|
|
WINTERREIS 1995 /
|
Koptisch hotelHet hotel ligt aan het plein voor het hoofdstation, gunstig dus. Vlakbij staan ook nog eens alle stadsbussen. Het hotel is in Koptische handen, (Kopten zijn Egyptische Christenen, naar schatting een groep van 6 tot 8 miljoen personen op een totale bevolking van 65 miljoen.) ik kan het goed vinden met het personeel. Ze spreken allen goed Engels. Ik heb zowel honger als dorst. Allereerst drink ik een liter mineraalwater op, daarna zijg ik neer bij een eetkraam langs de straat en werk snel bruine bonen ('foel'), 2 platte broden, 2 hard gekookte eieren, een schaal tomaten en 5 gefrituurde kikkererwtenkroketjes naar binnen. Zo, nu kan ik er weer tegen. Ik moet toegeven dat ik een en ander gewoon bestel uit nieuwsgierigheid naar de smaak ervan. Nu pas krijg ik echt oog voor mijn omgeving; hier is chaos troef. Alles is vies en smerig. Binnen een uur zit ik onder het stof. God weet wat voor soort bacillen en bacteriën ik zojuist heb moeten slikken! Maar dat deert me niet, nood breekt wet. Voor dat hele maal reken ik twee gulden af. In Egyptische ponden, want bij de receptie van het hotel heb ik probleemloos mijn reeds getekende cheques kunnen inwisselen, tegen een redelijke koers ook nog. Het is een driesterrenhotel, (dat merk je toch wel aan de scholing van het personeel), maar dan volgens Egyptische normen. Derhalve niet vergelijkbaar met wat in het westen voor 3 sterren doorgaat. De prijs is overigens navenant: fl 25 inclusief ontbijt. Ik koop nog ergens een halve gebraden kip en blijf de rest van de avond op mijn kamer. Nog vóór tien uur slaap ik. |
|

Lekker vroeg uit de veren. Het ontbijt is karig, 'continental' zogezegd. Ik ben er de enige gast. Ik probeer een taxi te charteren naar de kamelenmarkt in Imbaba, maar die blijkt vandaag niet plaats te vinden. Ik stuur twee veel te dure taxi's weg. Ik maak een praatje met Layla, de jonge receptioniste, een vrijmoedige en zwaar opgemaakt jonge vrouw. Als ik niet beter wist zou ik haar voor een goedkope del houden. De vaste hoteltaxi brengt me naar Faraonic City op Jacup's Island aan de linker Nijloever. Gigantisch hoge entreeprijs: fl 20. Het is een openluchtmuseum over de oudheid, tempels en beelden tussen de papyrusvelden. Ik trek met een groep Russische Joden op, die smijten met kontante dollars alsof het niks is. Yitzak (Isaac) is de gids uit Lwow, 5 jaar geleden naar Israël geëmigreerd. Ik zit op een soort tribuneboot tussen de, overigens heel beschaafde Russische matrones. Op de oevers worden scènes uit de oudheid geïmiteerd. Daarna volgt een privérondleiding. Het mooist vind ik de nagebootste tombe van Toet Ank Amon (zie hieronder).

Het Oude CairoTegen de middag maak ik een lange wandeling langs de Nijl, de brug over en terug stroomopwaarts naar Old Cairo (dateert uit de 8-10e eeuw). Bezoek aan Koptische wijk, erg toeristisch hier, dure souvenirwinkels. In mijn eentje bezoek ik de Hangende Kerk (erg donker, maar sfeervol met een boel iconen aan de muur), andere kerken, een synagoge, een nonnenklooster en een uitgestorven begraafplaats (mooie woordspeling…). Ik krijg ruzie met een kioskhouder die me geen wisselgeld teruggeeft. Zoiets proberen zo alleen in toeristische plaatsen. Zeven haltes met de volle metro terug, eenvoudig systeem, er is slechts één lijn! Vrouwen zitten in eigen coupés. Bij het hoofdstation stap ik uit. Het is spitsuur en ik moet me een weg banen door de forenzenmassa's. Ik koop water bij een dove lotgenoot; hij zal mijn vaste leverancier van dit levensvocht worden. |
|

Om 7 uur eten in een goedkoop lokaal; kippetje. Omzwervingen door binnenstad om kroeg te vinden. Ik beland uiteindelijk in de bar van het befaamde Windsor Hotel, waar de Engelse tv-reiziger Michael Palin verslag deed van zijn 'Reis om de Wereld in 80 Dagen'. Veel nieuwsgierige westerlingen, verder oude glorie hier. Op de terugweg stoot ik op een Koptische kerk, daar is een dienst aan de gang. Ik woon die bij; we staan aan de vooravond van Kerstmis. In mijn hotel blijkt men ook bier te schenken en wel op de 10de etage, dat is een meevaller. Kosten: twee piek voor een halve liter. Ik heb zelfs uitzicht over avondlijk Cairo. Overdag kun je van hieruit met enige moeite zelfs de piramides ontwaren die zo'n 20 km verderop liggen, maar meestal is het daarvoor te heiig of zit er te veel zand in de lucht.
