Om acht uur ging de telefoon over. Ik nam de hoorn op en hoorde de receptionist
zich in alle toonaarden verontschuldigen vanwege de kuren van de computer; die
had het laten afweten, zodat hij dus alle gasten persoonlijk moest bellen. Een
half uur later dan gepland zat ik aan het ontbijt. Aysje, de Palestijnse keukenhulp,
had deze ochtendhulp van haar opvallend zelfbewuste zoon. Hij maakte een praatje
met een 74-jarige Amerikaanse toeriste die bij haar geëmigreerde kinderen
op bezoek was, maar desondanks in een hotel als dit moest verblijven. Haar schoonzoon
was staatssecretaris bij een of ander Israëlisch ministerie.
Te midden van zwaar bewapende militairen
Met lijn 4 reisde ik naar het busstation. Ik stapte te vroeg uit, waardoor
ik toch nog een eind moest lopen. Bij een informatieloket vernam ik dat ik lijn
405 moest hebben voor Jeruzalem, Israël's hoofdstad die ongeveer 75 km
verderop het binnenland in ligt. De bus naar Judea zat vol; zeker de helft bestond
uit militairen, waarvan weer de helft uit vrouwen (meisjes) bestond. De mannelijke
soldaten hadden hun volle bewapening bij zich, onder meer een Uzi. Verschillende
keren werd ik in Israël in woelige situaties per ongeluk geprikt door de
loop van een geweer. De vrouwelijke militairen, die er over het algemeen best
aantrekkelijk uitzagen, waren in het openbaar niet bewapend, of het moest met
hun charme zijn. In Israël bestaat een driejarige dienstplicht
voor zowel jongens als meisjes, die doorgaans tussen hun 17de en 20ste moeten
opkomen, in ieder geval vóór een verdere studie of een baan. Alleen
de orthodoxe Joden en Palestijnse burgers (toch nog zo'n half miljoen in Israël!)
zijn hiervan uitgezonderd. Alle andere minderheden zijn wèl onderworpen
aan dienstplicht: Druzen
bijvoorbeeld (zéér gewild vanwege hun fanatisme en loyaliteit),
Christenen en Bedoeïenen, etc.
Heilig Grafkerk (Jeruzalem)
Vereerd door vele
christenen als de plaats van Jezus' kruisiging en graf
Deze
kerk is een van 's werelds belangrijkste christelijke
heiligdommen en staat in de noordwestwijk van de Oude Stad in
Jeruzalem. Historici uit de oudheid beschrijven hoe de plaats
werd bedekt met aarde waarop een Tempel van Venus werd gebouwd,
vermoedelijk als onderdeel van Hadrianus' wederopbouw van
Jeruzalem. Rond 325-326 liet keizer Constantijn I de heidense
tempel vernietigen en werden er drie kerken gebouwd: het
Martyrium, een basiliek; een openluchtatrium, de Triportico,
gebouwd rond de oude Calvarieberg; en een openluchtrotonde, de
Anastasia (wederopstanding), op het vermeende graf van Jezus,
die tegen de 5e eeuw was bekoepeld.
Sinds de 4e eeuw is dit een belangrijk
bedevaartsoord. De originele kerk werd in 614 vernield bij een
Perzische invasie. Een Egyptische heerser verwoestte de
herbouwde kerk opnieuw in 1009, en de tombe werd met de
rotsbodem gelijkgemaakt. De kruisvaarders herbouwden de kerk
zoals hij er nu grotendeels nog staat. De rotonde en het
exterieur van de Edicule werden in 1809-1810 herbouwd in
Osmaanse barokstijl. De huidige koepel dateert uit 1870.
Aangezien de heilige plaats wordt vereerd
door diverse christelijke kerken kunnen er conflicten ontstaan
onder de beheerders van de kerk - hoofdzakelijk de
Grieks-orthodoxe, Armeens-apostolische en roomskatholieke kerk,
en in mindere mate de koptisch-orthodoxe, Ethiopisch-orthodoxe
en Syrisch-orthodoxe kerk. Toen in 2002 een koptische monnik,
die op het dak zat om de koptische aanspraak op het Ethiopische
territorium to doen gelden, zijn stoel verschoof van de
afgesproken plek in de schaduw, brak er een gevecht uit waarbij
elf mensen in het ziekenhuis belandden. Hoewel wordt betwijfeld
of dit het echte graf van Christus is, blijft deze kerk de
laatste en meest heilige statie van de kruisweg. Als deel van
Jeruzalem werd de kerk in 1982 op de Unesco - lijst van Bedreigd
Werelderfgoed geplaatst.
“Al is het
onzeker of dit het graf is, we hebben geen andere locatie
die er meer aanspraak op kan maken."
