Tien kilometer achter de grens bezoeken we ons eerste park op Amerikaanse bodem, het Tetlin Wildlife Refuge. Van een vrouwelijk parkranger krijgen we aan de hand van een maquette een uiteenzetting over dit 'wetland' : ze vertelt over migratiebewegingen van de trekvogels en gaat dieper in op de zogenaamde permafrost-bodem (die verklaart al die meren in Alaska). Buiten wordt tussen de busjes op de grond geluncht; het is geen gezicht al die graaiende handen. We lijken wel armoedzaaiers. In de komende dagen zal de lunch gelukkig genormaliseerd worden: iedereen zorgt bij het ontbijt alvast voor een waardig lunchpakket. Dat spaart nog eens tijd uit ook.
|
|
|
In het belangrijke plaatsje Tok (verkeersknooppunt met een paar duizend inwoners; spreek uit: Took) gaan drie kookploegen samen met Greg inkopen doen in de plaatselijke supermarkt. Greg is namelijk de 'foodguy' en beheert als zodanig het maaltijdpotje. Sommigen bellen naar huis, anderen proberen dollars te pinnen. We doen hier ook nog een 'liquor store' aan waar sixpacks (er zijn tegenwoordig ook al 'twelve packs' in de handel!) en wijn wordt ingeslagen. We gaan verder en slaan de weg naar Glenallen in. Het landschap met al die naaldbossen zo urenlang achter elkaar is niet echt interessant geweest, maar nu komen weer de bergen in zicht. De hoge toppen van het Wrangel -St.Elias gebergte strekken zich met hun besneeuwde flanken voor ons uit. Voor het eerst wordt langs de weg wildlife gesignaleerd: als we het busje terugrijden verdwijnt nog net een eland in het woud. Teleurstelling alom. Pas laat komen we op de camping aan. We slaan onze tenten op langs een snelvlietende stroom, zo half en half in het bos. Het is er nogal modderig en de agressieve muggen zijn er niet weg te slaan. Het eten komt weer laat op tafel. Enkele doordouwers praten na bij het knapperende kampvuurtje.
|
|
|
Om zes uur zijn we na een ongemakkelijke nacht weer uit de veren. Tent afbreken, eten en inladen gaat nu veel sneller, zodat we een kwartier te vroeg vertrekken. Onderweg maken we veel stops vandaag. Er zitten ook echte fotostops bij om mooie plaatjes van landschappen en vergezichten te schieten. Daarnaast stoppen we nog voor het visitor center van het park, een ruige waterval (waar we tevens lunchen), spoorbruggen, canyons en een zalmrivier. Urenlang rijden we over het baanvak van een voormalige spoorweg. De chauffeurs zoeken er naar achtergebleven 'spikes' uit de rails en niet zonder succes. Het landschap is aantrekkelijk hier met bossen, meertjes en uitzicht op hoge bergen. Eindelijk komen we voor het eerst op tijd bij een bestemming aan. McCarthy is een ghosttown tegenwoordig, er wonen slechts enkele tientallen mensen, zeker 's winters. Het mijnwerkersdorp is doodgebloed sinds de nabijgelegen kopermijn van Kennicott in 1938 ter ziele is gegaan. Inmiddels is het toerisme een nieuwe bron van bestaan geworden.
|
|
|
McCarthy,
ooit mijnwerkersdorp, nu ghosttownWe kamperen op een mooi, hooggelegen terrein op enige afstand van het stadje. Alleen de 'toiletten' stinken er ouderwets en de douches zijn stinkend duur: $ 5 per beurt. We besluiten unaniem om direct met het avondmaal te beginnen. Voor het eerst gaat het er gedisciplineerd aan toe onder het eten. De gerechten worden opgediend, zodat niemand meer als een dakloze hoeft te dringen rond de kookpotten. Het is prachtig zomerweer, wij boffen maar weer eens! De groep smeedt plannen voor de volgende dag, er zijn genoeg opties hier om de dag naar tevredenheid door te komen: hiking trails, bezichtiging van de historische kopermijn, helicoptervlucht over gletsjer en omgeving, ijswandbeklimming, glacier walking, rafting en nog meer. En als klap op de vuurpijl: in McCarthy ligt ook nog eens een kroeg! Een pilsje kost er zowat een tientje, maar een kniesoor die daar over mort.
