VICTORIA

BRITISH  COLUMBIA  -  VANCOUVER ISLAND


 


Ga ook naar onze CANADA - REIS  van 2007!

Roll on, roll off…

De overtocht is inderdaad snel en efficiënt, zoals bijna alles in Noord-Amerika. Het schip, van het type “ roll on, roll off” waarmee wel eens rampen zijn gebeurd,  vaart tussen allerlei dicht beboste eilandjes voordat het aanlegt in Swartz Bay. Ondertussen hebben wij al koffie gedronken en kip met friet als lunch gehad. Hoewel het zicht vanaf de boot slecht is, klaart het na aankomst het Vancouver Island onmiddellijk op. Men noemt het hier dus niet voor niets de Sunshine Coast! We stappen weer in de bus die ons naar het 30 kilometer verderop gelegen Victoria brengt. Midden in het centrum worden we afgezet. Clim gaat letterlijk bij de pakken neerzitten, terwijl ik op zoek ga naar een geschikt hotel.

Het Strathcona Hotel

Na vijf minuten is het al raak, het pas gerenoveerde Strathcona Hotel is precies wat we zoeken. Driesterren, comfortabel, centraal gelegen en naar Amerikaanse begrippen niet duur, nog geen 100 Canadese dollar per kamer (waarde ongeveer fl 160,-). In het complex ligt een eenvoudig cafetaria waar we iedere morgen eieren met bacon bestellen. We drinken er Red Eye Coffee, de sterkste koffievariant die er verkrijgbaar is. Verder zijn er nog in Victoriaanse stijl aangeklede bars en lounges, maar die zijn beduidend duurder. Op het platte dak ligt een volleybal court en een terras dat druk gefrequenteerd wordt door young, beautiful (and successful) people. Daar zoeken we verkoeling nadat we ons geïnstalleerd hebben en de brede, kingsize bedden uitgeprobeerd hebben. Het bier is er best. Jos waagt zich aan een onbekende longdrink die verrassend smakelijk is. We verkennen daarna het centrum in de havenbuurt met zijn imposante gebouwen uit de vorige eeuw. Eten doen we bij een Cubaan. Elke dag zullen we een ander restaurant kiezen. Uit eten gaan is hier niet zo duur; voor nog geen vijfentwintig gulden wordt er een  uitstekend maal geserveerd. Het is hier namelijk uitermate toeristisch, dus de onderlinge concurrentie in de horeca is groot, wat een gunstig effect op het prijspeil heeft.

Verhuizen

Helaas heb ik verzuimd die prima kamer voor een hele week vast te leggen. Het gevolg is dat we moeten verhuizen. Gelukkig maar voor één nacht, want Clim trekt alle registers open en blijft hardnekkig bij de receptioniste doorzeuren om dezelfde kamer terug te krijgen voor de rest van de week. Zijn volharding heeft succes. De volgende dag kunnen we opnieuw verhuizen naar onze oorspronkelijke kamer, die veel groter en beter verlicht is. Bovendien hebben we daar de beschikking over een koelkast, een schrijftafel en meer bergruimte. We hebben voor vandaag ons plan al getrokken en lopen vanuit het hotel rechtstreeks naar het busstation van de Gray Line, waar we voor zestig dollar twee retourtjes aanschaffen naar de Butterfly World en de Butchart Garden. De entreegelden zijn bij de prijs inbegrepen.

BUTCHART GARDEN

 

Een landschappelijk bijzonder fraai aangelegen botanische tuin met een weelderige begroeiing

De vlindertjes en de bloempjes

We bezoeken allereerst de Butterfly Garden, in feite een grote geklimatiseerde kas met veel planten die vlinders aantrekken. Het aantal van die beestjes valt tegen, maar de begroeiing in die klamme omgeving is weelderig en diep groen. De Butchart Gardens liggen een paar kilometer verderop. We lunchen eerst voor we op pad gaan om het prachtige park te gaan bekijken. Het is een aaneenschakeling van tuinen in verschillende stijlen aangelegd, waarbij mooi gebruik is gemaakt van het natuurlijke reliëf. Het is er behoorlijk druk en de meeste bezoekers zijn van Aziatische komaf. Als “male Caucasian”  zijn we hier finaal in de minderheid, we konden wel in de tuinen van het Chinese Suzhou lopen. (Nou ja, daar heeft men wel heel wat minder bloemen, het zijn namelijk geometrisch aangelegde rotstuinen met vijvertjes.) Het terrein is oorspronkelijk privé-bezit geweest, je ziet er nog de tennisbanen liggen. We genieten van de fraaie landschappen en waterpartijen met spectaculaire fonteinen. Rond half vijf kunnen we nog net de  bus terug naar Victoria halen.

