BIJDRAGEN  REISGENOTEN

Aan deze pagina werkten mee:

    Anke     Anne-Marie     Francis     Matthijs     Corry en Lau     Peter     Jos     Fons     Erna     Stef


INHOUD

Knoppen Titel bijdrage Auteur
Kajakken nabij Valdez Peter Vrieswijk
IJswandklimmen in McCarthy Matthijs Kroes
Vliegen over de Gletsjer Anke Bollen / A.M.  Breederland
Gletsjerwandeling Kennicott Anke Bollen
Beren en Bussen in National Park Denali Anke Bollen
Dagcruise vanuit Seward Corry en Lau van Gompel
Rafting en Climbing in Denali Park Peter Vrieswijk
Wandelen over de Gletsjer Fons Hofmann en Erna Mantel
Beren in het Exit Glacier Park Fons Hofmann en Erna Mantel
Shoup Bay Trail in Valdez Anke Bollen

Tien Geboden voor Kamperen in Alaska Een deelneemster

Visser in Hart en Nieren Jos Schmitz

Soldier's Point in Kluane Jos Schmitz


KAJAKKEN NABIJ VALDEZ

Peter Vrieswijk

Nu gaat nog alles voor de wind met de beide Peters, Adri en Anne-Marie...

Na een korte nacht stond ik ’s morgens vol goede zin op. Ik zou die dag met drie andere “dapperen”gaan kajakken (en dus niet: kanoën!) naar de Shoup Glacier. Na de bekende ochtendrituelen (wassen, ontbijten e.d.) vertrokken we richting haven. Bij het kantoortje werden we kort geïnstrueerd en aangekleed door Ehrin, de instructeur.

In de haven werden vier kajaks op een boot geladen en werden we naar het vertrekpunt gebracht. Peter en ik zaten samen in één kajak, net als Anne Marie en Adri; Greg en Ehrin hadden allebei een eenpersoonskajak.

Na het overwinnen van een stuk stroomopwaarts deden onze armen al pijn, maar we gingen toch door. Bij de kinderpruiken (een vrije vertaling van de naam van een soort vogel) hebben we een tijdje toegekeken naar de activiteiten van deze vogels. Daarna voeren we verder naar het doel van onze tocht, de Shoup-gletsjer. Deze was een blauwe muur van ijs, waar geregeld met veel lawaai een stuk ijs afviel. We naderden de gletsjer met onze fototoestellen op scherp gesteld om de mooiste plaatjes te kunnen schieten. We kwamen niet al te dichtbij en besloten op een naburig rotseilandje wat te gaan eten.

Toen gebeurde het drama. Ondergetekende ging, tegen alle grondregels in, staan in zijn kajak en viel overboord aan de “natte”kant van het bootje,  regelrecht het ijskoude water in. Brrrr…. De kajak ging ondersteboven, dus mijn maat Peter ging eveneens kopje onder. Toen zaten er twee natte Peters op een eiland. Snel trokken we onze natte kleren uit en doken in de droge kleren die we van Greg en Ehrin mochten gebruiken. We probeerden warm te blijven. Ehrin was nog steeds verbaasd, want wij waren de eerste “natten”in zijn vijfjarige periode van instructeur.

Na een korte lunch (want wij, de twee Peters, wilden zich warm kajakken) voeren we langs ijsbergen, waar onze camera’s opnieuw klikten. Ook was er nog een te gekke stroomversnelling, gelukkig gebeurde hier niets. Een boot bracht ons terug naar Valdez.

Voor mij was het een memorabele dag die eindigde met een maaltijd van door andere groepsleden zelf en liefdevol bereide gevangen vis. Moe, droog, koud, maar toch met een voldaan gevoel kroop ik ’s avonds in mijn slaapzak.

... maar hier is het onheil al geschied: de beide Peters zijn omgeslagen!

.


IJSWANDKLIMMEN IN McCARTHY

Matthijs Kroes

Als vliegen tegen de ijswand kleven; maar wie is wie?!

Na een goede nachtrust op wederom dat heerlijke matje worden we gewekt door rammelende potten en pannen. Uit bed, in de kleren, wassen en eten en vervolgens met de groep die gaat vliegen en ijsklimmen naar boven. De groep ijsklimmers bestaat uit Greg, Trevor, Marijke, Christel en Matthijs.

