
![]() |
![]() |