Wandelen langs de oevers

In Victoria besluiten we een lange wandeling te maken. We volgen de oever van de baai, steken over naar een ander stadsgedeelte met veel moderne appartementen en hotels. Er is geen gebouw hetzelfde, de architecten hebben hier hun hart kunnen ophalen. Op een bankje tussen de rotsen van een kaap wachten we de ondergaande zon af, onder ons varen de bootjes af en aan. Elke tien minuten zien we een watervliegtuig opstijgen of landen. Aan de overkant is ook de aanlegsteiger van de drukbeklante veerboot naar de USA. Veel Amerikanen komen wegens het vriendelijke prijspeil in Canada inkopen doen. Ze hoeven maar de Juan de Fuca Straits over te steken, wat nog geen half uur duurt. Als we teruglopen naar ons hotel komen we langs het Leger des Heils. Daar klitten de daklozen, verslaafden en andere havelozen samen, in afwachting van soep met broodjes die er wordt uitgedeeld. Wij gebruiken ons avondmaal bij een Chinees in de buurt. Veel klandizie is er niet, maar de gasten die er wel zitten zijn overwegend Chinees, dus het zal best wel een betrouwbaar restaurant zijn. Tussen negen en tien uur ‘s avonds arriveren we zoals gewoonlijk op onze kamer, waar we lezen, tv kijken, douchen en biertjes drinken. Voor half een gaan we dan onder zeil. Vroeger zouden we tot in de kleine uurtjes in gezellige kroegen hebben vertoefd, maar die tijd lijkt definitief voorbij. Jos kan immers nauwelijks meer bier verdragen, dus die heeft niks meer in cafés te zoeken.

 

Beacon Hill Park

Bij het ontbijt zitten we tussen de schaftende kantooryuppies. De dames hebben hun pijnlijke pumps tijdelijk vervangen door gemakkelijke gymschoenen. We willen gaan fietsen, maar bij het verhuurbedrijf blijken ze al allemaal bezet te zijn. We besluiten een uitgebreide wandeling te gaan maken, het zonnetje schijnt immers weer weldadig. Via het Beacon Hill Park (meer een stukje vrije natuur) bereiken we de hoge zuidkust. Aan de andere kant van de Juan de Fuca Straat ligt de USA. We dalen af naar het strand dat vol aangespoelde boomstammen ligt; sommige lijken al eeuwenoud. Clim speelt er met een hond, die zo juist uit het water is teruggekeerd. We volgen de kustlijn en bewonderen de enorme landhuizen die hier op ruime percelen tussen het weelderige groen liggen. De tuinen zijn een en al bloemenpracht. Enkele van die mansions zijn omgeturnd tot bed-and-breakfast pensions, maar dan wel erg dure. Als we via Ross Bay (lunch) bij Ocean Bay aankomen, rusten we een tijdje op bankjes naast de jachthaven uit. In de verte kunnen we de contouren van de besneeuwde Mount Baker in de USA onderscheiden. We nemen de bus terug naar de stad.