In McCarthy aangekomen moeten we eerst nog een kaartje van tien dollar kopen voor de shuttlebus. Tijdens de rit naar boven ziet een toerist voorin al na drie minuten een beer rondlopen en dat terwijl wij al honderden kilometers hebben gereden zonder er ook maar één te zien! Na een aantrekkelijke rit van 6,7 mijl komen we aan bij de Kennicot Mill; dit is een oude verlaten kopermijn, waaromheen een achttal woninkjes staat. In een van die huisjes zit het klimcentrum. We worden begroet door Jamayl, die ons vertelt dat hij onze gids zal zijn en speciale schoenen aan ons uitreikt. We moeten deze twee keer wisselen , nieuwe veters erin en de klimijzers aanpassen. Daarna binden we onze helmen aan onze rugtassen en gaan we wandelend op pad.

Het is ongeveer 45 minuten lopen naar de voet van de gletsjer, wat op die stugge, onbekende schoenen bepaald geen pretje was. Bij de voet aangekomen hebben we onze ijzers ondergebonden en zijn we de gletsjer opgelopen, op zoek naar een geschikte oefenwand. Na een tijdje vindt Jamayl een mooie wand om te oefenen. Terwijl Jamayl ankers in het ijs boort, eten en drinken we nog wat.

Na een korte uitleg over de manier van klimmen en over de wijze waarop je de klimbijlen moet gebruiken gaat Christel als eerste tien meter omhoog. Het klimmen is best ingewikkeld en vergt veel kracht, maar onderschat de concentratie en de coördinatie van de zekeraar beslist niet. Na een krachtmeting van tien minuten wordt voor Christel de horizon zichtbaar. Ze zekeraar laat haar vervolgens zakken, waarna de volgende omhoog mag.

Jamayl heeft de oefeningen goed opgebouwd: nadat iedereen twee keer naar boven is geweest, zoeken we een tweede, veel steilere (zeg maar loodrechte) oefenwand op. Na enig oefenen en het opbouwen van het nodige zelfvertrouwen is het enkele van ons zelfs gelukt om de wand zonder gebruik van klimbijl te bedwingen!

De ultieme uitdaging is natuurlijk een overhangende klif. Daar moeten we wel even naar zoeken, wat niet direct vanzelf gaat over dat gevaarlijke ijs na een dag lang lopen en klimmen. Maar uiteindelijk vinden we toch een heel geschikte, overhangende ijswand. Na een uiterste krachtinspanning en het afreageren van al je frustraties blijkt het toch mogelijk te zijn over de rand te kijken. Ook hier worden weer twee touwen op verschillende plekken gehangen. Nadat iedereen beide klimroutes bedwongen had, pakyen we onze spullen weer in en keren we terug naar McCarthy.

Dat is nog een keer afzien: eerst een uur over het ijs, daarna nog een uur over het pad met die moeilijke schoenen. Het plan was om met de shuttle naar McCarthy terug te rijden, maar Trevor treft een vriend en die rijdt ons met zijn pick up van terug. Nu is het nog maar een korte wandeling naar de camping met zijn dure stinkdouche. Trevor weet echter nog ergens een fonteintje waar we met zijn vijven in hebben gezeten. Deze dag is volledig besteed: om 09.00 uur weg en om 20.30 uur terug; het was alleszins de moeite waard.

 


VLIEGEN OVER DE GLETSJER
Anke Bollen / Anne-Marie Breederland

Anke naast "haar" vliegtuigje

Anne-Marie met the guides Trevor en Greg

Na de vorige dag hobbel-de-bobbel over een onverharde highway te hebben gereden zoeken wij -  de vliegploeg – het vandaag hogerop. Geheel gereed voor een glacier flight lopen we naar het “dorp” om te betalen. Vijftien minuten later arriveren we met het shuttlebusje 2 kilometer verder op het “vliegveld”. Met zijn drieën (Stef, Anke en Anne-Marie) stappen in een Cessna. De piloot – een leuke vent – stelt zich voor als Michael McCarthy, wat een toeval in het plaatsje McCarthy. Maar hij beweert dat er geen enkel verband tussen bestaat…

Het opstijgen gaat hééél rustig; geen luchtzak, geen hobbeltje, nix. Veel rustiger dan met een groot vliegtuig. Al snel zien we in de verte / diepte onze blauwe tentjes liggen. “Daar slapen we.” De piloot wijst ons op een stel onderzoekers die op de gletsjer bezig zijn. De verwachting is dat van de gletsjer door klimaatverandering (het wordt warmer) over vijftig jaar weinig meer over zal zijn. We vliegen tot op een hoogte van 6.000 feet en zien onder ons op de gletsjer allerlei verschillende kleuren, van turkoois tot groen en zelfs bruin, verschillende kleine meertjes met aquamarijne meanders. Ook het verlaten mijndorpje Kennicott met zijn mijnen aan de rand en gelegen langs de gletsjer tegen de bergen kun je goed zien. We bevinden ons hier echt aan het einde van de wereld – bijna onwerkelijk. We moeten ons soms in allerlei bochten wringen om foto’s te kunnen maken. We kunnen ook niet anders dan met gebaren met elkaar communiceren, want we zitten met een koptelefoon op en kunnen zo alleen het commentaar en aanwijzingen van de piloot horen. Hij vertelt leuk en veel en let niet echt op de tijd, de vlucht duurt  dan ook langer dan drie kwartier.

