|
|
|
Fraaie vluchtIk breng de nacht door op de luchthaven: soezen, koffie drinken, wat eten
en veel lezen en puzzelen. Om half zeven kan ik, als eerste zelfs,
inchecken aan de balie van Martinair. Vertrek om 10.40 uur, 40
min. te laat. Prachtig helder weer; uitzicht over Neêrlands duinenrij
bij Zandvoort, het eiland Wight; zelfs herken ik Land's
End, Penzance en Michael's Mount in Cornwall. Ook een mooi
uitzicht op de Bahamas, Bermuda's en de turkooizen wateren rond de
idyllische eilandjes van de Turks- en de Caicos-archipels. |
|
Aankomst vindt plaats om half drie plaatselijke tijd. Mij vallen direct
spandoeken met welkomstwoorden in het Russisch op: C priejezdom! Met
een bus naar een bungalowhotel van 2 jaar oud, El Cocal geheten. Ik heb
een enorme ruimte voor mij alleen, alles werkt, er is bovendien schoon
sanitair . Introductie van de reisgroep inclusief welkomstdrankje volgt op het
terras naast het zwembad. Aan onze groep zijn drie gidsen toegevoegd: 2
jongedames, één jongeman, daarnaast nog een chauffeur en een manusje-van-alles.
Ik blijf aan de bar hangen met een cynische man uit Oegstgeest. ('Begin
alsjeblief niét over Wolkers... !) Na het rijkelijk met bier (ik) en
cuba libres (hij) besprenkelde gesprek met die man (die later tijdens de reis
alcoholist blijkt te zijn) ga ik de omgeving verkennen. Veel motors met
zijspan en open vrachtwagens met laadbak vol halfnaakte landarbeiders komen
voorbij. Ik maak een praatje met een oude caballero met strohoed op en
een vervaarlijke machete langs de heup. Hij vertelt iets over de gierachtige
vogels die op een schutting zitten. Ik kan hem nauwelijks volgen, mijn kennis
van het Spaans is ontoereikend om het fijne ervan te begrijpen. Ik vraag hem
naar de naam van zijn paard. 'Pedrito hihi' heet het. Als ik dat
herhaal spitst het dier zijn oren en gaat er spoorslags vandoor. De ruiter
wordt in een mum van tijd verzwolgen door de metershoge suikerrietplanten.
Later
op de dag is er een briefing bij het zwembad. We zijn met een grote groep van
ongeveer 60 personen, we worden gelukkig in 2 bussen vervoerd. Ook een stel
Waalse en Vlaamse Belgen zijn erbij. Constant worden bandjes van ‘caribbean
music’ gedraaid. Het "Mañana" en "Quantanamera"
zijn er niet van de lucht. Al het eten is bij deze reis inbegrepen, exclusief
de lunches, die ik vaak oversla. We dineren vanavond in de open lucht, o.a.
speenvarken staat op het menu, alsmede kalkoen, veel fruit en zoetigheid. Ik
zit aan tafel met twee Limburgse leraressen; dat wordt dus lullen over
onderwijs. Om tien uur ga ik slapen, ik ben doodop.
| Gezamenlijk ontbijt. Ik drink alleen koffie, wat eten betreft heb ik nog genoeg van gisteravond. Ik maak een kennismakingspraatje met de gidsen: Roberto Diaz (een goedlachse en charmante mulatto), Carmen (spichtig, geblondeerd type) en Betty (forse meid, groot, met bijzonder expressief gezicht). Ze spreken alle drie beroerd, maar wel net verstaanbaar Engels. Allereerst volgt bezichtiging van het stadje Holquin. Het is Eerste Kerstdag; lange rijen staan voor de winkels waar bij wijze van uitzondering taart, snoep en vleeswaar verkrijgbaar is. In Cuba heerst echte schaarste. We begeven ons naar de mirador op de Mayabe-heuvel bij de stad,150 m hoog. Ik ben niet in vorm (slaapgebrek, te veel biertjes gehad) en eindig in de achterhoede tussen de hooggehakte vrouwtjes en de bejaarden. Shame on me. |
|
De sigarenfabriek is dicht; nogal logisch vind ik, het is immers het hoogfeest van Navidad (ofwel Kerstmis), dat wordt ook in het communistische Cuba nog gevierd, hoewel, in bescheiden mate. Het volk kan nog geen afscheid nemen van zijn opium. De groep bestaat uit veel alleenreizenden, vaak afkomstig uit het onderwijs, net als ik. Er is ook een substantiële groep ouderen. Na Holquin volgt een tocht door heuvelland met plantages en landerijen die er allemaal vruchtbaar uitzien in mijn ogen.