Foto met een staartje

We eten bij Smitty’s, een eerlijk familierestaurant met behoorlijke porties zonder franje. Daar komen we zeker nog eens terug. Koffie na het eten drinken we altijd bij een vestiging van de keten Starbucks; we bestellen er dan medium size koppen extra sterke koffie (dark roasted). Aan het havenfront voor het Victoriaanse Hotel is het erg levendig met kunstenaars en andere attracties. We nemen een afzakkertje bij Bad John’s Bar, een onversneden kroeg met pindadoppen op de vloer, veel herrie en rotzooi. Bovendien mag je er nog roken ook. We hebben ons stekkie gevonden. Ik maak van Clim met zijn karakteristieke barhouding een foto, maar dat wordt door een gast verderop niet op prijs gesteld. Hij bedreigt me, vindt het geen goed idee om in dit soort gelegenheden foto’s te maken. Ik mag blij zijn dat ik het rolletje nog heb. Ik vertel hem dat in ons land Nederland (hij kijkt niet-begrijpend, ik maak er dus maar Holland van) zoiets geen enkel probleem is. Holland? Hee, dat is ook toevallig, hij heeft twee jaar op Groenland gewerkt. Dan realiseer ik me dat hij Holland verwart met Denemarken, een klassieke blunder in Noord-Amerika. Ik drijf de zaak verder niet op de spits; hij heeft al diep in het glaasje gekeken en dan zijn mensen onvoorspelbaar. Clim versiert nog een (dure) sixpack bier bij de Irish Pub, die ook in dit complex vol lounges, bars en restaurants ligt. De rest van de avond wordt doorgebracht voor de televisie, waar we de Tour de France kunnen volgen. De wedstrijd wordt hier intensief gecovered, want er ligt een Amerikaan (Lance Armstrong) aan de leiding.

 

 De rol van de Chinezen aan de Westcoast

Victoria is een van de oudere steden aan de westkust van het Noord-Amerikaanse continent.  Al die steden  (waaronder San Diego, L.A., Vancouver en San Francisco)  hebben in hun binnenstad een wijk die gereserveerd is voor Chinezen, van oudsher Chinatown genoemd. De Chinese landverhuizers hebben een niet te verwaarlozen aandeel gehad in de verovering en ontwikkeling van het Wilde Westen, met name bij de aanleg van spoorwegen vormden zij het grootste arbeidspotentieel. Zij bleven daarna in de Goudberg  (bijnaam voor Amerika)  hangen, maar werden zwaar gediscrimineerd. Omdat wassen en koken door de ruige pioniers als vrouwenbezigheden werden gezien, konden veel Chinezen die niche opvullen; er was immers een groot gebrek aan vrouwen in die dagen.Vandaar dat wij Chinezen in westerns dan ook meestal zien optreden als kok of wasbaas. De Chinese wijk van Victoria vinden we onbetekenend, in de verste verte niet vergelijkbaar met de levendige gelijknamige wijk in San Francisco.  In Canada bestaat op dit ogenblik weer een Chinezenprobleem. Ze komen letterlijk met hele scheepsladingen tegelijk illegaal het land binnen. Als ze gegrepen worden moeten ze vaak jarenlang in asielzoekerskampen zitten voordat ze uitgewezen worden. Veel linkse intellectuelen verzetten zich tegen dit beleid en pleiten voor een gereguleerde immigratie met quota.

 

Trein door wildernis

We zijn ondertussen op dag 24 van onze reis aangekomen. In de ochtend bezoeken we het plaatselijke Chinatown, maar dat is niet zo interessant. Het zijn maar twee straten en enkele steegjes.Vlakbij ligt het tamelijk kleine stadhuis en een stadstuin met schitterende bloemenperkjes, heel contrasterend met het beton en de baksteen er rond om heen. Als we teruglopen richting water stoten we onverwacht op een station, waar een ouderwetse Victoriaanse trein op het punt staat te vertrekken voor een drie uur durende tocht door de natuur ten noorden van de stad. We stappen in zonder ons lang te bedenken. Na industrieterreinen aan de rand van de stad begint de natuur, dat wil zeggen ossen en nog eens bossen. Van enig uitzicht is geen enkele sprake, we zien onderweg alleen maar boomstammen. Op het eindpunt mogen we twintig minuten de omgeving verkennen, maar er is gewoon niets te zien. Een teleurstellende ervaring, zonder de vergezichten waar we zo op gehoopt hadden. Onze medereizigers zijn ordinaire toeristen die alleen knagen en knabbelen en niet eens de moeite doen om naar buiten te kijken. Wat een volk... Rond drie uur staan we weer in Victoria.