We vliegen om de bergtoppen heen en zijn inmiddels al 25 minuten onderweg. Wederom verschijnt er een geweldig ander uitzicht op de gletsjer met heel opvallend een groene grashelling ertussen -  wat een contrast! Als we aan de terugtocht beginnen zien we onder ons een stel wandklimmers. “Zullen dat onze medereisgenoten zijn?”, vragen we ons af. Ook glacier walkers zijn er bezig, dat gaan we straks ook doen. Nu kunnen we meteen zien hoe dat er van bovenaf uitziet – nog een foto!

De landing wordt ingezet nadat we nog even boven onze campsite hebben gevlogen om een foto te maken. Aardige piloot, hij heeft onthouden dat dit onze “home”is tijdens ons bezoek aan McCarthy. De landing gaat zo rustig dat we niet eens merken dat we de grond raken. Vervolgens worstelen we ons uit de Cessna. Iemand die wacht op een volgende vlucht maakt een foto van ons vieren voor het vliegtuigje. De omgeving is verder uitgestorven.

Wat een belevenis! We zijn een ervaring rijker die zeker voor herhaling vatbaar is. Doen dus, raden wij ieder aan die twijfelt.Het schitterende uitzicht vanuit de lucht mag je eigenlijk niet missen, zeker niet bij zulk mooi weer als wij hebben gehad. Er is geen wolkje aan de lucht. Het is vandaag minstens 25 graden, maar de gevoelstemperatuur ligt een stuk hoger. Hoezo Alaska koud? Alaska = perfect!

 


GLETSJERWANDELING  KENNICOTT
Anke Bollen

Na eerst bij de Kennicott Glacier lodge een kop koffie (1/4 liter en 2 keer naschenken) voor 1.24 dollar gedronken en een pindakoek gegeten te hebben zijn Betty, Marianne en ik op weg gegaan naar de Kennicott Gletsjer. Deze ligt begraven onder zwarte heuvels van meegevoerd gesteente. Daarachter rijzen de bergketens van de Chugach Mountains op boven de Chitina Valley. Daarnaast kunnen we tevens het witte massief van de Mount Blackburn onderscheiden boven de veertig roestbruin geverfde houten gebouwen van ghosttown Kennicott. Er is een wandelroute naar de gletsjer, een goed begaanbaar pad. Aan de linkerkant zien we voortdurend de bergen en de gletsjer en aan de rechterkant struiken, planten en enkele bloemetjes. Het is stralend blauw weer. We genieten van de vergezichten en lopen fluitend naar de gletsjer toe.  Betty en ik gaan er een stuk op wandelen. Je voelt er meteen de kou tegen je benen optrekken. We maken diverse foto’s van de talrijke watervalletjes. We wagen ons echter niet te ver op de gletsjer, omdat we geen schoenen met spikes aanhebben en we geen eventueel noodlottige schuiver willen maken.

De terugweg is, hoewel we dezelfde route volgen, toch weer mooi omdat de natuur nooit echt verveelt. Eenmaal terug bij de Lodge gaan we met zijn allen (inclusief Fons, Erna en Fancis) lopend terug naar McCarthy. Het pad loopt over glooiend terrein door de bossen. We doen er anderhalf uur over tot aan de pub van Ma Johnson’s Hotel, waar we een biertje niet kunnen weerstaan. Hierdoor gesterkt vervolgen we onze weg naar de camping. We komen daar op het juiste moment aan, want het avondeten wordt net geserveerd. Na zo’n enerverende dag smaakt de maaltijd voortreffelijk. Na het eten en voor we gaan slapen is een wandeling naar de dorpspub een must. Zo wordt het dus toch weer half één voor ik in mijn slaapzak kruip.

 


BEREN EN BUSSEN IN NATIONAL PARK DENALI
Anke Bollen

POLYCHROME

MOUNTAIN 

PASS

Vanaf de camping vertrokken we om half tien naar het visitor center, vanwaar de tourbus voor een acht uur durende rit naar het Eielson Visitor Center v.v. zou vertrekken. De af te leggen afstand bedraagt in totaal 122 mijl, vervoer in groene schoolbussen, aantal passagiers: maximaal 48.