|
Hangende kerk (Cairo) Ooit Egyptes belangrijkste koptische kerk Het gebied dat Oud-Cairo (Misr el Kadima) wordt genoemd, vlak bij de Nijl in het zuiden van de stad, bevat veel koptische en orthodoxe kerken en begraafplaatsen. De kopten waren de grootste christelijke minderheid in het islamitische Egypte na de Arabische verovering. Het waren monofysieten, die in strijd met de leer van de oosterse kerk niet geloofden dat Christus zowel god als mens was. Het Arabisch was in hun kerken de meest gebruikte taal. Voor de komst van de Arabieren was het gebied een joods-christelijke enclave, en de kerk staat op de plaats van een Romeins fort uit het eind van de 1e eeuw. Er zijn nog resten van het fort, waaronder de zuidelijke poort. Erbovenop bevindt zich de hangende kerk (al-Muallaqa), gewijd aan de Maagd Maria. Ooit werd geloofd dat de kerk een pit bezat van een door Maria gegeten olijf. De mogelijk in de 7e eeuw gebouwde kerk is vele malen herbouwd. Kansel en koorhek zijn middeleeuws en erg fraai. In de 13e eeuw was dit Egyptes belangrijkste koptische kerk. Vlakbij liggen de Ben Ezra - synagoge en de kerk van Sint-Sergius, naar men denkt de oudste kerk van Cairo en volgens zeggen, gebouwd boven een grot waarin Jezus, Maria en Jozef leefden toen ze op de vlucht waren voor koning Herodes. De ronde orthodoxe kerk van Sint Joris, in een van de torens van het Romeinse fort, werd na een brand in 1909 herbouwd. Het Koptisch Museum, in 1908 gesticht om het artistieke christelijk erfgoed te bewaren, heeft een collectie oude, op papyrus geschreven gnostische boeken, sommige in leer gebonden, de oudst bekende in leer gebonden boeken. De koptische paus Shenouda III is een frequent bezoeker van Cairo's hangende kerk. Het interieur van de kerk bevat muurschilderingen en koorhekken, en een marmeren kansel. |
INFO IN HET DUITS:
Kairo, Der islamische Stadtkern, Die Mutter der Welt"Wer Kairo nicht gesehen hat, hat die Welt nicht gesehen. Ihre Erde ist aus Gold, ihr Nil ist ein Wunder, ihre Frauen sind wie schwarzäugige Jungfrauen aus dem Paradies, ihre Häuser sind Paläste, ihre Luft ist weich und duftend wie Aloeholz. Und wie könnte Kairo anders sein, ist es doch die Mutter der Welt." So steht es in den Geschichten aus 1001 Nacht geschrieben. Der Film spürt diesem Zauber nach. Er besucht die Märkte und Moscheen der Hauptstadt Ägyptens und erzählt uns dabei einige der vielen Legenden, die es in Kairo gibt. Zahllose Geschichten findet man in an diesem Ort. Die Stadt ist so alt wie ihre Geschichten. Von den über 500 Moscheen stammen einige noch aus dem 9. und 10. Jahrhundert. Daten & Fakten Kulturdenkmal: Altstadt von Kairo, u. a. mit der Zitadelle, der Mohammed-Ali-Moschee, der El-Nasir-Moschee, der 5-eckigen Sultan-Hassan-Moschee, der Rifai-Moschee mit den Gräbern König Faruks und Schah Mohammed Resas, der Ibn-Tulun-Moschee, dem Mausoleum der Shagarat el-Du und der Blauen Moschee (Aksunkur-Moschee) UNESCO-Ernennung: 1979 969 Eroberung Ägyptens durch die Fatimiden 973 Kairo Hauptstadt des fatimidischen Ägypten 1087-91 Anlage der Stadtmauer mit Bastionen 1168 Verheerender Brand 1175/76 Wiederaufbau Kairos und Bau der Zitadelle 1250-1517 Wirtschaftszentrum der damaligen islamischen Welt unter den Mamelucken 1335 Bau der El-Nasir-Moschee / 1517 Eroberung durch die Osmanen unter Sultan Selim I. 1652 Wiederaufbau der durch Erdbeben beschädigten Blauen Moschee 1798 Einzug Napoleons in Kairo 1805 Einzug des Paschas von Ägypten, Mohammed Ali, in die Zitadelle 1814 Bau des Gawhara-Palastes / 1823 Zerstörung der Zitadelle durch Explosion 1912 Bau der Rifai-Moschee / 1992 teilweise Zerstörung durch Erdbeben |
