|
|
VICTORIA |
|
|
Nogmaals
de
IMAX
Nadat we afscheid genomen hebben van de Gilde-groep gaan we de film Amazone bekijken in het IMAX-theater dat in het museum ligt. We zijn iets te vroeg en dolen wat rond in de shop van de National Geographic Society, waar Clim al bijna vijfentwintig jaar lid van is. De winkel wordt opgeheven, dus is er uitverkoop. Het is niet veel bijzonders wat er nog te koop ligt. De film is naar verwachting
indrukwekkend, maar er mogen best wel iets minder vraaggesprekken in gevoerd
worden naar onze smaak. Het gaat ons om de spectaculaire beelden en niet om de
boodschap. Daarna gaan we opnieuw het museum in. Ze hebben er hele straatjes uit
de pionierstijd nagebouwd; verder ligt er nog
|
Midden in het
centrum bevindt zich een merkwaardig gebouw dat ooit zelfs als wedstrijdzwembad
is gebruikt. Het stamt uit de vorige eeuw en bestaat voornamelijk uit glas. In
dit Christal Palace heeft men tegenwoordig een botanische tuin aangelegd. Ze
hebben er wat zeldzame diersoorten die in hun voortbestaan bedreigd worden aan
toegevoegd, dat trekt meer volk. Zo zijn er aapjes, papegaaien, reptielen en
flamingo’s. In feite is het één grote broei– en groeikas waarin de vlinders vrij
rondvliegen. Het ziet er wel allemaal prachtig groen uit en voor we het weten
hebben we er een uur in doorgebracht. Toch lijkt het allemaal een beetje op de
Butterfly World (of Garden) waar we enkele dagen eerder zijn geweest.
|
|
|
Clim met gratis pet |
Jos met gratis pet |
Graigdarroch
Castle
Nog een paar dagen. We hebben nog een paar bezienswaardigheden te gaan. Op weg naar het kasteel van een ‘coalbaron’ ontdekt Clim een speciaalzaak in munten. Daar is hij voorlopig niet weg te slaan. Hij vult zijn collectie aan en betaalt met zijn credit card. Handig zo’n ding. We lopen door de Antique Row, een serie antiekwinkeltjes zij aan zij, verder naar het Craigdarroch Castle. Een echt kasteel is het natuurlijk niet, meer een fors uitgevallen landhuis met erkers en torentjes. Toch is het wel interessant genoeg om er een uur of zo door te brengen. Het is er verrassend druk met uiteraard veel Aziaten. Het interieur is zo veel mogelijk uit hout opgetrokken, niet alleen van de plaatselijke houtsoorten waar geen gebrek aan is. Nee, het moest duur zijn en van ver komen. Naast de familie (die bestond uit ‘nouveau riches’ van Schotse emigranten, de eerste onversneden kapitalisten) werd het huis bewoond door tientallen bedienden. Het lot was deze miljonairs niet zo gunstig gezind; het familiekapitaal werd door de nazaten grotendeels over de balk gesmeten, met name in Europa in Parijs en Monaco. Het is wel goed dat ze deze gebouwen in min of meer authentieke stijl handhaven; er is tenslotte al zo veel moois vernield in de wereld. |
|
|
|
|
Op de terugweg kunnen we ergens borscht (Russische bietensoep) met brood krijgen, dat hebben we al lang niet meer geproefd. Er had alleen wat meer room in gemogen. We nemen een alternatieve weg terug en zo treffen we het dat we toevallig enkele Anglicaanse kerken op ons pad vinden. We hoeven er niet te bidden, maar bekijken kan wel. Gelukkig kunnen we een gelovige vrijwilliger die ons wil rondleiden afschepen. De kerken zijn sober ingericht, maar maken desondanks, of misschien juist daardoor, indruk op ons. De glas-in-lood ramen zijn modern. We dwalen verder wat rond in de stad, steeds kiezend voor straten en pleinen waar we nog niet zijn geweest. Clim loopt een historische mansion binnen dat nu als hotel fungeert. Hij informeert er uit nieuwsgierigheid naar de prijzen. Ze beginnen bij driehonderd gulden per nacht, dat is een klasse te hoog voor ons. Clim beweert dat we ons dat best kunnen permitteren, in ieder geval over een paar jaar. Het zal wel. Het is geen kwestie van niet kunnen, maar van niet willen. Voor dat geld kunnen we een hoop andere dingen doen, vind ik. In het tophotel dat we even later bezoeken begint de ‘English afternoon tea’ bij vijftig gulden. In de dure winkels van het hotel wordt Clim met alle egards behandeld, hij draagt sinds enkele dagen weer gewoon een stropdas en is daarmee een van de enigen in de hele stad! Hij vindt het maar wat fijn dat hij als kapitaalkrachtig persoon wordt getaxeerd.
