YUKON  CANADA 2

DAWSON  -  WHITEHORSE

 

HET

NOORDERLICHT


De Yukon, een brede rivier

Honderd kilometer achter de grens zien we weer enig spoor van leven en bereiken we het centrum van de streek, het voormalige gouddelversstadje Dawson City. Vanaf de hoge oever van de snelstromende rivier de Yukon (die nog duizend kilometer lang dwars door Alaska loopt en uitkomt in de Bering Zee) dalen we af naar onze camping. Aan de andere kant van het water ligt het stadje.We gebruiken vandaag niet het veer, dat trouwens dag en nacht in werking is. Het is een ruige camping met voorzieningen die de eigenaar zelf met gebruikmaking van zo veel mogelijk hout in elkaar getimmerd heeft. Een groep duikt meteen het badhuis in, waar een grote ton met water heet wordt gestookt. Het heeft inderdaad wel iets weg van een sauna, maar het is er lang niet zo warm. Onze tenten staan op een soort terras op een kluitje. We moeten voor de tweede keer onze horloges een uur bijstellen (een uur later), we hebben namelijk een tijdzone overschreden. Het programma van de volgende dag is ter eigen invulling. Wat er die avond verder nog is gedaan is de schrijver dezes ontgaan.

Jolijt in de bathroom

Golddiggers Joe and Clem

Vrij dagje in Dawson City

Dawson is een echt toeristenoord. In zijn hoogtijdagen (rond 1900) herbergde het 30.000 inwoners, tegenwoordig telt het er slechts 2.000. In de winterperiode wel te verstaan, 's zomers is het er veel voller vanwege het toeristenseizoen. Dat is duidelijk te merken aan het aantal souvenirwinkeltjes en restaurantjes waarmee de stad bezaaid is. Ook heeft de plaatselijke VVV of het gemeentebestuur verordend dat alle gebouwen in de Far West- of countrystijl hersteld of verbouwd dienen te worden. Het geeft de stad wel een uitstraling van eenheid, weliswaar van vergane glorie en ietwat kitscherig, maar toch. De dames van het VVV-kantoor staan trouwens hun klanten te woord in klederdracht van rond de eeuwwisseling (1900 wordt bedoeld!). Je kunt er ook video's bekijken.

 

Veel backpackers, dus goedkoop

De groep valt uiteen in subgroepjes die bijna allemaal dezelfde bezienswaardigheden bezoeken, zij het in verschillende volgorde en op andere tijdstippen. Voor het laatst worden de vuile was gedaan in de wasserette van de stad. Het backbackers-gehalte in de stad is hoog, wat een onmiskenbare indicatie is van het (goedkope) prijspeil van deze contreien. Het plaatselijke museum is wel voorzien van historisch materiaal, interessant genoeg om er een uurtje of langer rond te dwalen. Ook het historische postkantoor is de moeite waard. Op de oever van de rivier ligt een slecht onderhouden raderboot, de SS Keno. Aan de rand van de stad kun je tenslotte nog kerkjes en houten hutten van beroemdheden zoals de schrijvers Jack London en Robert Service bekijken. 's Middags krijgen we een fikse regenbui over ons heen, maar dat kan ons niet deren. 

Plaatselijk Museum

Folklore voor toeristen

Uit eten en naar nachtclub

Dit is een van de weinige gelegenheden dat we het nachtleven in kunnen duiken. Maar eerst wordt er in diverse restaurants uitgebreid gesmikkeld, de kookploeg heeft vrijaf gekregen. Voor een aperitief zoeken sommigen een heuse saloon op, anderen  houden het bij een bescheiden, maar toch smaakvol ingerichte lounge. Daarna volgt het lang verbeide avondlijke vertier. De als wervelende variétéshow aangekondigde Gaslight Follies werken de meer kritisch ingestelde mensen uit ons gezelschap eerder op de lachspieren dan dat ze bewondering oproepen. De optredende dames in dit Palace Grand Theater (uit 1899) blijken niet meer zo piep te zijn. Ook de attracties van het Casino van Diamond Tooth Gertie leiden niet echt tot enthousiasme. Maar goed, je kunt niet alles hebben in  het leven. De meeste 'stappers' maken het niet echt laat en keren bijtijds terug.