Dan Bahat, voormalig stadsarcheoloog van Jeruzalem
De Heilig Graf - Kerk
Even na elf uur arriveerde ik in de Heilige Stad. Ik had direct
de juiste bus naar de ommuurde stad te pakken. zodat ik tien minuten later bij
de Jaffa Poort kon uitstappen. Ik besloot om maar de routes door de Oude Stad
die mijn reisgidsje aangaf te volgen. Zo kwam ik bij de Heilige Graf - kerk (vond
ik niet zo interessant, zal wel aan mijzelf liggen), de Christelijke Wijk, de Koptische Kerk, Davidsstraat
(het o zo fotogenieke steegje waar Jezus van Nazareth ooit met zijn houten kruis sjouwde) en de
Anglicaanse Kerk. Het was er erg rumoerig. er werd veel handel gedreven en het
stikte er van de souvenirshops. Hier werden letterlijk alle talen van de wereld
gesproken, vooral de neringdoende Arabieren zijn daarin bijzonder bedreven.
Ondanks hun commerciële geslepenheid liet ik me niet verleiden tot de aankoop
van prullaria.
Joodse wijk
Na een uurtje wendde ik de steven naar het zuidelijke gedeelte, de zogenaamde
Joodse wijk die in de oorlog van 1967 tegen Jordanië grotendeels in puin
werd gelegd door het Arabische artillerievuur. Momenteel heeft men er het merendeel
in authentieke staat hersteld. Hier waren het synagogen die het straatbeeld
bepaalden. Allerlei monumentale en historisch beladen gebouwen waren opengesteld;
ook kon men er kennis nemen van cisternen (oude waterreservoirs) en archeologische
opgravingen. Ik liet echter alle musea e.d. voor wat ze waren, want daar had
ik nu tijd noch interesse in.
Panorama vanaf David's Toren
Over de zuidmuur liep ik naar het oosten, waar de Islamitische en Joodse religies
hun heiligdommen hebben. Ondertussen genoot ik van een weids panorama over een
omgeving, waarvan de geografische aanduidingen in mijn oren allen een bekende
klank hadden: de berg Zion, de vijvers van Salomon, het dal van Hinnom, de Hof
van Olijven.... Waar de verplichte lessen Bijbelse Geschiedenis op de lagere
school al niet goed voor zijn geweest!
Citadel van Jeruzalem
Een van de oudste historische monumenten in Jeruzalem
De
citadel van Jeruzalem werd meer clan tweeduizend jaar gebruikt als
vesting. Ze was het zwakste punt in de verdediging van de
nederzetting en een bouwlocatie voor opeenvolgende stadsbestuurders.
De citadel speelde een sleutelral in de geschiedenis van Jeruzalem
en is nog steeds een symbool voor de stad.
De citadel is ook bekend als de Toren van
David, maar er bestaat geen verband tussen het bouwwerk en de
Bijbelse koning David. De citadel werd opgetrokken tussen 960 en 586
v.Chr. ten tijde van de Eerste Tempel. In de 1e eeuw v.Chr. werd de
bouw voortgezet onder de Hasmonese koningen, die het gebied
versterkten. Van 37-34 v.Chr. werkte Herodes de Grote de citadel
verder uit; hij voegde drie grote torens toe, waarvan alleen de
Phasael nog overeind staat (die nu deel uitmaakt van de
noordwestwallen). Christelijke pelgrims in de Byzantijnse tijd zagen
deze toren foutief aan voor de Toren van David. In 70 n.Chr. werd de
citadel veroverd door Romeinse troepen en later, in de 4e eeuw, kwam
zij onder het beheer van een monnikengemeenschap. In 638 volgde er
weer een machtswisseling en kwam de toren in handen van een
moslimgemeenschap, die in 1099 werd verdreven door kruisvaarders.
De Osmaanse Turken veroverden Jeruzalem in de
16e eeuw op de Egyptische Mamelukken en gaven de citadel haar
huidige vorm; ze bouwden een moskee voor het garnizoen, met een
opvallende minaret die bekend werd als de Toren van David. In de
loop der jaren is het beheer van de citadel van het ene geloof op
het andere overgegaan. Na de Zesdaagse Oorlog in 1967 verloor de
citadel haar religieuze betekenis en werd zij een cultureel
erfgoedcentrum.
In de citadel is nu het Museum van de
Geschiedenis van Jeruzalem gevestigd. De expositie beslaat de gehele
gerestaureerde citadel, waarbij diverse torenkamers elk een periode
uit de vierduizendjarige turbulente geschiedenis van Jeruzalem
beschrijven.
“Het aanzicht
van Jeruzalem is de geschiedenis van de wereld,
de geschiedenis van hemel en aarde."