|
|
|
Clim in een moderne patio |
Zonsondergang in de haven |
Uiteindelijk komen we bij een mooi fontein aan de achterkant van het parlement uit. Daar is men net bezig met de voorbereiding van feestelijke activiteiten die avond (opening van The Summer Games). Door een zij-ingang kunnen we naar binnen. We sluiten ons aan bij een rondleiding, maar de juffrouw die alles uitlegt spreekt onverstaanbaar voor ons hardhorenden. Jammer, want zij blijkt de lachers op haar hand te hebben. Buiten vindt vervolgens nog een toneelspelletje in historische kostuums plaats. We rusten uit bij de halteplaats van de paardenkoetsen. De koetsiers zijn gewoon werkstudenten, vooral jonge vrouwen (die hebben iets met paarden, waar ook ter wereld). Het is nog vroeg, de zon schijnt lekker en we hebben tijd genoeg voor een wandeling langs de zuidkust met zijn helihaven en een andere aanlegplaats voor grote veerboten.
|
|
|
|
Op een kaap ligt een bijna voltooid luxueus
hotelcomplex te wachten op meer geld om de bouw te hervatten. We eten in een
cosy English tearoom, waar we bediend worden door een forse, amicale dienster
van onze leeftijd.Eenmaal terug in het centrum ontdekken we een wel heel
bijzondere liquor store; het bier is er opgeslagen in een immense koelcel, de
tientallen bakken reiken letterlijk tot aan het plafond. Je moet er zelf in om
het op te halen. We laten ons oog vallen op het sterkste bier. Clim komt rillend
van de kou bij de kassa en meldt zich als volgt: “Amundsen reporting fromth
North Pole”. Zijn grapje wordt niet begrepen door de caissière. Even na negen
uur wordt het zo langzamerhand donker; tot die tijd zitten op een Starbucks
terras koffie te drinken. Als je er naar de wc wil moet je eerst bij de bar de
sleutel opvragen. Dit gebeurt zo om spuiters uit de toiletten te weren.
|
|
|
Fraai fontein achter parlement |
Martiaal monument voor parlement |
Onze laatste volle
dag in Victoria, ja eigenlijk in Canada, is aangebroken. We doen het rustig aan.
Ontbijtje bij een schuchtere Japanse (wat lopen hier toch wel etnische
minderheden rond), alvast tickets voor de busrit en de overtocht naar de
luchthaven aanschaffen. Dan begint het hard te regenen. We schuilen voor de
stortbui op onze kamer en vallen al doezelend echt in slaap. Pas tegen vier uur
wagen we ons weer buiten. We winkelen wat in het Eaton Centre (Jos is nog steeds
op zoek naar toeristische CD-rom’s) en bekijken Market Square, de vroegere
markthallen waar nu een modern aandoend winkelcentrum is gevestigd. In Chinatown
koopt Jos beeldjes en eten we voor het laatst Chinees. ‘s Avonds begint het
opnieuw te regenen. We blijven binnen en pakken al onze spullen goed in. De
volgende dag begint onze lange terugreis naar Nederland.
|
|
|
Het gemoderniseerde marktwijkje |
Stadhuis van Victoria |
We hebben ‘s morgens
alle tijd van de wereld. We nemen afscheid van onze vaste kelners in ons
ontbijtplekje en ontruimen voor elf uur onze kamer. Ruim van te voren melden we
ons bij het busstation, waar we om twaalf uur volgens planning zullen
vertrekken. Een weinig enerverende rit brengt ons naar de veerhaven, waar we ons
inschepen. De overtocht is een stuk interessanter dan de heenreis; we hebben
veel meer zicht deze keer, want het weer is open. We gaan onmiddellijk lunchen
om de massa voor te blijven. Het schip laveert tussen allerlei kleinere, dicht
beboste eilanden door, tot we de brede zeearm bereiken waaraan Vancouver ligt.
We kunnen in de verte de besneeuwde bergen van de Rockies zien liggen. We gaan
aan land en een korte rit brengt ons vervolgens naar de luchthaven. Het is dan
15.00 uur geweest, we zijn veel te vroeg, want onze vlucht vertrekt pas om 19.00
uur. Voor we gaan vliegen hebben we graag een ietwat ruimere marge, je weet maar
nooit wat er kan gebeuren op weg naar het vliegveld. Nu eens zitten we binnen,
dan weer buiten in het zonnetje om sigaretjes te roken. Enkele moderne Indiaanse
kunstwerken sieren de vertrekhal.
We moeten in een rij
van oudere Nederlandse vakantiegangers aansluiten, ze behoren tot een
zangvereniging uit de Alblasserwaard die een groepsreis heeft gemaakt. Enkele
vrouwelijke koorleden mekkeren als ze denken dat we voorkruipen. Dat is niet zo,
we zijn alleen wat alerter dan hun door snel naar een pas geopende balie te
lopen. De vlucht verloopt niet geheel naar wens. We kunnen bijvoorbeeld geen
extra broodje krijgen, alles is er precies afgepast. De beenruimte is nihil, het
voedsel inferieur, maar toch ergeren we ons op al die klagende Hollanders. Jos
gaat halverwege de vlucht gewoon ergens op het gangpad zitten slapen, daar heeft
hij tenminste ruimte. Niemand die hem iets in de weg legt. Gelukkig komen we wel
op tijd in Amsterdam aan. Wel een uur lang moeten we op onze bagage wachten,
maar als we die eindelijk te pakken hebben gaat het full speed naar de treinen.
Nog geen drieëneenhalf uur na onze landing op Schiphol zitten we al thuis onze post door te nemen.
|
|
|
Indiaans kunstwerk op de luchthaven |
Indiaanse totempaal bij parlement B.C. |