Men had ons geadviseerd de plaatsen aan de linkerkant achter de chauffeur in te nemen; dan had je de mooiste vergezichten. We stonden dus met zijn allen vooraan in de rij en namen met onze groep dan ook direct alle stoelen aan de gehele linkerzijde in beslag. Was het gisteren de hele dag ontzettend regenachtig (overigens geen probleem, want we moesten toch de hele dag reizen), vandaag hadden we daarentegen schitterend weer. De chauffeuse Michelle, een Schotse die hier sinds vijf jaar woont, gaf ons regelmatig verkeersinfo en leerde ons het belangrijkste commando: “Stop!”. Zij zou dan meteen de daad bij het woord volgen opdat wij ongestoord  mooie foto’s van natuur en dieren zouden kunnen maken.

Al snel na het begin doemt de Mount McKinley voor ons op, schitterend in de zon gelegen en met geen wolkje ervoor. Kon het nog mooier?! De bussen rijden langzaam en we turen ons suf om dieren te ontdekken. Onze moeite wordt beloond: we zien achtereenvolgens een kariboe, een beer met twee jonkies, een eland en verscheidene inheemse vogels. Het park is ongelooflijk uitgestrekt (ongeveer 324.420 acres) en wij verwachten natuurlijk veel dieren in het wild te zien, maar langs de lawaaierige weg lopen die niet zo graag. De bussen rijden gestaag achter elkaar aan. Er rijden er honderd per dag.

Na diverse fotostops bereiken we het eindpunt Eielson, waar we een half uur blijven om onze meegebrachte lunch te nuttigen. Stipt op tijd wordt om 15.00 uur de terugrit aangevangen. We zijn nog niet goed en wel op weg of we zien een grote bruine beer die enkele meters voor onze bus op zijn gemak de weg oversteekt. Alle camera’s klikken en de grizzly wordt op tientallen filmpjes vereeuwigd. Het hierna volgende landschap – de toendra – is minder interessant en iedereen zit zo’n beetje te doezelen.

Bij de Polychrome Mountain Pass stappen 7 personen de bus uit om te gaan wandelen: Adrie, Tom, Betty, Erna, Matthijs, Marijke en ondergetekende. Het is dan inmiddels half vijf geworden. Naar de Pass is het een enorme klim die we meteen inzetten. We moeten tegen de wind in tornen en op het hoogste punt kunnen we ons nauwelijks staande houden. Tijdens de afdaling komen we twee kariboes tegen die onverstoorbaar staan te grazen en ons alle gelegenheid geven om zeldzame kiekjes te schieten. We dalen verder af door struiken, planten, stenen en keien, wat me heel wat beter af gaat dan klimmen. Als we na anderhalf uur lopen weer op de weg uitkomen, gaan we vol verwachting al wandelend op zoek naar een groene shuttlebus die ons naar het visitor center kan terugbrengen. De eerste die voorbijkomt rijdt door; dit geldt ook voor de tweede, een witte bus. Dat blijkt een touringcar te zijn met Amerikaanse 55-plussers. De derde, vierde en daarna volgende bussen stoppen soms wel, soms niet. Als ze stoppen krijgen we te horen dat er geen plaats is, ondanks het feit dat we bij het voorbijrijden wel lege plaatsen ontdekken. Na anderhalf uur lopen over de weg bekruipt ons het gevoel dat er aan deze wandeling geen einde meer komt. Marijke houdt de volgende passerende bussen aan, maar ondanks die eeuwig smile  op hun gezicht zijn de chauffeurs niet te vermurwen. Zeven extra personen meenemen is geen kleinigheid. Inmiddels hebben we begrepen dat er minimaal één bus als bezemwagen wordt ingezet om alle laatste loslopende wandelaars op te pikken; dat geeft de burger tenminste nog moed. Maar dat kan wel nog een uurtje of zo duren!

Gelukkig komt er een Astra ‘mini van’ aan die drie personen kan meenemen. Matthijs, Adri en ikzelf nemen er in plaats. De twee dames van de Astra blijken als ranger te werken en begeleiden hikers. Ze zijn op weg naar het Toklat Ranger Park, waar ze  lekker afgelegen van de buitenwereld wonen. Ze gaan van het weekend genieten, maar moeten daarvoor wel twee uur rijden voor ze in de bewoonde wereld zijn. Ze hebben het hier in Denali reuze naar hun zin. Na 5 kwartier rijden zetten de dames ons af bij de camping; wat een luxe! Het is dan wel al 21.30 uur en de afwasploeg is al aan de gang. Gelukkig hebben ze nog een rijstprutje voor ons bewaard.

