In 1988 trok ik veel op met Robbert van den B. We waren vaker met elkaar
op vakantie geweest, onder anderen naar Boedapest, Rome en Madrid. In 1985 was
ik samen met hem het oosten van Turkije, ofwel Koerdistan, gaan verkennen. We
konden goed met elkaar opschieten, dus besloten we onze horizon wat te verbreden
en wel naar Zuidoost - Azië.
Indonesië werd uiteindelijk ons reisdoel, nadat om verschillende redenen
Thailand en Maleisië waren afgevallen. Met KLM vlogen we via Delhi en Singapore
naar Jakarta. Van daaruit zochten we alles zelf uit. De eerste dagen in het
overvolle, lawaaierige, benauwende en stinkende metropool Jakarta troffen ons
als een vuistslag, maar allengs raakten we gewend aan de gebruiken en het levensritme
van dit land. Moeiteloos vonden we onze weg door het hoofdeiland Java. Eerst
met de boot helemaal naar Soerabaja. Van daaruit trokken we verder per bus naar
Oost - Java om de Bromo - vulkaan 's nachts vanwege de zonsopgang te beklimmen .
Na dit uitstapje in de bergen namen we een luxe nachtbus naar het eiland Bali.
Dit verslag begint bij de oversteek met de veerboot naar Bali. Het is het tweede
deel van het volledige verslag van onze Indonesië - reis. Het eerste deel beschrijf
onze ervaringen op het eiland Java, waar we na ons verblijf in Bali terugkeerden
per Merapi - vliegtuig. We landden toen in Yogyakarta, waar we de Borobudur, de
Prambanan - tempels en het Dieng - plateau bezochten. Vervolgens stapten we op de
trein naar Bandung. Voor we definitief naar Jakarta terugkeerden, brachten we
nog enkele aangename dagen door in Bogor. Zie hiervoor onze site van het eiland
Java.
Vulkanen en rijstplantages
Deze op een na kleinste provincie van Indonesië is wereldberoemd om zijn
mystieke vulkaanlandschap afgewisseld met diepgroene terrassen.
Van de 13.677 eilanden van de Indonesische Archipel is Bali het meest westelijke
van de Kleine Sunda - eilanden. Het eiland dankt zijn ontstaan aan de botsing
van twee tektonische platen en de daaruit resulterende vulkanische activiteiten.
De vulkanische keten doorsnijdt het eiland van oost naar west en scheidt
noordelijk van zuidelijk Bali. Het noorden heeft een contrastrijk reliëf met
grillige bergtoppen, die over een smalle kuststrook uitzien op de Bali - zee.
Het zuiden bestaat uit een groot, naar de Indische Oceaan afglooiend vulkanisch
plateau, waarin talrijke riviertjes diepe ravijnen hebben uit¬gehold. Zwarte
basaltklippen wisselen of met fraaie zandstranden en lagunes. De regenrijke
kuststrook is bedekt met kunstig aangelegde terrassen voor de rijstbouw,
bevloeid door een uitgebreid stelsel van kanaaltjes. Hoewel het grootste deel
van Bali in cultuur is gebracht, vindt men op het eiland nog dichte
tropenwouden. De bekendste vulkanen zijn de Agung en de Batur, met zijn
vermaarde zwarte meer. Het minder bevolkte westen van Bali wordt beheerst door
de vulkanen Patas, Merbuk en Mesehe. Het zuidelijke schiereiland Bukit bestaat
voor het merendeel uit weinig vruchtbare en droge kalksteengebieden, maar daar
vindt men rond het nieuwe toeristencentrum Nusa Dua wel de mooiste stranden.
CIJFERS
Oppervlakte: 5561 km2 / Lengte: 145 km / Maximale breedte: 85 km
Bevolking: meer dan 3 miljoen inwoners / Bevolkingsdichtheid: 500 inw/km2
Hoogste punt: Agung, 3142 m / Vulkanen: Batukau 2279 m; Abang 2152 m; Batur 1717
m
(actieve vulkaan)
Balinezen zijn een volk van kunstenaars en de maskers zijn
wereldberoemd.
Goden en demonen
Bali is het laatste Hindoe - bastion in Zuidoost Azië en heeft
ondanks de
invasie van het toerisme
zijn eigen tradities goed bewaard.
WETENSWAARDIGHEDEN
Hoofdstad: Denpasar / Talen: Bahasa Indonesia, Balinees
Godsdiensten: Agama Bali (hindoeïsme vermengd met boeddhisme en
voorouderverering) 95%; Islam, boeddhisme, Christendom 5%
Voornaamste plaatsen: Sanur, Kuta, Munkung, Bangli, Gianyar, Singaraja, Ubud,
Belangrijkste meer: "zwarte meer" van Batur, 10 km lang en 3 km breed
KLIMAAT
Warm en vochtig. Droge tijd van mei tot oktober. Gemiddelde temperaturen: 26° C
in januari, 27° C in augustus.
Al in het steentijdperk was dit unieke eiland bewoond en omstreeks 300 v. Chr.
was het al dichtbevolkt. De hindoe - cultuur uit India kreeg in de 9e eeuw vaste
voet op Bali en delen van Java, dat van de 11e tot de 16e eeuw Bali geheel
overheerste. In 1527 herwon. Bali zijn onafhankelijkheid en in tegenstelling tot
Java, waar de Islam de overhand had gekregen, ontwikkelde de Balinese
hindoe-cultuur steeds verder. Via de handelsposten van de VOC kwam de
Indonesische Archipel in de 17e eeuw onder Nederlands gezag, maar Bali werd
grotendeels ongemoeid gelaten. Pas in de vorige eeuw kwamen de Hollanders in de
eindeloze burgerconflicten tussenbeide, maar het duurde tot 1908 voordat het
Nederlands gezag na een bloedige strijd werd gevestigd. Na de Indonesische
onafhankelijkheid probeerde Soekarno korte tijd Bali opnieuw te "javaniseren",
maar dit streven werd gelukkig snel opgegeven. In de jaren dertig kwam het
internationale toerisme op gang, dat vooral de laatste jaren een hoge vlucht
heeft genomen. Daardoor is Bali een van de meest welvarende gebieden van
Indonesië. Desondanks hebben de Balinezen hun cultuur, een interessante
mengeling van hindoeïsme en animisme, in stand weten te houden. In het dagelijks
leven van dit Maleis - Polynesische en Melanesische mengvolk staat de
voorouderverering en godsdienstige rituelen ter verzoening van geesten en
demonen centraal.