|
|
KENNICOTT MINEEen kopermijn die nog lange tijd in bedrijf is geweest, maar momenteel verlaten is. |
De volgende dag kunnen we ons nog steeds
verheugen op geweldig zonnig weer, er is geen wolkje aan de hemel. Rondom ons
zie je alleen maar de toppen van de bergen. De dag wordt feestelijk ingezet met
een stevig ontbijt met spek en eieren. Voor velen zal deze dag een van de
hoogtepunten van de reis worden. Behalve voor Jos dan, hij blijft ziek in de
tent achter en zal de hele dag door moeten overgeven. Onze gidsen Greg en Trevor
doen enthousiast mee aan vooral de zwaardere activiteiten. (Trouwens Greg maakt
deze tour voor het eerst en als chauffeur staat hij meestal met zijn neus
vooraan als het op fotograferen aankomt.) De tonronde eigenaar komt met een
verhaal aanzetten over een beer die hij heeft moeten wegjagen. Sommigen nemen
zijn woorden met een korreltje zout. De locals zijn wel eens geneigd om het
voor ons naïeve toeristen spannend te maken. In de avonduren wordt er in de bar
nog lang nagekletst over deze mooie en voor sommigen fysiek inspannende dag. De
verhalen die hierbij gaan getuigen daar van. Dat er zo meer mogen
volgen!
|
|
|
Anne-Marie op de gletsjer |
Je kunt in Alaska overal heenvliegen |
Om half tien laten we het fraaie
landschap van McCarthy achter ons. De beheerder van de kampeerplaats klaagt
erover dat wij te veel water hebben gebruikt, hij moet dit kostbare vocht met
een tankwagen aanvoeren, dus zuinigheid zou hier wel op zijn plaats zijn
geweest. We rijden de hele weg over de ex-spoorbaan weer terug. Onderweg haalt
Greg een Camel Trophy-stunt uit door met zijn busje door een poel water te
scheuren. We zitten allemaal met onze camera langs de weg klaar om spectaculaire
opnamen te maken. We lunchen in een goedkoop eettentje bij een Indiaanse
nederzetting. De klandizie bestaat er uit countrymen met ruige baarden,
houthakkershemden en onverzorgd lang haar. Vergeleken met hen zijn wij echte
stadstypes. Er bevinden zich in dit oord zelfs winkeltjes waar antiek en andere
prullaria te koop liggen. Hoewel deze streek dun bevolkt is, zien we onderweg
toch regelmatig tekenen van bewoning. De erven rondom de blokhutten en houten
woningen ogen steevast als junkyards vol autowrakken en afval. Langs de grotere
wegen kun je af en toe ook kleine vliegveldjes zien liggen. Vliegen is een
manier van transport die onmisbaar is in Alaska, met name in de winter.
We rijden vanuit Glenallen naar het westen door een uitgestrekt gebied met taiga- en toendrabegroeiing. Dit soort landschappen heeft ook zijn speciale bekoring, we besteden er enkele fotostops aan. Als we naar het zuiden afbuigen zitten we al gauw in de Chugach Mountains die ons van de kust scheiden. We stoppen op de hoogste pas, waar een gletsjer praktisch de weg bereikt. Overal ligt ijs en sneeuw. Ook bij de Bridal Veil Falls wordt even halt gehouden. Tegen de avond bereiken we de havenplaats Valdez (spreek uit: Valdiez). Dit stadje is schitterend gelegen aan de beroemde Prince William Sound, de plek waar in 1989 een dronken kapitein zijn olietanker aan de grond liet lopen met de welbekende catastrofale gevolgen. Aan de overkant van de Sound ligt de Terminal van de Alaska Pipeline. Onderweg hebben we nog even gestopt bij een station van die oliepijplijn, die 1200 kilometer lang is en in Prudhoe Bay in het noorden van Alaska begint.
|
|
|
Brede rivierbeddingen bieden uitzichten |
Bergen reflecteren in de kristalheldere meren |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |