|
|
Het Dieng -plateauOm kwart voor elf zouden we vertrekken maar een toeriste komt niet opdagen. Na een kwartier wachten laten we haar gewoon bij de Boroboedoer achter. In één ruk rijden we door naar het 100 km verder gelegen Dieng-plateau. Het is een prachtige weg tussen aanvankelijk glooiende, met sawa's bedekte heuvels die later in bergen en vulkanen overgaan. De vele kinderen langs de weg zwaaien naar ons "belanda's" dat het een lieve lust is. Natuurlijk zwaaien wij steeds terug. Tegen twaalf uur krijgen we een soort panne. Er is iets met de accu of de remdruk aan de hand. We komen er niet achter wat er precies aan schort, want de chauffeur spreekt alleen Bahasa, een taal die niemand anders in de bus beheerst. We stoppen we bij een uitspanning annex garage, welke gelegenheid we aangrijpen om iets te drinken.
Smalle weggetjes, diepe afgrondenTot de provincieplaats Wonosobo (reeds op 900 meter hoogte gelegen en al aanmerkelijk koeler) is het wegdek redelijk, maar daarna gaat het snel bergafwaarts, met het wegdek bedoelen we, want de weg zelf voert steil bergopwaarts. We moeten enkele keren tol betalen. slopen zelfs eigenhandig een wegversperring en belanden in een woest maar schitterend berglandschap, dat met diepe kloven doorsneden wordt en waar de toppen in dreigende nevelen gehuld zijn. De bus ploetert zich langs smalle, door peilloze afgronden omzoomde bergweggetjes vol kuilen en losliggend gesteente en balanceert voorzichtig over krakende bruggetjes met grote gaten erin, zodat je er in de diepte het schuimende water van de bergbeek kunt zien. De kinderen zijn hier snotneuzen
In deze harde omstandigheden blijkt de naar schatting 15 jaar oude bus tal van mankementen te vertonen: de remmen zijn ondeugdelijk, hij trekt zeer moeilijk op (hellingen, passeren!), raakt snel oververhit en kraakt in al zijn voegen. De chauffeur baalt evenals ons zichtbaar als een stier over de deplorabele toestand van zijn voertuig, zeg maar gerust vehikel. Net zo als op de Bromo hebben ook hier de bergbewoners zich in dekens gehuld om de kou te weren. De kinderen hebben allemaal zonder uitzondering een snotneus, echte "snotneuzen" dus.
|
![]() |
Terwijl een door ons opgepikte militair de band verwisselt, maken wij een praatje met een viertal Hollandse vrouwen van onze leeftijd, waaronder een grote, giraffeachtige meid uit het onderwijs. Als Ronald, de opschepperige globetrotter, erbij komt staan wordt hij straal genegeerd. Onderweg regent het enkele malen, maar niet lang en niet hard. Onze zitvlakken zijn zo langzamerhand rauwe biefstuk geworden op de harde voorbank. We ruilen van zitplaats, maar dat haalt weinig uit. Op de wegen zijn maar weinig voertuigen die licht voeren. Wel lopen er voetgangers rond met een zaklantaarn, heel verstandig lijkt ons dat.
![]() |
![]() |