Als we dit goed en wel verorberd hebben, komen de resterende vier wandelaars het kamp binnen. Zij zijn opgepikt door een Amerikaanse touringcar die nog precies vier lege plaatsten had. Ze kregen spontaan overgebleven lunchpakketten aangeboden, ingepakt in bruine kartonnen dozen. De inhoud bestond uit appelsap, kaas, worst, chocolade, koekjes, croissants en gedroogd fruit. De Amerikaanse 55-plussers hebben zich aan de vier Nederlanders zitten vergapen!

Als wij wandelaars na 22.00 uur weer verenigd zijn, gaan we met zijn allen aan de wijn. Een voldaan gevoel heeft zich van ons meester gemaakt. De busreis kan redelijk geslaagd worden genoemd, de daarna volgende wandeling was des te spannender! Dit is het ware Alaska, wandelen in en genieten van de natuur.

 

DAGCRUISE VANUIT SEWARD
Corry & Lau van Gompel

 

Corry en Lau in het Denali park

Een van de excursieboten naar de glaciers

Voor vandaag hebben we geboekt voor een dagcruise vanuit de havenplaats Seward. Na een uurtje varen leggen we al aan bij Fox Island voor een lunch. Dat had voor ons wel iets later gemogen, want we hebben ons ontbijt nog maar net achter de kiezen.

De boottocht is zeer de moeite waard, ondanks het feit dat de weergoden ons niet al te gunstig gezind zijn. Dat wordt ruimschoots goed gemaakt door hetgeen we te zien krijgen.

Het begint tamelijk simpel met murres, die heel diep kunnen duiken, en puffins, met hun typische kleurige snavels. Daarna begint het pas echt.

Rondom onze boor dartelen verscheidene orka’s en daar hadden we stiekem op gehoopt. Later zien we ook nog een heleboel Steller zeeleeuwen die op de rotsen liggen te luieren.

Als we denken dat we hiermee alles gehad hebben, duiken plotseling enkele bultrugwalvissen op. Hun verschijning wordt aangekondigd door metershoge fonteinen die uit zee omhoog spuiten. Fantastisch!

Dan komen we uiteindelijk bij de Holgate Glacier. Een gigantische ijsmassa schuift hier langzaam de zee in. Onder uit de gletsjer stroomt het kolkende water en met donderend geraas storten af en toe ijsblokken naar beneden. Na het bewonderen van dit indrukwekkende natuurverschijnsel keren we weer terug naar Seward.

Deze dag heeft echter nog meer voor ons in petto. Plotseling duikt er vlak bij onze boot een reusachtige bultrugwalvis op en na wat gesnuif neemt hij afscheid van ons door zwaaiend met zijn staart weg te duiken. Wat een schouwspel! Hiervan hadden we niet meer durven dromen.

De droom is echter nog niet uit. Even later worden we enige tijd vergeeld door een groepje orka’s dat telkens over de boeggolf van onze boot heen springt. En alsof het nog niet genoeg is zien we vlak voor aankomst Seward ook nog enkele bold eagles en zeeotters. Deze dag is goed besteed!  

 


RAFTING EN CLIMBING IN DENALI PARK
Peter Vrieswijk

Na het ontbijt trokken acht strijdlustigen naar de Nenana-rivier om deze per raft te beproeven en zogenaamd te overwinnen. Helaas slonk de ploeg tot 7 personen (één viel er af), maar dat maakte de rest van ons nog strijdlustiger.

In onze strakke pakjes (ook wel ‘wet suit’ genoemd), schoentjes en met helm en paddle gewapend gingen we naar de raft waar nadere instructie volgde. Nou ja, instructies, men vertelde er voornamelijk wat er mis kon gaan en wat te doen in zo’n geval. Niet bepaald opwekkend dus.

Iets minder zeker van onze zaak stapten we met een heel relaxte instructeur op onze raft. Marijke (vrijwillig) en Matthijs (aangewezen) zaten voorin en waren na de eerste wilde golven door en doornat. De rest was minder nat; alleen  Trevor was droog omdat hij zich achter de rug van Christel verschool! Stef en ondergetekende wilden halverwege ook wel eens  voorin zitten, wat dan ook gebeurde.

Helaas werd de rivier toen een stuk minder wild dan in het eerste gedeelte, dus moesten we de sensatie zelf opzoeken. In de trant van onze voorvaderen vielen we een andere boot lastig door er tegen aan te varen en de inzittenden met de peddels nat te spatten. Dat lokte natuurlijk een gelijksoortige reactie uit, zodat we allemaal kletsnat werden. Ook Trevor, die werd op het laatste namelijk door Stef het water in gegooid. Door dat rustige vaarwater kwamen we veel te vroeg bij onze uitstapplaats aan. Met een bus werden we naar de camping teruggebracht.