Tot zeven uur 's avonds te voet de Oostzijde van de stad verkennen. Ik bezoek achtereenvolgens de karavaanserail van sultan Baibar, enkele Koptische kerken (er zijn er best veel hier) en een uitgestrekte dodenbegraafplaats waar duizenden mensen tussen de graven wonen en soms zelfs in de graven zelf. Er wordt mij een rondleiding opgedrongen door enkele bewoners. Ik kom niet onder baksjies uit. Verder bekijk ik de tamelijk gave stadsmuren, twee stadspoorten, de levendige Bazaar Khan Kalili, de Bab al Zuwayla en de Bab alNasr (twee stadspoorten), oeroude medresses (koranscholen), een stel moskeeën (de Rifai, de Sultan Hasan , de Soliman Pascha en de Sultan Houssein Moskee).
|
Noordelijke begraafplaats (Cairo) Een begraafplaats voor levenden en doden Halverwege de 13e eeuw hadden de heersers van Egypte een leger dat grotendeels bestond uit Turkse slaafsoldaten, Mammelukken genoemd. Nadat ze in 1250 een inval van christelijke kruisvaarders hadden tegengehouden, namen de Mammelukse leiders de macht over; hun regime zou 250 jaar standhouden. De Mammelukken bouwden fraaie paleizen en moskeeën, maar hun meest blijvende bijdrage aan het aanzien van Cairo was de begraafplaats die ze ten noorden van de citadel aanlegden, als aanvulling op die in het zuiden. Begraafplaatsen worden vaak steden der doden genoemd, maar deze werd ook een stad van de levenden, want mensen gingen er wonen. De meeste tomben lijken op huisjes, met een binnenplaats en twee of drie kamers waaronder de dode is begraven – op de zij liggend, onbedekt en met het gezicht naar Mekka. Deze tomben waren de bescheiden opvolgers van de piramiden van de farao's en de kamers waren bedoeld voor bezoekende familie en vrienden, om bij hun doden te kunnen overnachten, feestvieren en eten. In de 14e eeuw gingen veel mensen erin wonen. De sultans bouwden veel imposantere graven voor zichzelf en hun familie, zoals het mausoleum van de eerste Circassiaanse Mammelukken-sultan Burquq, die regeerde van 1382 tot 1389. Tussen 1470 en 1480 bouwde sultan Kait Bey een schitterend begrafeniscomplex met een fraaie moskee, betaald van zijn winsten in de lucratieve specerijenhandel tussen het Verre Oosten en Europa. De begraafplaats is inmiddels een stad geworden, met winkels, appartementencomplexen, rommelmarkten, politiebureaus, postkantoren en bushalten, al zijn de meeste straten te smal voor alles wat groter is dan een ezelskar. Er wordt ook een kudde schapen gehouden. |
![]() |
![]() |
Tenslotte kom ik uit bij een stel mooie verlaten mausolea uit de elfde eeuw: Sultan Barquq Mausoleum, Sultan Quatbay Mausoleum, etc. Hier en daar voer ik korte gesprekjes. Een stoffenverkoper vraagt waar ik vandaan kom in Nederland. Ik antwoord dat ik uit de buurt van Eindhoven kom. Zegt die vent: "0h, that's the town where people say 'Houd-oe', isn't it?" Ik kan het alleen maar stomverbaasd beamen. Cairo, ook wel de hoofdstad van de Arabieren genoemd, is inderdaad propvol. Men schat het aantal inwoners op zo'n vijftien miljoen. Eigenlijk kan de stad er maar 5 miljoen hebben wat voorzieningen en infrastructuur betreft. Bovendien wordt er slecht gebouwd. In de vijf volkswijken die ik, probleemloos overigens, doorloop zie ik regelmatig ingestorte appartementgebouwen (kan ook nog door die aardbeving in begin '90 veroorzaakt zijn).