 

 

Dredge Nr. 4 te Klondike

De dag van de laatste etappe over land breekt vroeg aan. Vanaf zes uur in de ochtend zijn we in de weer. We hebben een lange reis voor de boeg. Het pontje brengt ons naar de overkant, waar we allereerst tanken om onderweg niet leeg te komen staan. Na een korte rit door 'goldrush country' volgt een bezichtiging van de beroemde Dredge  # 4, een baggermolen van immense afmetingen (de grootste van Noord-Amerika) die men na de zo maar roestend en al in de woestenij van Klondike heeft achtergelaten. Hij is nota bene tot 1966 in werking geweest. Er is niet veel te zien en we kunnen er ook  niet in. In de buurt liggen honderden heuveltjes met puin en kiezelafval, stille getuigen van de onlesbare dorst naar goud. De rest van de dag rijden we door verlaten landschappen met veel bos. Soms kunnen we een blik werpen op de Yukon of verstilde meren. Dieren zien we er nauwelijks.

Dredge Number 4

Veerboot over de Yukon

De natuur herstelt zich

Hele stukken bos zijn afgebrand, honderden verkoolde stammen vormen de schamele resten van ooit maagdelijk boreaal woud. De ondergrond is echter bezaaid met kleurige bloementapijten, een teken dat de natuur bezig is zich te herstellen. De ochtendkoffie wordt gebruikt bij een alleraardigste lodge met een aantrekkelijk kampplaats erbij. De echte bergen zijn nu verdwenen, maar het blijft wel heuvelachtig. We lunchen bij de 5 Finger Rapids, een stroomversnelling die veel goudzoekers met hun gammele bootjes ooit fataal is geworden. Ook bij Pelly Creek, een zijrivier van de Yukon, wordt gestopt om het panorama te bewonderen.  In Carmacks doen we inkopen bij een supermarkt. De rit verloopt voorspoedig tot de groep onenigheid krijgt of we nu wel of niet moeten stoppen bij  Takhini Hot Springs. Men komt er niet uit, dus wordt er toch maar gestopt. Als compromis blijven we niet lang, niemand heeft zin om een warm, geneeskrachtig bad te gebruiken. De spanningen in de groep lopen op en zijn bijna voelbaar. Gelukkig ligt Whitehorse op een steenworp afstand, zodat we tegen vijf uur de busjes kunnen verlaten om ons kamp in te richten. 

Jos bij de Five Finger Rapids

Herstel na bosbranden

Ver van de stad

De campsite ligt ver van de stad af. Gelukkig biedt zij alle faciliteiten die wij zo begeren; prima douches, wasplaatsen en toiletten. We gaan met het busje het stadje Whitehorse in om er te eten in een Pizza Hut. Moeten we zelf betalen? Nee, Greg en Trevor betalen. Een afscheidsdiner, hee, wat leuk nou! Later blijkt dat de rekening voldaan is met het restant van de etenskas. De zoveelste communicatiestoornis. Terwijl iedereen al voorzien is van hun bestelling en lekker zit te schransen zit een van onze tafel maar te wachten en te wachten. Ze hebben ook nog eens als eerste besteld en de verontwaardiging groeit. Na een uur is Clim het beu en gaat hij op hoge poten in de keuken verhaal halen. De manager wordt erbij geroepen en er wordt spoedige actie beloofd. Na nog een kwartier wordt dan uiteindelijk het eten opgediend, maar wel het verkeerde. De andere tafels zijn dan al praktisch uitgegeten. Aan een van die tafels maakt men zich vrolijk over de gebeurtenissen en wordt vol leedvermaak gereageerd op de 'hongerlijders', hetgeen bij de laatsten bepaald niet in de smaak valt.

Afscheid van Greg en Trevor

Een ijssalon is de plaats waar afscheid wordt genomen van onze gidsen en chauffeurs. Matthijs valt de eer te beurt om de beide heren toe te spreken, maar niet iedereen blijkt daarvan op de hoogte, een verrassing dus. Doet Marijke dat dan niet? Matthijs bedankt in een korte toespraak de jongens, wenst hun het allerbeste toe en overhandigt hun een envelop met inhoud. Hij zegt namens de groep te spreken, maar dat wordt direct na afloop tegengesproken door Anke, die zich in de woorden van Matthijs niet kan vinden en enige nuances aanbrengt. Aan de reacties van anderen te peilen staat zij niet alleen met haar standpunt. Enigszins geïrriteerd keert de groep naar de camping terug.