Het tweede daggedeelte besloten we, op Trevor na tenminste, om de Mount Healey te gaan beklimmen, dat wil zeggen tot zo ver we kwamen. Ongeveer halverwege besloten vier personen om verschillende redenen terug te keren, maar twee bikkels (Matthijs en Anne- Marie) bestormden als het ware de steile kant van de berg.

Inmiddels waren de andere vier weer op de camping aangekomen om een lekkere maaltijd met tortilla’s klaar te maken. ’s Avonds zocht iedereen na een vermoeiende dag een voor een zijn of haar slaapzak op om onder de nooit echt donker wordende hemel van Alaska weg te dromen.

 


WANDELEN OVER DE GLETSJER
Fons Hofmann en Erna Mantel

Betty, (Adri), Erna en Anke en route

Vanmorgen hebben we het lekker rustig aan gedaan.De vliegers en ijsklimmers zijn al vroeg vertrokken. We drinken koffie met een klein ploegje. Tegen half tien vertrekken we om op de gletsjer te gaan wandelen. We hebben de oude weg van McCarthy naar Kennicott  genomen. Het was een mooi pad, alleen ontbrak het zicht waar we liepen en wisten we niet hoe lang we nog moesten lopen. Het gevolg was dat we in een steeds  hoger tempo gingen lopen. Maar goed ook, want pas vijf minuten voor de start waren we aanwezig.

Daar stonden Dan (een snelle Amerikaan) en Widow (zijn trouwe viervoeter) ons al op te wachten. Eerst werden de spikes gepast, daarna begaven we ons naar de gletsjer. We bonden de spikes onder en hup, daar ging het de gletsjer op. Wijdbeens en licht door de knieën gebogen is dan de juiste loophouding. Al met al heb je het gevoel alsof je voor aap (of ijsbeer) loopt.

Het was een enorme ervaring: we moesten grote ijskraters, watervalletjes en steile paden overwinnen. Terwijl wij ons met logge, zware passen vooruit worstelden, dansten Dan en Widow als het ware over het ijs.

Weer terug in Kennicott genoten we van een lekkere bak koffie met overheerlijke koek en een “echt” toilet. In het dorpje McCarthy doken we in de enige plaatselijke kroeg om een pintje te pakken.

 


BEREN IN HET EXIT GLACIER PARK

Fons Hofmann  en Erna Mantel

De grote dag van de boottocht is aangebroken. Maar we zijn de groep een beetje moe, daarom hebben we besloten om met zijn tweeën te gaan wandelen in het park van de Exit Glacier. Het is jammer dat onze chauffeurs zich alleen richten op zeer dure activiteiten, want deze dag bleek voor ons de dag der dagen te worden.

Het park is werkelijk schitterend. Er zijn diverse wandelroutes uitgezet, variërend van kort en licht tot lang/hoog en zwaar. We zijn begonnen met de korte wandelingen, maar uiteindelijk zijn we als klapper toch de berg opgeklommen. Er zaten enkele zeer zware klimmetjes tussen en op enkele stukken moesten we zelfs door de sneeuw waden. De vegetatie om ons heen was prachtig: overal blauwe, witte en roze bloemen. De marmotten liepen er voor onze voeten. Het hoogtepunt was echter drie beren (moeder en twee kids) die ons zo maar voorbij liepen. Wat een unieke ervaring! Later in de week hebben we beren van een afstand vanuit de bus kunnen fotograferen, maar we kunnen iedereen verzekeren dat als je ze live in de bergen tegenkomt je adrenalinegehalte snel gaat stijgen.

Trevor had ons overigens aangeboden om ons weer op te halen, maar we wilden wat meer vrijheid en niet zo aan tijd gebonden zijn.Daarom stond ons eenmaal terug op de begaanbare weg nog een wandeling van 8,6 mijl te wachten. Dus op naar de volgende ervaring: liften! We werden opgepikt door Zwitsers. Voldaan kwamen we weer op onze camping aan.

 


DE SHOUP BAY TRAIL IN VALDEZ
Anke Bollen

(Deelnemers: Betty, Erna, Francis en Anke)

Het heeft de hele nacht geregend, maar gelukkig hoeven wij ons kamp niet op te breken, we staan hier immers voor twee nachten. Na het ontbijt onder de grote luifel verorberd te hebben, gaan we Valdez verkennen. De stad Valdez werd in 1964 getroffen door een aardbeving; alle gebouwen dateren dan ook van na die tijd. Een gigantische vloedgolf slokte het grootste gedeelte van de stad op en beschadigde vele gebouwen. Aan de overzijde van de haven ziet het er heel armoedig en troosteloos uit. Je wordt daar echt niet vrolijker van.

