|
| |
Dag
11 KUNMING - DALI
Clim: bonje met
de chauffeur
Voor
dag en dauw op, om half zeven op het halfronde busstation. In het gewoel wordt
Jorrit's rugzak gestolen, inclusief de videocamera. Clim maakt zich
verdienstelijk en staat boven op de bus de zware bagagestukken op te hijsen.
Hij wordt door een bazige Chinees afgesnauwd en gecommandeerd, wat hij niet
pikt. Hij baart opzien door de blaaskaak uit te kafferen; het blijkt de
chauffeur te zijn. Deze vraagt extra yuan voor tolgeld, dat scheelt volgens
hem twee uur in tijd. Iedereen betaalt. Na een saaie hoogvlakte belanden we in
glooiende bergen. Diep in de valleien glinsteren de rijstvelden (hier dus
letterlijk "rijstkommen"), boven de 3.000 meter wil alleen nog maar
groente groeien. We zitten hutje op mutje. Regelmatig moeten we omrijden of
langs stenen en rotsblokken laveren wegens aardverschuivingen. We passeren
drie bergpassen.
Uitbraak
van paniek: bijna-ramp
|

|
Tegen
de middag zijn de wegen veel smaller geworden. In een dorp in een dal
lopen we vast, een letterlijke opstopping vanwege wegwerkzaamheden.
Twintig meter voor ons staat een truck, waarvan plotseling de motor
vlamvat. Hee, leuke afwisseling, totdat iemand merkt dat het gaat om
een tankauto met benzine. Men voelt de explosie al aankomen; in paniek
vlucht iedereen de bus uit. De westerlingen nemen de reguliere uitgang
(proppen en dringen geblazen), terwijl de veel kleinere Chinezen zich door de openstaande ramen
in veiligheid brengen. Jos kan zijn schoenen niet meer vinden en treuzelt zo lang
dat hij als laatste achterblijft, samen met een van plezier kraaiende
kleuter (die vindt dat tumult maar wat spannend), een op de achterbank
door zijn moeder verlaten krijsende zuigeling en een mekkerende geit.
Vooraan blijkt een kreupele man zich onder de bank te hebben
verscholen. Het inferno gaat echter niet door; een moedige Chinees
weet met dekens en jassen met gevaar voor eigen leven het vuur te
blussen. De ramp wordt afgewend. De spanning en angst ontladen zich in
een pittige scheldpartij tussen de autochtonen (de wegwerkers met hun
teertonnen) en de raszuivere Han - Chinezen (de chauffeurs).
(Zie
foto hieronder)
Het wordt
een soort rituele dans van kemphanen. Om beurten stappen ze op elkaar
af om elkaar te grofste verwijten en beledigingen naar het
hoofd te slingeren. Hoewel ze uiterst agressief overkomen, raken ze
elkaar met geen vinger aan. Wij westerlingen zijn hevig
geïnteresseerd en staan met de camera's in de aanslag, want als het
op matten aankomt willen we niets missen. Als de karavaan onverwacht toch
verder kan, loopt alles met een sisser af.

|
Stukje historie:
Bai-koninkrijk
Tot
Dali volgt een schitterend landschap dat door de Bai, een grote minderheid van
enkele miljoenen, wordt bewoond. In de middeleeuwen bestond er een machtig Bai
koninkrijk, dat echter in de dertiende eeuw door de Mongoolse horden van de
Kublai Khan (die op weg waren om in Burma de duizenden Boeddhistische tempels
van Pagan te vernietigen) werd weggevaagd. Nooit heeft het rijkje zich daarvan kunnen
herstellen. Dali is de voormalige hoofdstad en is dan ook nog volledig ommuurd en
versterkt.
|
 |
Hotel Number
One
Om half acht 's avonds komen we in Nieuw-Dali, de stad Xiguan, aan.
We hebben geen minuut tijdwinst geboekt en Clim eist dan ook op hoge toon zijn
extra yuan van de grofgebekte chauffeur terug. Hij vangt bot. Natuurlijk. We
huren een busje om in het oude stadje te komen. We worden in het beste hotel (Number
One) ingekwartierd. (Het enige andere goede hotel heet veelzeggend Number Two...)
We vinden een eigen eettentje, het Woodland Restaurant, waar we hoog
gewaardeerde gasten worden. De groep habitueert het Tibet Café, een
hippieachtig etablissement waar de backpackers samendrommen. Keuze is
natuurlijk van Lian, die van iedereen een aanvulling van de door haar beheerde
reispot vraagt. Tot onze verrassing blijkt het stadje zeer toeristisch te
zijn, met
honderden stalletjes, kraampjes en souvenirwinkeltjes. We slaan lauw bier in.
Morgen slapen we uit.
|
Dag
12 DALI
|
 |
De befaamde Drie
Pagodes
Jos
zit toch al om acht uur in het milde ochtendzonnetje op de binnenplaats
aantekeningen te maken. In de groep schijnen mensen buikloop te hebben. Met
Jorrit en Sjoelie, die in Kunming naar het ziekenhuis zijn gegaan, is alles
weer in orde. Een lading medicijnen heeft hen weer op de been geholpen. Tegen
de middag lopen we naar de San Ta, de Drie Pagodes. Via dorpjes die geheel
opgebouwd zijn uit keien, rotsen, leem en lei. We bezichtigen een
marmerwerkplaats waar geslepen en gebeiteld wordt onder gevaarlijke
omstandigheden (veel gruis en stof); een effectief ARBO - beleid wordt
hier niet gevoerd. In de Reflection Pool (spiegelvijver) worden de drie
pagodes (drie torens eigenlijk) gespiegeld. We schaffen na onderhandelingen
(afdingen via getallen opschrijven op papiertjes) o.a. één muziekbal
aan....Op verzoek verbeteren we de tekst in het Engels van een vrouw die
hiermee reclame wil maken voor haar restaurant. Er liggen twee musea; een met
oude foto's en lithografieën van de omgeving, het ander met oude spulletjes.
|