Last day in the Yukon

De naweeën van de onaangenaamheden van de vorige avond blijken 's ochtends bij het ontbijt door te werken. Enkele dissidenten hebben besloten spek met eieren en dergelijke in het campingrestaurant te gaan eten. Het eerste gedeelte van de ochtend wordt besteed aan de grote schoonmaak. De groep wordt in 3 ploegen verdeeld die zich respectievelijk gaan bezighouden met de tenten, de busjes en de kookattributen. Dit verloopt betrekkelijk snel, zodat we naar Whitehorse kunnen. De resterende tijd (tot 15.00 uur tenminste) staan ons ter beschikking om dit stadje van 25.000 inwoners te verkennen.

Allereerst drinken we sterke koffie in een gezellig tentje dat door lieve jongens wordt beheerd. We worden daarna afgezet bij het visitor center, waar Greg door een aantal dames aan de tand wordt gevoeld over het etenspotje. Mogen zij alsjeblieft de afrekening zien? Greg weet niks van een kascontrolecommissie; hij kan dan ook geen bewijzen zoals aanschafnota's of bonnen overleggen, laat staan een boekhouding te voorschijn toveren. Na lang vijven en zessen wordt de zaak in der minne geschikt (of gesust zo men wil). De groep zwermt uit. Enkelen laten zich naar het Beringia Museum brengen. Een verstandige keuze, want het museum, dat helemaal gericht is op de Ice Age-periode met zijn mammoeten en sabeltandtijgers, is zeer de moeite waard. Verder wordt er voornamelijk geshopt, hoewel de mooi opgeknapte raderstoomboot SS Klondike, The Old Log Church en het MacBride Museum ook bezoekers van onze groep mag verwelkomen.

Terugvliegen naar Vancouver

Even na drie staan we op het vliegveld waar voor het laatst afscheid wordt genomen van Greg en Trevor. Aan de incheckbalie worden nogal wat overbodige vragen over veiligheid gesteld, maar dat schijnt in Canada zo te moeten. (" Nee, geen pakjes van vreemden in de bagage meegenomen!" ) Een dikke twee uur later zijn we terug bij ons uitgangspunt, de miljoenenstad Vancouver. Onze bagage verschijnt snel, maar het wachten is weer eens op onze bus. Weer een misverstand?  We verheugen ons al op zachte matrassen, ruime kamers en smetteloze badkamers. Hoe dan ook, om half negen zitten we weer hoog en droog in ons Regis Hotel en gaat men over het algemeen profiteren van de geneugten van een comfortabele hotelkamer. De 'die hards' gaan daarentegen nog even borrelen, om het af te leren, weet je wel...

WEER TERUG IN

VANCOUVER 

(BRITISH  COLUMBIA)

Klaar voor de sprong

De  laatste dag op Canadese bodem voor de groep. Men bereidt zich alvast voor op die langdurige sprong over de Noord-Amerikaanse landmassa en de Atlantische Oceaan. 's Morgens voor het inchecken nemen Clim en ik afscheid van de meeste reisgenoten. We blijven een week langer in Canada en vertrekken alvast naar Victoria. Al voor elf uur zitten we op de skytrain (die gewoon ondergronds rijdt) die ons naar het spoorwegstation brengt; daar vertrekken de langeafstandsbussen. Na een klein uurtje wachten kunnen we op weg naar de hoofdstad van British Columbia. Victoria ligt op Vancouver Island, dus we moeten met een ferry (meer een cruise ship) de overtocht doen, hetgeen in de prijs van het buskaartje is inbegrepen. 

Hoe de dag door de groep verder is besteed is onbekend, maar men mag aannemen dat er geen kostbare tijd is verknoeid aan zo maar wat lanterfanten. In de vroege avonduren vliegt ze terug naar Nederland, waar ze in de loop van de middag de volgende dag aankomen. Na opvallend lang op hun koffers te hebben gewacht, kunnen ze dan eindelijk onze thuisbasis weer eens gaan opzoeken; de een misschien met gemengde gevoelens, de ander ongetwijfeld met een voldaan gevoel.