INTERIOR  ALASKA 2

DENALI  -  TANGLE LAKES  -  TOK



 

   

Op naar Mount McKinley

Vandaag hebben we een lange reis voor de boeg, vandaar dat het om vijf uur in de vroege ochtend al reveille is. Gelukkig is het dan wel al weer licht, het ontwaken valt dan niet zo zwaar. Eens te meer vertrekken we te vroeg, waarschijnlijk omdat iedereen zo snel mogelijk in de busjes wil gaan pitten.

Onderweg doen we in Anchorage een Safeway aan, dit is een van de grote supermarkt ketens in de States. We doen ons tegoed aan de sterke koffie (je kunt ook gewone slappe leut bestellen overigens). Het is een lange stop, want de groep moet voor liefst 4 dagen eten inslaan, want in Denali bestaat daarvoor geen gelegenheid. Wachtend op de parkeerplaats (een van de 'vans' is weer naar de garage) bekijken we de vliegtuigen die vervaarlijk laag over ons heen scheren. Vanwege gebrek aan informatie vooraf weten we niet waarom we zo lang moeten wachten.

Alaskan Railway Traject

We volgen daarna opnieuw voornamelijk het traject van de Alaskan Railway, die vanaf Seward tot de plaats Fairbanks in het hart van Alaska loopt. Terwijl het weer in Anchorage schitterend is, wordt het verder naar het noorden toe alsmaar donkerder totdat de ons omringende bergen in een dicht wolkendek gehuld gaan.

Bovendien begint het ook nog eens te regenen, maar dat is pas nadat we in Wasilla het Iditarod Center hebben bezocht. Iditarod is de naam van de sledehondenrace die traditioneel in de winter plaats vindt. Buiten wat films, een kleine expositie met vooral veel foto's van honden en menners is er niet veel te zien hier.

Camping aan Riley Creek

Redelijk vroeg komen we in Denali State Park aan. Het visitor Center is enorm, geheel van hout gebouwd in blokhutstijl en wordt professioneel gerund. De bibliotheek is er wel voorzien en aan informatiefolders geen gebrek. Na de incheckformaliteiten vervuld te hebben mogen we plaatsjes zoeken op de camping van Riley Creek. We zitten daar iets verspreid over 4 sites, gelukkig niet al te ver van elkaar verwijderd. Een egaal stukje grond vinden is weer eens een probleem. Verschillende tenten worden bij gebrek aan een alternatief gewoon op de parkeerplaats neergezet. We zullen hier twee volle dagen blijven. We krijgen al meteen een voorproefje van het wild life dat ons te wachten staat: het kamp krioelt van de grondeekhoorns die, gewend aan ons tweevoeters, verre van schuw zijn.

Vroeger Mount McKinley geheten

Tegenwoordig alom Denali Mountain

Beren op de weg

Op de eerste dag staat iedereen om half tien (uitslapen dus!) klaar om te voet naar het Visitor Center te gaan. Van daaruit vertrekt de parkbus voor een 8 uur durende rit door dit uitgestrekte staatspark. Gelukkig gooit het weer geen roet in het eten, want de hele dag blijft de zon schijnen en hebben we een bijna onbeperkt uitzicht. Het weer is hier notoir onbetrouwbaar, dus we vallen echt met onze neus in de boter. Onderweg spotten we verschillende beren (sommige met cubs), elanden en kariboes in geïsoleerd  liggende sneeuwvelden en nog wat vogels van een zeldzaam soort. Na een korte rustpauze bij het Eielson Center (60 mijl het park in), keren we terug. Onderweg stapt een gedeelte van de groep uit om op eigen houtje te voet het park verder te verkennen. Ze zullen pas laat weer in het kamp aankomen. Voor een gedetailleerder verslag, zie hierna de dagbeschrijving van Anke.

Vrije dag in Denali

De tweede dag in dit mooie park is weer eens ter vrije besteding. De meeste maken een al of niet verre wandeling. Een klein groepje gaat de rivier de Nenana op om te raften. Een verslag daarvan gaat hierbij. Jos voelt zich weer een beetje opgeknapt na zijn gezondheidsproblemen en waagt het erop om een wandeling te maken. De keuze valt op de eenvoudige Horseshoe Lake Trail, geschikt voor kinderen en ouden-van-dagen (in de USA al lang 'senior citizins' genoemd).  Onderweg wordt hij echter ineens zo ziek (wankelen op zijn benen, duizelig, steken in hoofd, ijskoude rechterarm) dat hij even zelfs een beroerte vreest. Gelukkig wijken de symptomen na een tijdje amechtig uitpuffen. Voetje voor voetje keert hij met broer Clim aan zijn zijde terug naar het kamp. Hij besluit de rest van de vakantie uit overwegingen van veiligheid aan geen enkele activiteit, hoe makkelijk ook, deel te nemen. Marijke stelt hem vrij van corveediensten en bezorgt hem elke avond krachtige bouillon, de geluksvogel.  Ook Trevor draagt een steentje bij en weet ergens een stretcher op te diepen. Die avond betrekt de lucht, maar nota bene om elf uur 's avonds breekt het zonnetje weer stralend door. Er volgt een langdurige zonsondergang. De vele bomen onttrekken dat kleurige natuurtafereel helaas bijna volledig aan het zicht.