We gaan eerst naar het postkantoor. Met postzegels en kaarten op zak  zoeken we een café op om daar onze kaarten te schrijven; het regent nog steeds pijpenstelen. Als we in beginsel alleen koffie bestellen, kijkt de kasteleinse erg “zuinig’ en krijgen we vervolgens lauwe koffie. Als we daarna allen een grote bowl soep bestellen verandert haar houding en wordt zij veel vriendelijker.

Het is nu tijd geworden voor de trail naar de gold Creek. Ondanks de regenkleding worden we toch kletsnat: we lopen namelijk door een bos dat heel dicht beplant is. We moeten ons een weg banen door het dichte struikgewas, het lijkt hier wel een tropisch oerwoud. We passeren meerdere kleine watervallen, die we oversteken. Onderweg zien we veel verschillende bloemen en vogels.

Na tweeëneenhalf uur wandelen bereiken we de camping en de Creek. We genieten van het uitzicht op het meer en de Shoup Gletsjer. Het wordt pas droog als we de terugtocht aanvaarden. We hebben er een enorm hoog tempo ingezet, het gaat voornamelijk bergafwaarts.

Om 18.00 uur komen aan in het “oude” dorp van Valdez. Nu moeten we nog een half uurtje naar onze camping lopen. Onderweg drinken we nog ergens een kop koffie om bij te komen en onze sokken uit te soppen.

De wandeling was niet zo moeilijk, maar wel pittig. Met een voldaan gevoel keren we tegen zeven uur terug bij onze camping en zien dat enkele groepsgenoten vis aan het schoonmaken zijn. Ze hebben tijdens een vistocht zelf zalm gevangen, die nu gebakken wordt. Het diner smaakte voortreffelijk, verser dan vers kan vis gewoon niet zijn! Ondanks al die regen was het toch nog een geslaagde dag.

 


TIEN GEBODEN KAMPEERTOCHT ALASKA
Een deelneemster

  1. Ge zult de groep niet tijdig of hoogstens onvolledig informeren over de locatie en/of faciliteiten van de camping.
  2. Ge zult bij voorkeur een camping kiezen die niet beschikt over stromend water, tenzij het een bergbeek betreft die aan de oevers niet toegankelijk is.
  3. Toiletten die bestaan uit een gat in de grond met een wc-pot erboven verdienen aanbeveling; nog beter is helemaal geen toiletten.
  4. De sanitaire voorziening om de handen te wassen dient minimaal 100 meter van het toilet verwijderd te zijn.
  5. De ware kampeerplaats is voorzien van stenen, keien, gaten en bulten en mag in geen geval geëgaliseerd zijn.
  6. Het beschikbare water dient bij voorkeur niet drinkbaar te zijn; liefst moet men het voor gebruik filteren en purificeren.
  7. Een kampeerplaats zonder muggen, insecten, vliegen en kruipend ongedierte dient onder alle omstandigheden vermeden te worden.
  8. De toegestane kampeerruimte voor 12 tenten dient niet meer te bedragen dan de toegestane parkeerruimte voor twee midi vans.
  9. Warme douches zijn uit den boze, tenzij er een buitensporige gebruikersfee op staat. Douchekoppen worden geacht op schouderhoogte van een gemiddelde volwassene te zijn gemonteerd.
  10. De locatie van de camping moet minimaal 10 kilometer van de dichtstbijzijnde woonkern verwijderd zijn, zodat men te allen tijde afhankelijk is van de busjes.

 


VISSER IN HART EN NIEREN

Jos Schmitz

Stef uit Rotterdam heeft zich met name verheugd op de ruime mogelijkheden om te vissen in Alaska. Zowel op het land als op zee. In Valdez doet zich de eerste kans voor om zijn liefhebberij in de praktijk te brengen. Samen met stadsgenote Ellen, Fons, Matthijs en Marijke gaan ze goed uitgerust zonder schipper de zee op. Een gesprek met Stef over zijn indrukken.

“Op zesjarige leeftijd kreeg de vissport me in zijn ban. Waarom weet ik niet, ik heb het in ieder geval niet van familie. In de loop der jaren heb ik mijn voorraad aan vistuig en materiaal opgebouwd. Ik vis nog steeds; normaal thuis in polderwater, maar op vakantie ook in stromend water. In Zweden heb ik als kind op vakantie met mijn ouders in mijn eentje op vlagzalm en forel gevist. Op het ogenblik ben ik steunend lid van visverenigingen; ik doe dus niet mee aan wedstrijden of zo. Wel ben ik nog instructeur; ik leer beginners de  eerste kneepjes van het vak aan.”

