In 1990 vonden er in de toenmalige Sovjet-Unie grote politieke omwentelingen
plaats. Als gevolg hiervan werd de grootscheepse hulp aan communistische
vazalstaten grotendeels stopgezet. De socialistische staat Cuba werd daardoor
vooral economisch zwaar getroffen. Toen de steun van de grote broer weggevallen
was, kreeg het Caribische eiland te maken met een grote crisis. De afzet van
suikerriet en andere producten werd niet meer gegarandeerd en ook de aanvoer van
goedkope sovjetolie stagneerde. Bovendien werd de economische boycot van de Boze
Buur USA eerder strenger dan soepeler.
Cuba moest door die ontwikkelingen op eigen benen leren staan. Het toerisme
zou een van de pijlers moeten worden waarop de nieuwe Cubaanse economie zou
moeten gaan rusten. Het land werd dus op grote schaal opengesteld voor vooral
rijke westerse toeristen. Men mikte op de grote Europese markt, want Amerikanen
mogen van hun regering Cuba niet bezoeken. (Daarom reizen de Yanks gewoon via
Canada naar het verboden land...)
Ik bedacht me niet lang en boekte in 1992 voor de kerstdagen bij
reisorganisator Special Traffic een rondreis door het tropische eiland van de
onbetwiste voorman, vrijheidsstrijder en dictator Fidel Castro. Het verslag van
die reis volgt hierna.