van Dali
Angstig
wegrennende kinderen
Door landbouwgebied lopen
we
naar het meer toe, tussen kabbelende beekjes en smalle kanaaltjes, rijstvelden
en maïsakkers. We hoppen van dorp naar dorp, ze liggen in dit vruchtbaar
gebied dicht bij elkaar. De mensen zijn er vriendelijk en zeggen ons Limburgs
dialect perfect
na, ook nog met de juiste intonatie. Wij: "Enne, mooder, aan ut wasse?" Antwoord:
"..aan ut wasse ?” “Mótte veer get kaupe?" Antwoord: "..get
kaupe?". En maar glimlachen. ..
De kleine kindertjes zijn echter bang voor
onze reuzengestalten en lange baarden. Angstig kruipen ze weg of verdwijnen
rap om de hoek. Twee kleuters beginnen hartverscheurend te janken als ze ons
zien aankomen en klemmen zich panisch aan moeders rokken vast. Een stel jonge
meisjes achtervolgt ons stiekem, we spelen het spelletje mee. Af en toe
stoppen we en drinken ergens thee; we kopen zelfs ergens een ijsje. |

|
|
Clim maakt een praatje met een boer bij zijn akker
|
Info over
Tijgersprongkloof
‘s
Avonds maken we een praatje met een student in het restaurant; hij wil zijn
Engels oefenen. De groep heeft een dia - avond over de Tijgersprongkloof,
die wij ook willen bijwonen, we weten alleen niet waar de bijeenkomst plaats
vindt. Later blijkt dat we
een aankondiging van VNC in koeienletters in de lobby over het hoofd hebben
gezien. We drinken bier in het La La Café, dat nogal achteraf ligt. We komen
er terecht in een complete Chinese familie die haar avondmaaltijd nuttigt; er
zit ook een groep uiterst gedisciplineerde jonge meisjes te eten, misschien
van een internaat. We mogen gratis iets meepikken, gefrituurde aubergine. Best
lekker.
 |
 |
 |
Het moge duidelijk zijn: Clim spaart muntjes en wisselt dus overal
groot naar klein.
|
Dag
13 DALI - ERHAIMEER - DALI
Kleurrijke
markten en begrafenisstoet
We
leveren ons wasgoed in. Vroeg in de morgen is er al een stroomstoring, die de
hele dag blijft duren. 's Avonds krijgen we onze vuile was terug, de machines
werken niet. Urenlang dwalen we door de stad; we bezoeken kleurrijke markten,
lopen ons vast in doodlopende straatjes, stoten volkomen onverwacht op twee
christelijke kerken. Clim wisselt muntjes bij groentehandelaars. Een
kapokslager wil niet dat we van hem en zijn bedrijf een foto maken. Vreemd,
meestal willen de mensen in dit land maar wat graag op de foto. We komen bij
de visvijvers uit en gaan via een andere weg terug. We zien een
begrafenisstoet met ween - en klaagvrouwen erbij, er worden massa's
papieren namaakgeld verbrand en om de 200 meter wordt er een trits vuurwerk
afgestoken om de boze geesten te weren. Tien dragers sjouwen met de kist. In
een restaurant boven de sobere Zuidpoort (slecht beklant, ondanks een
kunstenaarsexpositie) drinken we heldere kruidenthee.
| Erhai: kristalhelder
bergmeer |
 |
 |
 |
 |

DALI
Het stadje Dali ligt in een
brede mooie vallei aan de oevers van het heerlijke Erhai Hu meer.
Het sfeervolle centrum is omringd door gerestaureerde stadsmuren.
Dali ligt in het gebied van de Bai, een andere minderheid. Vrijwel
elke dag is in een van de dorpjes in de vallei een lokale markt war
de Bai komen om spullen te kopen en te verkopen. Ook bijzonder is
een bezoek aan het Bai-stadje Xizhou. Voor een goed uitzicht en wat
lichamelijke beweging is de wandeling naar de Zonghe Tempel een
aanrader. |
van Dali
|