“In Valdez pikten we ons open bootje met buitenboordmotor op. De eigenaar instrueerde ons nog kort over stekken, materiaal en voor handen zijnde apparatuur zoals een vis- en dieptemeter. Daarna staken we van wal. Direct in het begin werd het materiaal gebruiksklaar gemaakt en monteerden we er ‘lepeltjes’ en ‘spinners’ op. De nieuwelingen moesten nog wat oefenen om aan het materiaal te wennen. Even verderop onder de kust zagen we zalm springen. Wij er naar toe. In een mum van tijd konden we eerste zalm aan boord hijsen, een ‘pink salmon’  van zo’n 60 centimeter lang. Matthijs was de gelukkige. Na enige tijd was de vis verdwenen en moesten we een andere stek opzoeken. Tijdens die zoektocht konden we volop doen aan ‘sight seeing’. Zo zag een van ons nog net een zwarte beer in het struikgewas aan de oever verdwijnen.”

“Op onze volgende stek was het van een zelfde laken een pak. Een school zalm zwom op nog geen meter afstand van onze boot. De vis verzamelde zich daar om samen in een grote groep de rivier op te trekken. Nou, dat was natuurlijk meteen weer raak. Zo hebben we in totaal vier stekken gehad. Vooral op de laatste was het bij wijze van spreken opscheppen geblazen. Toch werd niet alle vis binnengehaald, meestal als gevolg van slechte vangtechniek. Marijke ving de grootste, 75 cm. Ikzelf kon de meeste verschalken: 18 stuks. Onze vangst bedroeg in totaal 35 stuks van zeg gemiddeld 4 à 5 pond, waarvan we er 13 hebben meegenomen. Die hebben we samen met de achterblijvers in ons kamp lekker opgepeuzeld. Al met al een geslaagde tocht, ondanks het feit dat we de hele dag regen hebben gehad.”

“Een weekje later heb ik nog een keer gevist, nu in stromend zoet water bij de Tangle Lakes. Maar het materiaal dat ik had kunnen lenen was eigenlijk verkeerd. De vlagzalm in dat water moet je namelijk met een vlieghengel en kunstvliegen proberen te vangen en daar had ik jammer genoeg niet de beschikking over. Mijn pogingen waren dan ook gedoemd om te mislukken. Nee, dit was veel minder succesvol dan in Valdez!”


SOLDIER’S POINT IN KLUANE
Jos Schmitz

Aan de oever van het meer worden we door Greg afgezet; de rest van onze reisgroep rijdt door naar een meer intensieve uitdaging. We zijn  met zijn vieren: Francis, Marianne, Chris en ik. We hebben allen verschillende redenen waarom we voor de gemakkelijke activiteit hebben gekozen. Ik heb zelf voor de eenvoud gekozen omdat mijn zwakke knieën het in de echte bergen altijd begeven. De berg die voor ons ligt ziet er evenwel niet echt indrukwekkend uit. We volgen de pijlen die de trail aangeven en binnen een kwartiertje bereiken we een gerooid stuk bos waar twee vlaggenmasten staan. Zijn we nu al op het eindpunt aangekomen? Blijkens het plakkaat bij de vlaggen wel, dit is Soldier’s Point waar in 1942 de twee militaire ploegen die de Alaskan Highway vanaf verschillende punten begonnen aan te leggen elkaar ontmoetten. We zijn nogal teleurgesteld, we zitten nog geen vijftig meter boven het meer. Het uitzicht valt ook nog eens tegen, zodat we besluiten op goed geluk verder te lopen. Ha, dat wordt beter, we stijgen en mooie vergezichten ontvouwen zich voor ons. In de verte zien we het visitor center op de vlakte liggen. Daar willen we naar toe, ook al staat er een straf windje. Een voordeel daarvan is dat de muggen dan ineens wegblijven.

Na een kilometer stoten we evenwel op een landverschuiving die verder lopen onmogelijk maakt, ons pad verdwijnt gewoon in de diepte. We moeten op onze schreden terugkeren. In arren moede rekken we urenlang onze lunch op de zitjes bij het ‘monument’. Zo leren we elkaar al babbelend wel beter kennen. Daarna bereiken via de verharde weg het visitor center, dat we uitgebreid bekijken. Ik lees er alle bijschriften van het geëxposeerde en verzamel zo veel mogelijk relevante folders en brochures (die hebben ze in Noord-Amerika in overvloed, het kan niet op!). In navolging van Marianne doe ik een tukkie op een bank. Gelukkig verschijnen de beide busjes eerder dan verwacht en hoeven we ons niet langer te vervelen. Dit was een wandeling die niet veel op de kous had, laten we wel wezen.