 

Ann Hathaway Cottages

We blijven aan deze zijde van de baai. Een prachtige wandeling langs de oevers voert ons in een dik uur tijd naar de Ann Hathaway Cottage. We moeten wel een tijdje zoeken en navraag doen voor we het uiteindelijk vinden. Het kaartje dat we bij ons hebben is niet betrouwbaar, zo blijkt. Ann was de verloofde van William Shakespeare. Haar huisje met ”thatched roof”  is hierheen vervoerd en weer opgebouwd. Clim kiest voor een rondleiding door een laconieke gids die veel historische en taalkundige wetenswaardigheden opdist. Ik maak ondertussen foto’s van “Ye Olde English Inn” die vlakbij ligt. Er liggen meer bijgebouwen  met vakwerkbouw  die replica’s zijn van oorspronkelijke Zuid-Engelse cottages. We bevinden ons hier in een ‘residential area’ met kapitale villa’s. Aan de rand van het water rijzen stijlvolle appartementsgebouwen op. Het ziet er allemaal bijzonder verzorgd en welvarend uit.

You from the army?

Onderweg eten we een broodje bij de Koreaanse Suzy. Een jochie met een fietsie staat ons buiten kritisch op te nemen. Opeens vraagt hij: “Are you from the army?”  Als we dat ontkennen druipt hij teleurgesteld af. En inderdaad, we realiseren ons dat we met die ruige baarden en gekleed in bruine en kaki survivalkleding veel weg hebben van legerveteranen op avontuur. Jos met zijn bushhoed lijkt veel op een Afrikaner voortrekker. We nemen de bus terug. In het centrum zien we een Indiaas restaurantje liggen, Maharadja geheten. We besluiten daar ‘s avonds te gaan eten. We kiezen voor een buffet, maar de keuze is toch wel wat beperkt. Gelukkig smaakt het best en de prijs is zo laag dat we ons in India zelf wanen. We zijn vroeg terug in het hotel en wel om onze wonden te likken. Jos heeft een blaar opgelopen die hij in de badkamer verzorgt, terwijl Clim ineens veel last van lage rugpijn krijgt. Hij gaat zelfs aan de pijnstillende middelen, iets wat hij alleen in noodgevallen doet. Pas als we terug in Nederland zijn verdwijnt die mysterieuze pijn langzaam. Vandaag zag hij in een tabakswinkel toevallig dat ze er ook Drum hadden. Hij kocht onmiddellijk een pakje, want aan rookwaar heeft hij op vakantie altijd te kort. We schrokken van de prijs: bijna vijftien gulden, wel inclusief de vloeitjes. Op de pakjes sigaretten en shag staan enorme waarschuwingen tegen gevaren van roken, tweetalig natuurlijk. (De Fransen in Quebec moeten een zoethoudertje hebben…)  Soms bedekken ze bijna het hele merk.

Gedenkwaardige ontmoeting

We ontbijten uitgebreid bij Smitty, voor de afwisseling. In onze eigen tent is het trouwens te vol met kantoorpersoneel dat een ‘break’ neemt. De rest van de dag brengen we voornamelijk door in het grote, aan de eisen van de moderne tijd aangepaste British Columbian National Museum. De exposities zijn heel educatief en richten zich niet alleen op de historie, maar ook op het leven van de oorspronkelijke bewoners. Dergelijke bezienswaardigheden vallen altijd in onze smaak, zeker als de weersomstandigheden eens wat minder fraai is. 

Als we tussen de middag buiten een sigaretje zitten te roken komt er een man naderbij sluipen. Hij staat ons duidelijk af te luisteren. Ik herken hem echter meteen, het is Jacques Vermeulen, een collega van mij van de unit Motorvoertuigentechniek. Hij kan zijn ogen niet geloven dat hij ons hier ontmoet. Even verderop zitten zijn reisgenoten, nog twee andere collega’s met hun echtgenotes: Jan Strijbos en Pierre Hanssen. Op een bank gezeten kletsen we gezellig wat bij. Een van de dames maakt een foto van de 5 collega’s die elkaar zo onverwacht ver van huis ontmoeten. De groep maakt met een gehuurd busje een rondreis door de Rockies. De volgende dag vertrekken ze weer naar Nederland. ‘s Avonds komen we hun in de regen nog een keer tegen als ze op zoek zijn naar een goed (of goedkoop) restaurant. 

GILDE OPLEIDINGEN ABROAD

Van links naar rechts:

  • Clim Schmitz

  • Jacques Vermeulen

  • Pierre Hanssen

  • Jos Schmitz

  • Jan Strijbos

 

Meer info over Canada:  canada.pagina.nl