|
Al Rifa'i-moskee(Cairo) Moskee, mausoleum en grof van de beruchte koning Farouk De laatste grote moskee van Cairo, met een weelderig interieur van marmer en goud, is beroemd om degenen die er zijn begraven, zoals de kedive Ismail, die vanaf 1863 Cairo moderniseerde en de aanleg van het Suezkanaal steunde (hij werd in 1879 onder druk van de Britten door de Ottomanen afgezet). Het kanaal was erg belangrijk voor het Britse wereldrijk. In 1882 annexeerden de Britten Egypte. Ze oefenden gezag uit middels een reeks Egyptische kediven, sultans en koningen. De Al Rifa'i-moskee werd oorspronkelijk als familiemausoleum gebouwd door Ismails moeder, prinses Khushyar. De in 1895 gestorven Ismail werd er begraven. De moskee is genoemd naar sjeik Ali al-Rifa'i, oprichter van een soefischool voor islamitisch mysticisme. Men denkt dat ook hij er is begraven. De bouw begon in de 19e eeuw, maar was pas in 1912 voltooid. De supervisie op de bouw berustte bij de hoofdeunuch van de prinses die zelf ook in de moskee werd begraven, net als Ismails in 1914 gestorven zoon sultan Hoessein Kamil en zijn zoon Fuad, door de Britten in 1922 als koning van Egypte erkend. Fuad stierf in 1936 en werd opgevolgd door zijn zoon, toen nog een baby maar later de befaamde koning Farouk. Farouk werd in 1952 verbannen door Egyptische officieren onder leiding van generaal Neguib en kolonel Gamel Abdel Nasser. Na Farouks dood in 1965 werd zijn lichaam teruggebracht naar Egypte en uiteindelijk in de moskee ter aarde besteld. Ook de laatste sjah van Perzië, Mohammed Reza Pahlavi, in 1979 uit Iran verdreven en in 1980 in Egypte gestorven, is er begraven, evenals zijn eerste vrouw Fawzia, een zuster van Farouk. De architectuur van de moskee is voornamelijk Mammeluks, zoals blijkt uit de koepel en de minaret. |
Met de taxi terug. Het verkeer hier in deze chaotische stad is waanzinnig. (Zie krantenartikel hieronder.)Heet bad genomen. Leuke koffietent gevonden, waar enkel thee wordt genuttigd. Het is bar koud op de kamer, althans 's avonds en 's nachts. Ik laat enkele keren het bad vol heet water lopen en zet de deur van de badkamer open om de hete stoom de kamer te laten verwarmen. Dat doe ik om het uur. Gelukkig kan ik zelf ook hete soep en koffie maken met behulp van mijn dompelaar. 0 ja, vandaag heb ik ook nog weinig gangbare dingen gegeten, o.a. een broodje rammenas en een broodje winterpeen. ‘s Nachts word ik regelmatig wakker met kriebelhoest. Waarschijnlijk zijn al die walmende uitlaatgassen van vooral bussen mij op de keel geslagen. Als ik mijn neus snuit komt er zwarte smurrie uit, kun je nagaan.