Benjamin Disraeli, Britse ex-premier
Klaagmuur, Joods heiligdom
Bij de Mestpoort daalde ik af en ging ik weer de Oude Stad binnen. De toegang
tot de Klaagmuur werd zwaar bewaakt en iedereen werd er gefouilleerd. Het was
er een komen en gaan van orthodoxe Joden en toeristen, betrekkelijk weinig vond
ik overigens. Naast de Klaagmuur (10 tot 15 meter hoog) loopt een pad dat toegang
geeft tot de Tempelberg, waar nu 2 heilige Islamitische moskeeën liggen:
De Rotskoepel-moskee en de grote (maar minder mooie) El Aksa-moskee. De Arabieren
liepen daar pal langs de Klaagmuur, een Joods symbool dat hen een doorn in het
oog is. Ik mocht de Tempelberg trouwens niet op, omdat het vrijdag was en de
Moslims dan voortdurend bidden op hun gewijde grond waarbij zij de nieuws gierige
blikken van 'ongelovige, westerse honden' kunnen missen als kiespijn. Ik besloot
er op maandag terug te gaan.
Klaagmuur (Jeruzalem)
De heiligste gebedsplaats in het Jodendom
De
Westelijke Muur (of Klaagmuur) is het enige wat rest van de
originele joodse Tweede Tempel, die in 70 n.Chr. werd verwoest door
de soldaten van keizer Titus. Als steunmuur maakt hij deel uit van
de Esplanade der Moskeeën / Tempelberg.
Teksten geven diverse verklaringen voor het
voortbestaan van de muur; een ervan beweert dat God dit deel heeft
bewaard voor het joodse volk; een andere stelt dat Titus hem
achterliet als pijnlijke herinnering aan de Romeinse zege over Judea.
Het is nu gebruikelijk voor joden om papiertjes met wensen of
gebeden in de muurspleten te stoppen. Sommige teksten beweren dat de
nabijgelegen Rotskoepel op de plek staat waar zich, ten tijde van de
tempel, het Heilige der Heiligen bevond, en volgens de meeste joodse
leringen ligt de hemelpoort hier recht boven. Joden zijn bij
religieuze wet verboden dit terrein te betreden. Er gelden
beperkingen voor joodse vrouwen die bij de muur bidden.
De gebedsgroep Vrouwen van de Muur procedeert
al bijna twintig jaar voor het recht van vrouwen om bij de muur
hardop te bidden, een tallith te dragen en uit de Thora te lezen.
De locatie is ook belangrijk voor de Islam,
want moslims geloven dat Mohammed het gevleugelde paard dat hem van
Mekka naar Jeruzalem bracht aan de Westelijke Muur vastbond. Het
verhaal gaat dat een engel hem meenam naar Mozes, Jezus en Elia,
waar hij het lot zag dat mensen wacht na de dood. Deze gebeurtenis
wordt herdacht met de Rotskoepel die boven de muur opdoemt. De
samenkomst van islamitische, joodse en christelijke monumenten
verklaart deels waarom de oude stad van Jeruzalem zo fascinerend is.
Al is de Klaagmuur architectonisch gezien niet spectaculair, de
aanblik van joden die aan de voet van de muur fervent bidden, zo
dicht bij de glinsterende gouden koepel van het moslimheiligdom
erboven, is heel betoverend.
Overspoeld door Palestijnen
Toen ik een kwartiertje later door het labyrint van straatjes liep, werd ik
plotseling opgeslokt door een onafzienbare massa van vooral mannelijke gelovigen;
de gebedsdiensten in de moskeeën waren net afgelopen. Voetje voor voetje
schuifelde ik, met mijn hand angstvallig op de broekzak waarin zich mijn beurs
bevond, voort in een zee van bonte Palestijnse sjaals, Bedoeïense hoofddoeken
en hooggesloten sluiers. Ik voelde me bepaald niet op mijn gemak. Voor ik het
in de gaten had stond ik aan de andere kant van de binnenstad, bij de Damascus-poort
waar de menigte zich naar alle windstreken verspreidde.
De beruchte Damascuspoort
De Damascuspoort staat bij fatsoenlijke burgers in een kwade reuk; het
is een broeinest van zwartwisselaars, koppelaars, bedelaars, smokkelaars,
hoeren, beurzensnijders en andersoortig gespuis. Bij de poort werd gepatrouilleerd
door enkele pelotons M.E. in volle wapenuitrusting. Ook de bereden politie
hield een oogje in het zeil. Uiteindelijk is Oost -Jeruzalem. inclusief
de Oude Ommuurde Stad. nog steeds bezet gebied, dus dat machtsvertoon
had me eigenlijk niet hoeven te verbazen. Een stuk verderop stonden trouwens,
half verscholen achter marktkraampjes, een tiental overvalwagens inzetbereid,
alsmede een groep militaire (?) oproerpolitie.