Toendravegetatie

We hoeven vandaag niet zo ver te reizen.  We rijden het Denali Park uit, rijden een stukje terug en slaan de Denali Highway in. Het landschap komt ons bekend voor, maar de begroeiing wordt schaarser en langzamerhand bereiken we een toendra-zone. Als er meertjes verschijnen weten we dat we in de buurt van de Tangle Lakes zitten. Rond het middaguur komen we aan bij onze camping, die gelegen is direct aan een van de snelstromend riviertjes die zich tussen de glooiende heuvels doorwringen. De voorzieningen zijn er minimaal, alleen een gat-in-de-grond wc staat ons ter beschikking. Gelukkig ligt een eind verderop een lodge, waar we in geval van nood voor eten, drinken, relaxen en zelfverzorging terecht kunnen.

Minder muggen, maar steekvliegen

Een van de busjes gaat onmiddellijk weer op weg om allerlei mogelijke activiteiten te regelen. We blijven hier maar een nacht, dus alleen de middag blijft daarvoor open. Een Scandinaviër  wil zijn 'squads' alleen maar voor de hele dag verhuren, wat voor ons te lang is. Wel is hij bereid om Stef een hengel met uitrusting te leen te geven. Bijna de helft van de groep kiest voor gerief en ontspanning in de lodge. Er wordt gedoucht (tegen betaling uiteraard) en gebaad in wat een sauna wordt genoemd, maar wat eigenlijk een badhok met tobbes warm water is. Andere activiteiten bij de Lakes zijn kanoën en wandelen. We zitten hier weer een stuk noordelijker, dus het is langer licht. Het landschap doet aan Schotland denken, het weer trouwens ook: zonnige perioden worden afgewisseld met onweersbuiten, motregen en stormachtige windvlagen. Er zijn hier weliswaar minder muggen, maar die zijn vervangen door een soort steekvliegen die gemeen zeer kunnen doen. De nacht die volgt is de allerkoudste van onze reis.

Eindeloze vergezichten

Vanwege de kou heeft 's morgens iedereen haast met afbreken, opruimen en inpakken. Nou ja, we hoeven ook geen tijd te verknoeien aan wassen scheren en dergelijke. We liggen opnieuw vooruit op ons schema als we onze reis terug naar het Canadese Yukon aanvangen. De hele dag tuffen we door een werkelijk imposant landschap dat eindeloze vergezichten biedt met geweldige wolkenmassieven tegen een azuurblauwe achtergrond. Bij elke bocht openen zich nieuwe horizonten. We stoppen onderweg bij Delta Junction, waar het officiële einde van de Alaska Highway is gelegen, met monument. In de buurt ligt een landbouwgebied, waar men gewassen uit de gematigde zones verbouwt; moeilijk te geloven maar waar. Onze mond- en drankvoorraad wordt aangevuld in Tok, dat we nog van de heenreis kennen.

Het postkantoortje van Chicken

In het plaatsje Chicken (niet meer dan een vlek, maar het staat wel prominent op de kaart) doen we ansichtkaarten op de bus bij het kleinste postkantoor ter wereld. Je kunt er ook speciale stempels en zegels krijgen. Vlakbij ligt nog een gezellige kroeg die volhangt met honkbalpetjes.  Even verderop bekijken we een voormalige gouddelversplek met een verroeste baggermolen, hier 'dredge' geheten. Tussen de kiezelstenen die men zo opbaggerde lagen de goudsnippertjes en -korreltjes (echte nuggets waren zeldzaam) verborgen. Het landschap blijft ondertussen onveranderlijk mooi. Over de weergoden hebben we niet te klagen, die werken vandaag uitstekend mee. De chauffeurs hebben er ook zin in, hoewel Trevor nog steeds met zijn been trekt: hij heeft een blessure aan zijn grote teen opgelopen. Maar rijden kan hij nog als de beste.

Top of the World Highway

Enkele honderden kilometers volgen we de meest noordelijk gelegen weg van onze reis. Bij een prachtig, canyonachtig gebied ligt de Canadees-Amerikaanse grens. Er is een uitkijkpunt waar Greg zo nodig even uit de broek moet, daarbij trucjes uithalend met een volle fles water. De camera's snorren. De grens zelf heeft bijzonder weinig op de kous, een verzameling bouwketen en schuren zo te zien. Een geüniformeerde dame, die in een soort woonwagen huist, bekijkt globaal onze paspoorten en wuift ons door, waarna we ongehinderd Canada binnen mogen rijden.