|
Bab Zuweila (Cairo) Historische 17e-eeuwse poort in de muren die de Fatimiden beschermde Het Fatimidische koninklijke gebied van Cairo, Al-Cahirah, was aanvankelijk omringd door muren van gedroogde aarde, maar die moesten in de 11e eeuw plaats maken voor stenen muren om een impopulaire heerser te beschermen. Toen de Nijl-vallei enige jaren achtereen niet overstroomd werd, verhongerde een groot deel van de bevolking, wat leidde tot opstand tegen de Fatimidische heerser al-Mustansir. Deze zette een Armeense generaal in, Badr al-Jamali, die de orde herstelde en de muren rond 1085 in steen herbouwde. Delen daarvan bestaan nog steeds, net als de reusachtige poorten in de noordelijke, oostelijke en zuidelijke muur. De zuidpoort, de Bab Zuweila, is genoemd naar een Berberstam van vlakbij gelegerde soldaten. Erbovenuit torenen de sierlijke minaretten van de al Mu'ayyid-moskee, die er rond 1420 aan werden toegevoegd. De poorten werden gesloten met door soldaten bewaakte deuren met ijzerbeslag. In de middeleeuwen waren de poorten centra van allerlei activiteiten. Er waren ezels te huur en koranopzeggers zegenden de voorbijgangers. Op het buitenplein traden populaire artiesten op als musici, dansers, goochelaars, fakirs en slangenbezweerders. Er waren kraampjes met zoetigheden en een markt met muziekinstrumenten, maar ook prostituees en er werden openbare executies voltrokken. Sommige misdadigers werden aan de poortdeuren genageld, sommige gespietst en sommige onthoofd, waarna hun hoofd op een staak werd geplaatst. Na de uitvinding van een mechanisch wurgapparaat – een grote koperen pop, aangedreven door een uurwerk – werd de veroordeelde daaraan vastgebonden en begon de pop wild te dansen tot zijn partner was gewurgd. In 1517 namen de Ottomanen Cairo in en de laatste Mammelukse heerser Ashram Tumanbey werd aan de poort opgehangen. Twee keer brak daarbij het touw, en pas de derde keer zijn nek. De menigte brulde. |
![]() |
![]() |
|
Citadel (Cairo) Van hieruit werd Egypte zes eeuwen geregeerd Van de 13e tot de 19e eeuw werd Egypte vanuit dit fort bestuurd. Het werd oorspronkelijk gebouwd door Saladin, die in 1171 de laatste Fatimidische heerser afzette, maar is sindsdien vele malen uitgebreid en herbouwd. In Saladins tijd omvatte het fort de koninklijke paleizen, het hoofdkwartier van het leger en regeringsgebouwen. Na 1250 vervingen de Mammelukse sultans veel van de gebouwen door andere in grootsere stijl, maar die werden later weer afgebroken, met uitzondering van de in 1335 voltooide moskee van An-Nasir Mohammed. De harem, met paviljoenen en tuinen en meer dan 1200 bewoners, bevond zich op de plaats waar nu de moskee van Mohammed Ali staat. In 1400 werden in het paleis van de sultan zo'n zesduizend knapen als slaven gehouden. Toen na 1517 Egypte een door Turkse pasja's geregeerde provincie van het Ottomaanse Rijk was, werden moskeeën, poorten en donjons toegevoegd,zoals de toren Burg al-Muqattam, die 25 meter boven de oostelijke ingang oprijst. In 1650 was de citadel uitgegroeid tot een woondistrict met straten, privéhuizen, winkels, markten en openbare badinrichtingen. Na de inval van Napoleon in Egypte in 1798 werd het bezet door Franse en van 1882 tot 1947 door Engelse troepen. Mohammed Ali Pasha, door de Ottomaanse keizer in 1805 tot onderkoning van Egypte benoemd, stichtte een eigen heersersdynastie die tot 1953 standhield. Hij was een efficiënt vernieuwer – zijn nieuwe paleis in de citadel had gasverlichting – en reorganiseerde Cairo door nieuwe straten aan te leggen en gebouwen in de citadel te vervangen door nieuwe, waaronder een enorme, in 1848 voltooide sierlijke moskee. In die moskee is hij later begraven. Tegenwoordig bevat het complex ook het nationale politiemuseum en het Egyptische legermuseum. |
“Domkop!", roept Mahmoud door zijn open raampje. We zijn ternauwernood aan een
botsing ontsnapt. Een andere auto kwam ons met hoge snelheid op een rotonde
tegen de richting in tegemoet, een goed gebruik in Egypte. De bestuurder was
druk in gesprek op zijn mobiele telefoon en heeft niet op of om gekeken. Hij
heeft ons nooit zien aankomen, en waarschijnlijk ook niet voorbij zien gaan.
Mahmoud, mijn taxichauffeur, had zijn stuur net op tijd omgegooid.
Deelnemen aan het verkeer in Egypte is een heel avontuur. Alleen bij hoge
uitzondering stop je voor rood. Richting aangeven wordt beschouwd als een
overbodige luxe, evenals de achteruitkijkspiegel controleren en 's avonds met
lichten aan rijden. De veiligheidsriem is er alleen maar voor de vorm.