De Hof van Olijven / Olijfberg
Ik liet dat zeer enerverende Arabische gekijf, gewoel en gescharrel achter
me en liep langs de eeuwenoude buitenkant van de muren naar de Olijfberg.
Tussen die berg (eigenlijk heuvel, ook wel Hof van Olijven of Gethsemana
genoemd) en de stad liggen hectares grote Joodse, Arabische en Christelijke
begraafplaatsen die ik in het voorbijgaan aandeed.
Uitzicht over Jeruzalem
Hier kreeg ik ook volop gelegenheid om mooie foto's te maken; niet alleen van
de berg zelf (die bespikkeld is met kloosters en kerken van alle gezindten),
maar vanaf de top (bij hotel Intercontinental) ook van de Oude Stad die zich
majestueus onder me uitstrekte. De klim naar de top deed me behoorlijk transpireren,
ook al omdat ik op een gegeven moment van het pad afweek en recht tegen de met
olijfbomen begroeide hellingen moest klauteren. Ik had eenmaal boven gekomen nog
een uiteenzetting (sorry, germanisme, ik bedoel 'twistgesprek', 'ruzie') met
een sjofele sieradensjacheraar die naar mijn smaak iets te opdringerig was.
Op mijn gemelijke afwijzing reageerde hij verongelijkt; hij voegde me toe: "Why
not friendly? I friendly, you must smile!" "OK," antwoordde
ik, "now I smile. Ok? And now fuck off please
and leave me alone!" Hij droop af en zijn vrienden lieten me
verder ook met rust.
Door UZI in zij gepord
Met een gammele Arabische bus reed ik terug naar het centrum. Het was
inmiddels half drie geworden en vanwege de nakende sabbat (die begint op vrijdag
bij zonsondergang, in de winter dus al tegen vijf uur) diende ik me te
haasten, omdat er met sabbat géén Joodse bussen mogen rijden.
Een behulpzame Amerikaan wees me de juiste aan, waarmee ik op het nippertje een van
de laatste bussen naar Tel Aviv kon halen. Mijn buurman in de bus was
een fors gebouwde Sabra (in Israël geboren Jood) in gevechtsuitrusting
die voortdurend met de loop van zijn Uzi in mijn zij porde, waardoor ik
nauwelijks de kans kreeg een dutje onderweg te doen.
Prachtige zonsondergang
In Tel Aviv waren de straten al volledig uitgestorven; ook de stadsbussen reden
niet meer, zodat ik te voet naar mijn hotel terug moest. Ik was opnieuw getuige
van een uitbundige zonsondergang die me onwillekeurig deed denken aan een morsig
palet van een slordige schilder. In het hotel trof ik David aan, de vriendelijke
receptionist, wiens dienst er net op zat. Hij had onmiskenbaar een zwak voor
mij; hoe moet ik anders het fotoboek over Tel Aviv, dat hij me bij wijze van
vriendschapsgebaar schonk, verklaren? Op mijn kamer aangekomen begon ik met
het maken van aantekeningen over mijn ervaringen en haalde ik voor het eerst
mijn Scryptogram-boekje te voorschijn.
Arabisch handgemeen
De rest van de avond bracht ik verder door in het hotel. Alleen tussen
8 en 9 uur wipte ik aan bij het Arabische eethuis in mijn straat, waar
ik een koude portie friet, 2 porties shoarmavlees, een auberginegerecht
en 2 potten bier bestelde. Vóór in het cafégedeelte
brak een vechtpartij uit tussen twee dronken bezoekers, die er erg stereotiep
(vanuit westerse ogen gezien dan) Arabisch uitzagen: priemende blikken,
haakneuzig, donkerogig, besnord en ongeschoren. Er vloeide geen bloed,
want de alerte eigenaar wist de gemoederen met opvallend gemak tot bedaren
te brengen.
Volgens mij had hij dat varkentje vaker moeten wassen.
Bezette gebieden opgeven
In de lounge voerde ik nog een gesprek met een drietal Israëliërs
die ongeïnteresseerd naar de televisie zaten te kijken. Ze toonden zich
niet bepaald enthousiast over het actuele regeringsbeleid ten opzichte van de
bezette gebieden. Wat hen betrof trok Israël zich onmiddellijk terug, uit
die brandhaard van verzet en zouden de aldus bespaarde miljoenen (de bezetting
kost Israël naar schatting een miljoen dollar per dag ) beter aangewend
kunnen worden voor de aanpak van binnenlandse problemen, zoals inflatie, werkloosheid.
etc. Ik ging weer vroeg naar bed, want de volgende morgen moest ik om half zeven
paraat zijn voor de dagtocht naar Massada en de Dode Zee.