Plotseling midden op de weg stilstaan om op de stoep sigaretten te kopen, is de
normaalste zaak van de wereld. Wie iemand anders voor last gaan, is niet goed
wijs en dat rechts voorrang heeft, is een goed bewaard geheim. Het enige dat
telt is de claxon en groot licht. Wie het hardst komt aanrijden, het meest
agressief met de lampen flikkert en aanhoudend toetert, mag meestal eerst. Met
als resultaat dat Cairo een van de lawaaiigste steden ter wereld is en Egypte
een van de hoogste sterftecijfers in het verkeer telt. Volgens de statistieken
van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) van de Verenigde Naties sterven
jaarlijks meer dan 6.000 mensen op de Egyptische wegen. Ruim 30.000 mensen taken
gewond bij ongevallen. Dat betekent dat er dagelijks zeker 16 mensen om het
Leven komen bij een verkeersongeluk. Waarschijnlijk ligt het werkelijke aantal
nog veel hoger. Het verkeer is in Egypte de tweede doodsoorzaak.
Ondanks het gevaar blijven de Egyptenaren uiterst laconiek op de weg. Ouders
laten hun kinderen op drukke kruispunten spelen. Gezinnen steken op hun dooie
akkertje een snelweg over. Ezelskarren en fietsers rijden tegen het verkeer in
als het ze goed uitkomt. Miljoenen mensen stappen elke dag opnieuw in een
microbus bij een schijnbaar maniakale en veelal met pepmiddelen gedrogeerde
chauffeur die nooit een rijbewijs heeft gehaald.
De meeste zwart-wit geschilderde taxi's zijn ouder dan dertig jaar en hangen
alleen nog met ijzerdraad aan elkaar. De doorsnee chauffeur steekt gedurende de
rit de ene sigaret met de andere aan. Dat de passagier ondertussen lekkende
brandstof ruikt, verbaast niet aangezien een stoffen prop vaak als benzinedop
fungeert. Op de grote weg is het niet veel veiliger. Te zwaar beladen
vrachtwagens denderen over de weg, zich niet storend aan de uitgebrande
karkassen van hun voorgangers aan de rand van de woestijn. Ook honderdduizenden
toeristen stappen jaarlijks in touringcars zonder zich bewust te zijn van de
gevaren op de weg „om vervolgens bij elke bocht en inhaalmanoeuvre doodsangsten
uit te staan".
Deze zomer trad daarom een nieuwe verkeerswet met strengere straffen in werking.
Een kleine greep uit de bepalingen toont vooral aan hoe slecht de zaken er voor
staan. Zo dient de bestuurder voortaan in het bezit te zijn van een rijbewijs.
Verder moet er in de auto een gevarendriehoek en eerste hulpkit aanwezig zijn.
Veel auto's, met name de stokoude Lada's, Fiats en Peugeots die nu nog het
straatbeeld in Cairo domineren, zullen van de weg worden gehaald. De chauffeur
van een auto die wel mag blijven rijden, moet een veiligheidsriem om. En in het
kader van de publieke deugdzaamheid, mogen passagiers zich niet onzedelijk
gedragen in een voertuig.
Mahmoud heeft goede hoop dat het verschil zal maken. “Als de wet ook echt wordt
afgedwongen", zegt hij, wetend dat zijn landgenoten er meesters in zijn de
regels aan hun laars te lappen. Wat dat betreft heeft hij niets te klagen. Sinds
de nieuwe wet van kracht is, staan verkeersagenten dagelijks auto's aan te
houden om rijbewijzen, uitstaande bekeuringen en de staat van de voertuigen te
controleren.
Met zijn goed verzorgde en relatief nieuwe Citroen (1990) hoeft Mahmoud zich
geen zorgen te maken. Leedvermaak is hem niet vreemd wanneer andere bestuurders
de huid wordt vol gescholden bij de politiecontroles. Hij heeft de afgelopen
dertig jaar lijdzaam moeten toezien hoe zijn vak naar de vernieling werd
geholpen door iedereen die een auto dacht te kunnen besturen en zijn klanten
afpikte. Het zijn dezelfde figuren die nu een schuine zwarte balk over hun hemd
verven om de illusie te wekken dat ze een veiligheidsgordel omhebben. Dat het
voor zijn eigen bestwil is, gaat er bij veel Egyptenaren niet in.
Maar de gewoonte om de regels te overtreden blij ft hardnekkig. Zo ook bij de
verkeerspolitie. Op internet circuleren diverse filmpjes waarop te zien is hoe
agenten geld aannemen van autobestuurders en rechtstreeks in hun eigen zak
steken. „Het verkeer staat symbool voor de toestand van het land", zegt Mahmoud.
„Het is één grote bende."